Een uitleg van het laatste boek van de Bijbel. Deel 23. Openbaring 2:13.

De Heere kan de gemeente in Pergamus prijzen, omdat zij aan Zijn naam vasthoudt: ‘U houdt vast aan Mijn Naam’ (v. 13). Aan welke naam? Aan de wonderbare Naam die ons door God tot heil gegeven is: de kostbare Naam van Jezus! Deze gemeente heeft zich in het centrum van de satanische strategie de blik niet door heidense pracht, door vleselijke lust of de lust voor het oog laten verduisteren. Dat zou gemakkelijk zijn geweest, want de hele bevolking van de stad was enthousiast over de slangencultus en aanbidding van de keizer.

Het woord ‘vasthouden’ dat hier wordt gebruikt, is eigenlijk te zwak en te kleurloos. Je zou namelijk ook kunnen zeggen: zich met alle kracht vastklampen en vastklauwen. In Pergamus ging het op leven en dood, want de gelovigen moest iets worden ontrukt. Dat is altijd het doel van de vijand: Hij wil met geweld wegnemen wat we hebben. Daarom staat in de Zendbrieven bij herhaling een desbetreffende vermaning: ‘Houd vast aan wat u hebt totdat Ik kom’ (Op. 2:25). Of: ‘Zie, Ik kom spoedig. Houd vast wat u hebt, opdat niemand uw kroon zal wegnemen’ (Op. 3:11).

Het gaat om het vasthouden. In Pergamus werd het loslaten van de Naam van Jezus geëist, omdat de satan daar woonde. Satan echter houdt de confrontatie met de Naam Jezus niet uit. Dat is de enorme strijd die we voeren.

‘En het zal zo zijn dat ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zalig zal worden’ (Hand. 2:21), zegt de Schrift. Zodra de Naam van Jezus in geloof wordt genoemd, wordt de duivelse duisternis doorbroken. Wie zich aan deze Naam vastklampt, ja vastklauwt, die kan niets schaden. Dan zijn wij overwinnaars en roepen uit: ‘Alle dingen zijn mij mogelijk door Christus, Die mij kracht geeft’ (Fil. 4:13). – O, dat u toch meer de Naam van Jezus zou gaan gebruiken!

Bij Antipas leidde de strijd tot de dood. De Heere zegt dit zelf: ‘… zelfs niet in de dagen van Antipas, mijn trouwe getuige, die gedood werd bij u, waar de satan woont’ (v. 13). Bij ons zijn de aanvallen van satan niet zo massaal. Het gaat er beschaafder aan toe. Zijn methodes zijn subtieler, maar zijn doel blijft hetzelfde. Hij wil dat we de Naam van Jezus in ons dagelijks leven verloochenen door onze zelfbewuste houding, ons egoïsme, onze jaloersheid en laster.  Hij wil dat we zwijgen als we zouden moeten spreken, zodat onze houding overeenkomt met die van Petrus: ‘Ik ken deze mens niet over Wie u spreekt’ (Mark. 14:71).

De Heere gaat verder om zijn gemeente in Pergamus te prijzen, want Hij vergeet nooit iets. Hij zegt: ‘… en u hebt het geloof in Mij niet verloochend’ (Op. 2:13). Dat is veelzeggend. Er is namelijk geloof en geloof! Jezus zegt: ‘Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven’ (Joh. 3:36). Dat is de eerste stap. Geloof toch in Jezus Christus als uw persoonlijke Verlosser! Maar blijf niet bij deze eerste stap staan. Wie dat doet, blijft geestelijk in de kinderschoenen steken. Zo iemand gelooft wel in de Here Jezus, maar heeft niet het geloof van de Heere Jezus. En juist dat is het geheim. Paulus heeft dat begrepen. Hij zegt: ‘Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in dit vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven’ (Gal. 2:20). – (Daarmee wil hij zeggen: Ik leef nog in mijn zondige vlees en weet dat in mij, dat is mijn vlees, niets goeds woont.)

Met andere woorden: ‘Ik leef en geloof net zoals Jezus geloofd en geleefd heeft en zeg constant neen tegen de pretenties van het vlees, zoals betweterij, onreinheid en alle zondige opwellingen. Ik geef mijzelf volkomen prijs, zoals mijn Heiland dat gedaan heeft. Ik ga precies de weg die mijn Heere gegaan is. Ik blijf aan het kruis, zoals mijn Verlosser aan het kruis gebleven is.’ Leven in het geloof van de Zoon van God, dat is een essentiële stap verder dan in Jezus te geloven.

Dat hebben de gelovigen in Pergamus begrepen, en ze hebben dit geloof niet verloochend. Het geloof van de Heere Jezus houdt het uit, ook als alles in elkaar stort, als lichaam en ziel versmachten en schijnbaar alles tegen u samenzweert. Verloochenen betekent ontkennen, als u wordt opgeroepen om Hem te belijden, zoals Petrus dat gedaan heeft. Zijn geloof verloochenen betekent, zichzélf staande houden – ten koste van de belijdenis tot de Heere Jezus Christus te behoren.

Kan de Heere van u zeggen: ‘U hebt Mijn geloof niet verloochend?’ Of hebt u Zijn geloof verloochend? Voor Pergamus is het een prachtig getuigenis, als Hij er nog aan toe voegt: ‘… en u hebt het geloof in Mij niet verloochend, zelfs niet in de dagen van Antipas, mijn trouwe getuige, die gedood werd bij u, waar de satan woont’ (Op. 2:13).

De naam Antipas heeft verschillende betekenissen. Een ervan luidt: ‘gelijk aan zijn vader’. Hij heeft als trouwe getuige zijn leven gelaten voor Jezus. Nog hoeven wij niet als martelaar voor ons getuigenis met het leven te betalen. Maar er is al een geestelijk martelaarschap dat erin bestaat omwille van het getuigenis voor Jezus in het dagelijks leven niet toe te geven, maar te sterven aan de innerlijke mens. Paulus getuigt: ‘Ik sterf elke dag’ (1 Kor. 15:31).

Misschien bestaat uw martelaarschap uit het feit dat u in uw huwelijk, uw gezin of op uw werk met iemand samen moet zijn, in wiens hart de troon van de satan is. – O, dat wij allemaal toch de gezindheid van Antipas zouden mogen hebben en zijn geloof – het geloof van Jezus – niet verloochenen. Zo velen, ook binnen de gemeente van Jezus, worden moedeloos in onze tijd; zij berusten en geven de goede strijd van het geloof op. Maar buiten zullen de vreesachtigen zijn, degenen die toegeven aan de pretentie van het vlees, in welke vorm dan ook, of aan een persoon. Petrus wilde de Heere Jezus bewegen tot het verloochenen oftewel het ontkennen van het kruis. Maar de Heere bestrafte hem en zei: ‘Ga weg achter Mij, satan’ (Mark. 8:33).

Is het niet ontroerend dat de verhoogde Heere aan Antipas dezelfde titel toekent, als Hij zelf heeft? Hij noemt hem ‘Antipas, mijn trouwe getuige’. Zo wordt de Heere Jezus zelf genoemd: ‘Jezus Christus, Die de trouwe Getuige is …’ (Op. 1:5). Trouwe getuigen zijn zij die het volhouden tot de dood.

MIDDERNACHTSROEP 2021-02 WIM MALGO (1922–1992)

Vergelijkbare berichten