Voorzichtige benadering

Het volgende vers in Hooglied waaruit we het een en ander kunnen leren over de relatie tussen man en vrouw, is vers 9 in hoofdstuk 2. Daarin beschrijft de bruid op bloemrijke wijze hoe ze de bruidegom in zijn bewegingen ziet als hij haar benadert:
‘Mijn Liefste lijkt op een gazelle
of het jong van een hert.
Zie, Hij staat achter onze muur,
kijkend door de vensters,
speurend door de spijlen.’

Wat ze van hem ziet, vergelijkt ze in de eerste twee regels van dit vers met een gazelle en het jong van een hert. Gazellen kunnen met grote snelheid en sierlijkheid over de bergen lopen (vgl. 2 Samuel 2:18b; 1 Kronieken 12:8). Bij herten, die ook gemakkelijk over obstakels heen springen, komt daar de gedachte aan vreugde bij (vgl. Jesaja 35:6). Gazellen en herten zijn onschuldige dieren. Het zijn geen vleeseters en geen jachtdieren. Het zijn reine dieren, die gegeten mochten worden door de Israëlieten (Deuteronomium 12:15,22; 14:4-5; 15:22). Beide dieren staan er ook om bekend dat ze op hun hoede zijn voor gevaar, en als dat zich aandient, kunnen ze onmiddellijk en snel vluchten.

Zo ziet de bruid haar bruidegom naderen. Hij komt snel dichterbij en laat zich door niets tegenhouden. Tegelijk blijft hij voorzichtig in zijn benadering. Hij forceert om zo te zeggen de toegang tot haar leven niet. Het is mooi om te zien dat de bruid daar oog voor heeft.

We kunnen hieruit lessen leren over hoe man en vrouw elkaar in het huwelijk benaderen. Daarvoor gaan we luisteren naar wat Gods Woord over deze benadering in de eerste brief van de apostel Petrus zegt. Het is een gedeelte uit de Schrift dat door de moderne mens overboord is gegooid. Maar Gods Woord wordt niet in de geringste mate door de minachting van de mens aangetast. Voor het geloof blijft ook dit gedeelte in zijn volle kracht staan, evenals de zegen die er voor de gelovige vrouw en de gelovige man die het gezag van Gods Woord erkennen, aan verbonden is.

Onderdanig

Petrus zegt over de omgang tussen man en vrouw in het huwelijk in de verzen 1-7 van hoofdstuk 3 van zijn eerste brief het volgende:

‘Evenzo, vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, opdat, ook als sommigen ongehoorzaam zijn aan het Woord, zij door de wandel van hun vrouwen zonder woord gewonnen worden, wanneer zij uw kuise wandel in vrees hebben opgemerkt. Laat uw versiering niet de uiterlijke zijn: [het] vlechten van [het] haar en [het] omhangen van gouden [dingen] of [het] aantrekken van kleren, maar de verborgen mens van het hart, in de onvergankelijke [versiering] van de zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is voor God. Want zo versierden zich vroeger ook de heilige vrouwen die hun hoop op God stelden, terwijl zij aan hun eigen mannen onderdanig waren; zoals Sara Abraham gehoorzaamde en hem ‘heer’ noemde; en haar kinderen bent u geworden, als u goeddoet en geen enkele verschrikking vreest. Mannen, evenzo, woont bij hen met verstand als bij een zwakker vat, het vrouwelijke, en bewijst hun eer, omdat zij ook mede-erfgenamen van [de] genade van [het] leven zijn, opdat uw gebeden niet verhinderd worden‘ (1 Petrus 3:1-7).

Het woord ′evenzo′ waarmee dit gedeelte begint, verwijst naar vers 18 van 1 Petrus 2. Het betekent dat, net zoals huisknechten hun meesters onderdanig moeten zijn, zelfs als het een verkeerde meester is, een vrouw haar man onderdanig moet zijn, ook als ze met een man getrouwd is, die niet in overeenstemming met Gods Woord leeft.

Dat heeft vaak als gevolg dat de vrouw door haar man niet wordt gewaardeerd en mogelijk zelfs wordt vernederd. Om ondanks een vernederende behandeling haar man onderdanig te zijn is alleen mogelijk vanuit haar omgang met de Heer. Het woord ‘onderdanig’ is in de huidige samenleving een verboden woord. Wie vandaag onderdanig wil zijn op de manier waarop de Bijbel dat laat zien, bewijst grote geestelijke kracht te bezitten. Dat geldt voor allerlei verhoudingen waarin we ons bevinden en waarin God dat van ons vraagt. De vrouw zal, door haar omgang met de Heer Jezus, de kracht krijgen om haar man tot hulp te zijn, waartoe zij door God is bedoeld (Genesis 2:18). Dit houdt in dat de man de ‘hulpbehoevende’ is. Een hulp zijn is geen minderwaardige positie. Hoe zou dat kunnen, als we bedenken dat God Zichzelf de Hulp van Zijn volk noemt (Deuteronomium 33:7; Psalm 33:20).

