Simsons naam betekent zon.
Is hij een verliezer of een winnaar? (2)
In het eerste deel maakten we kennis met de ouders van Simson, Simson zelf, een deel van zijn leven en konden we leren uit de dingen die hij meemaakte, zijn zwakke kant en wat hij mocht en kon doen door de kracht van de Heere. In dit tweede en laatste deel zullen we meer over zijn leven lezen en ook hieruit kunnen we lering trekken.
Richteren 14, 15 en 16
Simsons strijd, keer op keer door God geleid
“Simson ging naar Timna. En toen hij in Timna een vrouw uit de dochters van de Filistijnen had gezien, ging hij weer terug om het zijn vader en zijn moeder te vertellen. Hij zei: Ik heb in Timna een vrouw gezien uit de dochters van de Filistijnen. Welnu, neem haar voor mij tot vrouw. Maar zijn vader zei tegen hem, evenals zijn moeder: Is er onder de dochters van je broeders en onder heel mijn volk geen vrouw, dat je weggaat om een vrouw te nemen van die onbesneden Filistijnen? Maar Simson zei tegen zijn vader: Neem háár voor mij, want zij is in mijn ogen de juiste. Nu wisten zijn vader en zijn moeder niet dat dit van de HEERE was, dat hij een aanleiding zocht tegen de Filistijnen. Want de Filistijnen heersten in die tijd over Israël”
(Richt. 14:1-4).
Het voorgenomen huwelijk van Simson gaf aanleiding tot de eerste confrontatie met de bezetter, de Filistijnen.
“En Simson zei tegen hen: Laat mij u toch een raadsel opgeven. Als u mij dat binnen de zeven dagen van deze bruiloft goed kunt uitleggen en kunt ontdekken wat het betekent, zal ik u dertig stel onderkleren geven, en dertig stel bovenkleren.
Toen gebeurde het op de zevende dag dat zij tegen de vrouw van Simson zeiden: Haal uw man over om ons het raadsel uit te leggen. Anders zullen wij u en het huis van uw vader met vuur verbranden. Hebt u ons uitgenodigd om ons ons bezit te ontnemen of zo? Toen ging de vrouw van Simson bij hem zitten huilen en zei: Je haat mij alleen maar en houdt niet van mij. Je hebt mijn volksgenoten een raadsel opgegeven en het mij niet uitgelegd. En hij zei tegen haar: Zie, ik heb het mijn vader en mijn moeder niet eens uitgelegd, zou ik het jou dan wel uitleggen? En zij huilde bij hem op de zevende dag dat zij deze maaltijd hadden. Zo gebeurde het op de zevende dag dat hij het haar uitlegde, want zij bleef bij hem aandringen. Vervolgens legde zij het raadsel uit aan haar volksgenoten”
(Richt. 14:12, 15-17).
Zijn toorn was heftig, omdat ze zijn geheim ontfutseld hadden (Richt. 14:12-17). Hij doodde 30 mannen en hield zich aan zijn woord.
Acties leidden tot reacties met desastreuze gevolgen
Later ging hij terug naar de plaats Timna tijdens de tarweoogst (Richt. 15:5). Hij wilde het goedmaken met zijn vrouw en nam ook een geschenk mee (een geitenbokje). Zijn schoonvader had haar echter aan zijn vriend gegeven. Hij gaf Simson geen toestemming om binnen te komen. Dit had gevolgen en werd een probleem voor de Filistijnen. Simson ging weg en ving 300 vossen, bond hun staarten aan elkaar met een brandende fakkel en joeg die dieren het koren in van de Filistijnen. Alles ging in vlammen op.

De Filistijnen namen wraak en verbranden de vader met zijn dochter. Simson sloeg daarop zijn vijanden kort en klein en bracht hen een hele zware slag toe:
“Daarop zei Simson tegen hen: Als u zo doet, zeker, dan zal ik me op u wreken, en pas daarna ophouden.
En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk”
(Richt. 15:8).
Bron van de roepende
In hoofdstuk 15 zien we hoe Simsons strijd tegen de Filistijnen een hoogtepunt bereikte en hij als de grote overwinnaar tevoorschijn komt. Het was niet zijn eigen overwinning, maar het werk van God. Simson is een afhankelijk mens, net als wij, die Zijn werktuig is om de overwinning op de Filistijnen te bewerken. Zo zien we, vlak na een aantal overwinningen op de Filistijnen, Simson ook roepen tot God in zijn zo menselijke nood:
“Maar toen hij hevig dorst kreeg, riep hij tot de HEERE en zei:
Ú hebt door de hand van Uw dienaar deze grote verlossing gegeven.