De levenswandel van de vrouw

Petrus schrijft over verhoudingen zoals die in het koninkrijk van God gelden. Van dat rijk is nu nog niets zichtbaar in de wereld, behalve in de levens van hen die Hem in Zijn gezag over hun leven erkennen. De verhoudingen in dat rijk staan radicaal tegenover de verhoudingen die in de wereld gelden. Dat geldt ook voor de verhouding in het huwelijk tussen man en vrouw. Als die verhouding onder druk komt te staan doordat de man niet naar het Woord luistert, is het niet de bedoeling dat de vrouw haar man eens even vertelt wat hij moet doen. Hoe moeilijk dat ook voor haar is, Gods Woord zegt hier dat zij dat niet moet doen.

Zij heeft een ander middel tot haar beschikking, en dat is haar levenswandel. Dat wil zeggen: haar manier van leven als christin en discipelin van de Heer Jezus in haar dagelijkse zorg voor de huishouding. Daarbij gaat het niet in de eerste plaats om het technisch verrichten van handelingen, zoals het schoonhouden van het huis en het ervoor zorgen dat man en kinderen goed te eten krijgen en er verzorgd uitzien. Het gaat vooral om haar gezindheid, terwijl ze deze dingen doet. Doet ze het met tegenzin, of met de liefde van de Heer in haar hart?

Het is zeker moeilijk om zonder complimenten in de goede gezindheid voor man en kinderen te blijven zorgen. Het is ook moeilijk om, als je iets beter weet, toch te zwijgen. De verleiding is groot om, als haar man het haar weer eens lastig maakt, hem de les te lezen. Zij weet immers vanuit de Schrift hoe een man zijn vrouw behoort te benaderen. Toch mag ze dat niet doen.

Het volmaakte voorbeeld voor de vrouw is hier ook de Heer Jezus. Hij heeft in elke verhouding de juiste plaats ingenomen. Zo heeft Hij de ouden niet beleerd, maar vragen gesteld en op vragen geantwoord. Hij wist alles volmaakt beter, toch nam Hij de juiste plaats in (Lukas 2:47). Die plaats nam Hij ook in tegenover Zijn feilbare ouders (Lukas 2:51).

De zachtmoedige en stille geest

Er is nog een valkuil voor de vrouw, en dat is het gebruikmaken van haar natuurlijke charmes om haar man te winnen. Vandaar dat Petrus spreekt over een kuise of reine levenswandel, een wandel die vrij is van de onreinheid die de wereld beheerst. Zij mag zich niet onttrekken aan haar verplichting om haar man ook in seksueel opzicht te geven wat bij het huwelijk hoort (1 Korinthiërs 7:3-5). Maar ze mag de behoeften van haar man niet gebruiken om hem te manipuleren.

Omdat ze deze mogelijkheden heeft en ook weet hoe ze die moet gebruiken, moet haar wandel ′in vrees′ zijn, zodat ze niets doet wat een verkeerd beeld geeft van de Heer en Zijn Woord. Wat Gods Woord hier zegt tegen vrouwen die zich in deze situatie bevinden, is niet gemakkelijk op te volgen, maar het is wel de zekere weg tot zegen. Een dergelijke wandel blijft niet onopgemerkt door haar man en zal ertoe leiden dat hij voor de Heer ′gewonnen′ wordt.

Alle uiterlijke versiering is vergankelijk, voorbijgaand. Daartegenover is het innerlijk van de verborgen mens, ′de zachtmoedige en stille geest′, niet voorbijgaand, maar blijvend. Die is kostbaar voor God en daarom onvergankelijk. Het gaat om wat blijft, niet om wat voorbijgaat. We leven in een tijd waarin uiterlijke schoonheid aanbeden wordt. Het wordt belangrijk gevonden hoe je overkomt. Staar je niet blind op jeugdige schoonheid. Die is o zo tijdelijk. Realiseer je goed dat de uiterlijke mens in verval raakt. Met het ouder worden verbleekt en verrimpelt alle jeugdige schoonheid. Daarom is het zo belangrijk te beseffen dat God het hart aanziet.

Het mooiste aan een mens is zijn innerlijke schoonheid die bestaat uit zachtmoedigheid en een stille geest. Zachtmoedigheid kunnen we van de Heer Jezus leren (Mattheüs 11:29). Ook een stille geest is kenmerkend voor Hem, Die ook innerlijk nooit tegen God in opstand is gekomen vanwege de omstandigheden waarin Hij was.

Deze onvergankelijke, innerlijke versiering is niet pas belangrijk geworden in de tijd waarin Petrus en zijn lezers leefden. Ver voor die tijd was dit al de versiering van vrouwen die niet leefden voor het hier-en-nu van hun dagen, maar voor de toekomst. Het gaat hier om tijdloze dingen. Deze vrouwen worden ′heilige vrouwen′ genoemd, want zij leefden in afzondering van de wereld en gericht op God op Wie zij ′hun hoop … stelden′ voor de toekomst.

Kostbaar voor God

Een dergelijke gezindheid van afzondering van de wereld en vertrouwen op God is vandaag nog even belangrijk als toen. Als je die bezit, is het niet moeilijk om onderdanig te zijn. Je houding wordt dan bepaald door wat God heeft gezegd. Hij is je vertrouwen meer dan waard. Als Hij jouw plaats in het huwelijk heeft bepaald als een plaats van onderdanigheid en je neemt die plaats ook daadwerkelijk in, wordt de ware versiering, ′die kostbaar is voor God′, zichtbaar. Als God zegt dat dit kostbaar is voor Hem, laat je dat dan niet afnemen door al die tegendraadse stemmen. Jij bent het spoor niet bijster, maar zij. Het zijn de stemmen van mensen, die je juist ook in de christenheid hoort, ′die het kwade goed noemen en het goede kwaad; die duisternis voorstellen als licht, en licht als duisternis; die bitter voorstellen als zoet en zoet als bitter′. God spreekt over hen Zijn ′wee′ uit (Jesaja 5:20).

Uit de ‘heilige vrouwen’ van vroeger noemt Petrus een voorbeeld. Hij wijst op Sara en zegt van haar dat zij ′Abraham gehoorzaamde en hem ‘heer’ noemde′ (1 Petrus 3:6; Genesis 18:12). Dit voorbeeld is niet bedoeld om duidelijk te maken dat de vrouw haar man met ‘heer’ moet aanspreken. Het gaat erom dat Sara het geen schande vond haar man ‘heer’ te noemen. De bedoeling van dit voorbeeld is te laten zien dat de vrouw ten opzichte van haar man een houding van verschuldigd respect moet laten zien. Het feit dat Sara Abraham gehoorzaamde, wil ook niet zeggen dat zij zijn slaaf was.

De onderdanigheid of gehoorzaamheid van de vrouw betekent niet dat een man niet naar zijn vrouw hoeft te luisteren. Vrouwen zijn hun man tot hulp gegeven, onder andere om hen van dwaasheden af te houden. Daarvan hebben we ook een voorbeeld uit het leven van Abraham. Sara zei een keer tegen hem dat hij iets moest doen. Toen hij niet naar haar wilde luisteren, zei God dat hij wel naar haar moest luisteren (Genesis 21:12).

Dit voorbeeld is een illustratie van de verhoudingen in het huwelijk van de christen en hier met name van de christin. Als zij de houding tegenover haar man aanneemt die Sara tegenover Abraham aannam, lijkt ze in geestelijk opzicht op Sara en kan ze daarom een van ′haar kinderen′ worden genoemd. Zij vertoont dan haar natuur en instelling. Vrouwen die Sara hierin navolgen, zullen dat ook laten zien door goed te doen. Daarbij hoeven ze ′geen enkele verschrikking′ van wie dan ook te vrezen, want een dergelijke houding roept massaal weerstand op. Maar wie goeddoet en daarin de wil van de Heer doet, mag zich beschermd weten door God.

De man moet met verstand bij zijn vrouw wonen

Na het onderwijs voor de vrouwen vervolgt Petrus in vers 7 met onderwijs voor de mannen. Ook dit onderwijs begint, evenals vers 1, met ′evenzo′, want ook de man moet onderdanig zijn. Voor hem geldt dat hij onderdanig moet zijn aan de instelling van het huwelijk en daarin zijn plaats moet innemen op de wijze die in overeenstemming met Gods gedachten is.

De man moet ′met verstand′ bij zijn vrouw ‘wonen’. Met ‘wonen’ wordt zijn hele omgang met haar bedoeld en niet slechts de seksuele. In zijn omgang met haar moet hij zich niet laten leiden door zijn hartstochten, maar door het inzicht dat hij heeft in haar persoon. Daarvoor moet hij ′verstand′ van haar krijgen. Hij moet in haar willen ′investeren′, dat wil zeggen dat hij zijn best doet om haar te begrijpen.