Zou ik dan nu van dorst sterven en in de hand van deze onbesnedenen vallen?”
(Richt. 15:18)
Rots als schuilplaats
Daarna trok hij zich terug in de rotsspleet van Etam, waar hij veilig dacht te zijn. De Judese mannen onderhandelden met het vijandige leger. Dit had tot gevolg dat de Judeeërs naar Simsons schuilplaats gingen om hem te binden en over te leveren. Ook Jezus werd verraden en overgeleverd. Simson ging akkoord, maar eiste wel dat zij hem niet zouden doden. Ze bonden hem met nieuwe touwen en voerden hem uit de rotskloof naar de Filistijnen (Richt. 15:9).
De schuilplaats in de rots doet mij ook denken aan Mozes:
“Ook zei de HEERE: Zie, hier is een plaats bij Mij, waar u op de rots moet gaan staan.
En het zal gebeuren, als Mijn heerlijkheid voorbijtrekt,
dat Ik u in een kloof van de rots neer zal zetten
en u met Mijn hand zal bedekken
totdat Ik voorbijgegaan ben”
(Ex. 33:21,22).
In Jezus, de Rots zijn wij veilig voor Gods oordeel
In Jezus, de Rots zijn wij veilig voor Gods oordeel én de macht van de vijand. Simson werd meegevoerd door de mannen van Juda, die zich gedroegen als de handlangers van de vijand (Richt. 15:13). Wij verliezen onze positie nooit, maar de vijand is er wel op uit om ons te beroven van het praktische genot hiervan.
Pas op voor verleiding of verzoeking
Met de hulp van God was Simson onaantastbaar voor de vijand (Richt. 16:12). Het was echter geen eervolle overwinning met de ezelskaak van een dood en onrein dier. Wat mij treft bij Simson is dat hij speelde met verleidingen, verzoekingen. Als Nazireeër mocht hij geen wijn drinken, geen dood dier aanraken en ook zijn haar niet af (laten) knippen. Wij zien hem in de wijngaard wandelen (Richt. 14:5) en later ook een dood lichaam aanraken (Richt. 14:9) en met Delila over zijn haar praten (Richt. 16:17-19). En zonder dat hij er erg in had, was de Geest van de Heere van hem geweken (Richt. 16:19,20). Ook voor ons zit hier een lering en waarschuwing in: (Deut. 6:16; Matt. 4:7; Luk. 4:12; 1 Kor. 10:1-13).
“Daarom, wie denkt te staan, laat hij oppassen dat hij niet valt”
(1 Kor. 10:12).
Laven aan de Bron – alle eer aan de Heer!
Simson gaf God niet de eer van de overwinningen en God maakte hem daarna klein. Na die overwinningen in Richteren 15, zien we in vers 18 dat hij vreselijke dorst kreeg. Toen pas besefte Simson, dat hij afhankelijk was van zijn God en dat hij Hem altijd de eer moest geven.
Aan Hem alle eer! De Heere sloeg wel acht op de stem van Simson. Zijn gebeden werden meermaals tijdens zijn leven verhoord:
“Toen kloofde God de holte die er in Lechi is, en er kwam water uit.
Hij dronk en daarop kwam zijn geest weer terug en leefde hij op.
Daarom gaf hij hem de naam Bron van de roepende”
(Richt. 15:19).

Simson noemt deze plek, de ‘Bron van de roepende’. Hij zorgt voor verkwikking. Die frisse waterbronnen zijn een beeld van de Heilige Geest:
“Ook wij allen immers zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij dat wij Joden zijn, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen; en wij allen zijn van één Geest doordrenkt”
(1 Kor. 12:13).
De sterke en de sterkere
Er is geen persoonlijke overwinning, maar een overwinning over een stad. Die stad met zijn poorten symboliseren de sterkte van de vijand. Gaza betekent de sterke. Het was de sterkste stad van de 5 steden. We zien hierin ook een beeld van de geweldige macht van de duivel.
“Want U hebt van de stad een steenhoop gemaakt,
van de versterkte stad een ruïne,
van de vesting van vreemden iets wat geen stad mag heten;
in eeuwigheid zal zij niet herbouwd worden”
(Jes. 25:2).
“En hij gaf leiding aan Israël in de dagen van de Filistijnen, twintig jaar lang”
(Richt. 15:20).