Het is een bekend en tegelijk beschamend gegeven dat mannen vaak meer inzicht hebben in technische dingen, bijvoorbeeld een auto, dan in hun vrouw. Dat komt ook door hun egoïsme. Mannen denken dat vrouwen zijn zoals zijzelf en kunnen zich slecht inleven in de gevoelens van hun vrouw.

De vrouw is de zwakkere, zij is ′een zwakker vat′. Met ‘vat’ wordt ‘lichaam’ bedoeld (2 Korinthiërs 4:7). De vrouw is zwakker in lichamelijke en emotionele zin, maar niet per se in geestelijke zin. Denk maar eens aan een vrouw als Debora, die Barak aanspoorde op de vijand af te gaan met de verzekering dat hij de overwinning zou behalen (Richteren 4:4-7). Het gaat hier om het zwakkere van het lichaam en de daaraan verbonden gevoelens. Dat een vrouw daarin anders is, moeten mannen weten en dat moet de manier bepalen waarop zij haar benaderen. De man moet leren begrijpen dat de vrouw veel heeft wat hij mist en daarvoor moet hij haar eren.

Een extra reden om haar te eren –en niet minderwaardig te behandelen– is het feit dat zij een ′mede-erfgenaam van [de] genade van [het] leven′ is. Ook zij heeft door genade deel gekregen aan het eeuwige leven. God maakt geen verschil tussen mannen en vrouwen als het gaat om het ontvangen van eeuwig leven. Dat geeft Hij namelijk zonder onderscheid aan ieder die zijn of haar zonden belijdt en gelooft in het werk van Zijn Zoon op het kruis als ook voor hem of haar volbracht.

Mannen kunnen zich gemakkelijk als heersers gaan gedragen en vergeten dat ze hoofd zijn. Ook vergeten ze dat het heersen nog toekomst is en dat in de toekomst de vrouwen ook zullen heersen met Christus. Als vrouwen trouwer de Heer gediend hebben, zullen zij een groter aandeel in het heersen krijgen. Zo moet de man naar zijn vrouw kijken, zoals God haar ziet.

′De gebeden′, dat is het contact met God, worden ′verhinderd′ als de man niet goed met zijn vrouw omgaat, haar niet op de goede manier benaderd. Als hij zijn vrouw niet eert, als hij geen verstand van haar heeft, zal dit het gebedsleven negatief beïnvloeden. Er wordt dan plichtmatig gebeden of er wordt helemaal niet gebeden. Dat is een kwalijke situatie. Het is Gods bedoeling dat man en vrouw samen de Heer dienen, in Zijn werk bezig zijn, met ieder een eigen werk. In een goed huwelijk zullen ze daar samen over praten en ook samen voor bidden. Gebed is onmisbaar voor het benaderen van elkaar zoals God dat wil. Dat zal hen ervoor bewaren dat ze langs elkaar heen gaan leven. Het gemeenschappelijk gebed van man en vrouw is dan ook van het grootste belang.

Achter een muur

In het tweede deel van Hooglied 2 vers 9, dat aan het begin van deze aflevering is geciteerd, zien we dat er enige reserve is bij de bruidegom in zijn toenadering van de bruid. Dat kunnen we concluderen uit de plaats waar de bruid zich bevindt. Ze zegt zelf dat de bruidegom zich bevindt ′achter onze muur′, de muur die om haar huis heen staat. Hij is voorzichtig dichterbij gekomen en kijkt door de getraliede vensters naar binnen. Ze vindt het fijn dat hij er is, maar er is toch nog een muur tussen hen. Ze noemt het wel ′onze’ muur, maar zij heeft zich erachter verborgen, terwijl hij buiten staat. Het is min of meer háár muur geworden.

Een muur is een beeld van afzondering van het verkeerde om daardoor toegewijd te zijn aan de ander. Die afzondering krijgt echter het karakter van isolement als de ander erdoor wordt buitengesloten. Dat gebeurt als we niet meer vol zijn van de ander. Dan worden andere dingen in ons leven belangrijk. Het leven in een isolement neemt in de wereld en ook onder christenen en ook in huwelijken en gezinnen van christenen steeds meer toe.

Een van de oorzaken is het groeiende individualisme, waardoor ook het egoïsme toeneemt. We willen alles voor onszelf hebben en alles voor onszelf doen. Computers, internet, smartphones, al die apparaten bergen het gevaar in zich dat we ons helemaal in ons eigen wereldje terugtrekken. Onze kinderen groeien ermee op. Ze hebben slechts dat ene apparaatje nodig om zich te vermaken. Maar ook oudere gelovigen kunnen de behoefte hebben aan van alles en nog wat om bij de tijd te blijven. We worden steeds meer door deze apparaten, die sterk ‘ik’ gericht zijn, in beslag genomen.

Mensen weten niet goed meer hoe ze met elkaar moeten omgaan. Het is een herkenbaar tafereel: men zit aan tafel samen te eten, maar er is geen onderlinge communicatie doordat ieder een eigen digitale verbinding met de buitenwereld heeft. Ieder eet voor zichzelf en is intussen druk bezig met zijn smartphone. Als er een berichtje komt, moet er onmiddellijk op worden gereageerd. We moeten ons goed van deze gevaren bewust zijn! Deze apparaten moeten, zo zegt men, de communicatie bevorderen. Maar in werkelijkheid neemt de echte communicatie af en verdwijnt die ten slotte. Het apparaat zegt dat jij belangrijk bent. Mensen hebben behoefte aan mij, ze willen mij iets laten weten; en ik vind het nodig om mensen te laten weten wat ik van een zaak denk.

Het resultaat is dat we geen tijd hebben om ons rustig met het Woord van God bezig te houden, en ook niet om daar als man en vrouw samen over te praten en samen te bidden. We hebben gewoon geen tijd meer. De spijlen of tralies wekken de gedachte dat we in een gevangenis zijn opgesloten. Zitten we gevangen? We kunnen opgesloten zitten in onze eigen gedachten, in ons leven, in de plannen die we hebben en er een gevangene van zijn. Welke plannen hebben we? Wat willen we? Wat is het doel van ons leven? Is dit alles een gevangenis voor ons? Kunnen we aan niets anders denken?

Wees open voor elkaar

Dan wordt het tijd om tot bezinning te komen en als man en vrouw met elkaar in gesprek te gaan en erachter te komen waar de ander mee bezig is. In dit verband is er een praktische les te trekken uit de opmerking die volgt op de instelling van het huwelijk door God: ‘En zij waren beiden naakt, Adam en zijn vrouw, maar zij schaamden zich niet’ (Genesis 2:25). Dat zij ‘beiden naakt’ zijn en zich niet voor elkaar schamen, geeft aan dat er geen enkele schaduw over hun verbintenis ligt. Geen van hen heeft een muur opgetrokken waardoor de een niet meer bereikbaar is voor de ander. Ze gaan in alle openheid met elkaar en met de HEERE God om. Het gaat daarbij om meer dan alleen dat hier twee ongeklede mensen samen zijn. Het laat tevens twee mensen zien tussen wie niets is wat er niet hoort te zijn. Ze hebben niets voor elkaar te verbergen. Ze zien de ander zoals die helemaal is en laten zichzelf helemaal zien zoals ze zelf zijn.

Ik las eens in de krant dat een terroriste was opgepakt die al de tijd dat ze getrouwd was, voor haar man en haar kind had kunnen verbergen dat ze terroriste was. Zij leidde een dubbelleven. Het is helaas zo, dat in sommige huwelijken ook een soort dubbelleven wordt geleid. Dat hoeft niet zo extreem te zijn als bij deze terroriste, maar wat wordt er soms langs elkaar heen geleefd. Wat verbergen sommigen veel voor elkaar.

Als dat bij jou zo is, laat jezelf dan eens ‘naakt’ aan je partner zien, dat wil zeggen: zeg de ander eens alles wat je bezighoudt, waar je je voor wilt inzetten. Ga dat delen met elkaar, wees daarin open naar elkaar toe. Het zou niet zo moeten zijn dat een vrouw moet raden waarmee haar man zich bezighoudt, wat er in hem omgaat. Omgekeerd geldt hetzelfde. Anders kan het zijn dat na verloop van tijd, als het voor elkaar verstoppertje spelen lang genoeg heeft geduurd, men op een schokkende manier met de harde werkelijkheid wordt geconfronteerd: de ander gaat er vandoor.

Daarom nog eens: open jezelf naar de ander toe en luister als de ander zich voor jou opent. Je zult versteld staan van de resultaten. Nooit heeft iemand spijt gehad van een zich openstellen voor de ander. Integendeel, de verzuchting is: ‘Had ik het maar eerder gedaan.’

 

Door Ger de Koning voor Bijbels Beraad M/V 

Laat een reactie achter

0.00