“Toen, te middernacht, stond hij op, greep de deuren van de stadspoort met de beide posten en trok ze los, met grendel en al. En hij legde ze op zijn schouders en droeg ze omhoog naar de top van de berg die tegenover Hebron ligt”
(Richt. 16:3).
Zoals Simson in een triomf de stadspoort wegdroeg en de gesloten stadspoort Simson niet tegen kon houden, zo zullen de poorten van het dodenrijk de Heere Jezus nooit overweldigen. De Heere Jezus is neergedaald naar de lagere delen, maar Hij is nu verhoogd (Ef. 4:8). Zijn triomf is volkomen. De dood kon de Heere Jezus niet in het graf houden. Hij verbrak alle banden van de dood: Hij is de Levensvorst!
Een gelovige zondigt nooit goedkoop
De derde Filistijnse vrouw die een rol speelde in het leven van Simson heette Delila. Het is weer een ongelijk span:
“…en wanneer de HEERE, uw God, hen aan u overgegeven heeft en u ze verslaat, dan moet u
hen volledig met de ban slaan; u mag geen verbond met hen sluiten en hun niet genadig zijn.
U mag geen huwelijksbanden met hen aangaan: uw dochters mag u niet geven aan hun zonen,
en hun dochters niet nemen voor uw zonen. Want zij zouden uw zonen van achter Mij
laten afwijken, zodat zij andere goden gaan dienen en de toorn van de HEERE
tegen u ontbrandt en Hij u al snel wegvaagt”
(Deut. 7:2-4).
Een gelovige zondigt nooit goedkoop. Delila zou een vorstelijk geschenk ontvangen, als zij zou vertellen waar de kracht van Simson vandaan kwam:
“Daarna gebeurde het dat hij een vrouw in het Sorekdal lief kreeg, en haar naam was Delila. En de stadsvorsten van de Filistijnen kwamen naar haar toe en zeiden tegen haar: Verleid hem en zie waarin zijn grote kracht ligt en waarmee wij hem aankunnen. Dan binden we hem vast om hem te bedwingen. Wij zullen u dan elk elfhonderd zilverstukken geven”
(Richt. 16:4,5).
Verleiding en misleiding
Het was niet eenvoudig om achter het raadsel te komen (Richt. 16:6-20). Ze slaagt er uiteindelijk in om zijn geheim te weten te komen. Maar toen een man, die Delila tot zich had geroepen, bij hem de zeven haarlokken van zijn hoofd afschoor, week de Heere van Simson. Hij werd een makkelijke prooi toen zijn kracht, zonder zijn haar, verdwenen was.

“Toen grepen de Filistijnen hem en staken hem de ogen uit. En zij voerden hem af naar Gaza en bonden hem met twee bronzen kettingen. En hij maalde meel in de gevangenis”
(Richt. 16:21).
Werd dit het roemloze einde van de richter van Israël?
Een tragische val in het leven van Simson
Hier in Gaza speelt zich ook het slottoneel af van het leven van Simson. Maar de Heere liet hem niet in de steek, zoals we lezen in de daaropvolgende veelbelovende woorden:
“Maar van het ogenblik af, dat zijn hoofdhaar geschoren was, begon het weer aan te groeien”
(Richt.16:22).
Zijn haar begon weer aan te groeien. Dat gaf hoop voor de toekomst. Simson bracht ook vreugde aan Gods hart door zijn geloof:
“Zonder geloof is het echter onmogelijk God te behagen.
Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is,
en dat Hij beloont wie Hem zoeken.
En wat zal ik nog meer zeggen?
Want de tijd ontbreekt mij om te vertellen over
Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuel en de profeten”
(Hebr. 11:6,32).
Positie van de Nieuw Testamentische gelovige
De positie van de Nieuw Testamentische gelovige is anders. De Geest van God woont permanent in ons; als gelovige zijn we verzegeld met de Heilige Geest (Joh. 14:15-17; Ef. 1:13). Laten we altijd in afhankelijkheid van de Heere blijven leven. De Heilige Geest zal van ons niet wijken, maar wij kunnen die wel belemmeren of uitblussen (Ef. 4:30; 1 Thess. 5:19).
Geestelijk blindheid leidt tot slavernij
Simson was geestelijk blind voordat hij fysiek blind werd (Richt. 16:21). In de gevangenis van Gaza wachtte hem een jammerlijk lot. Wij moeten hiervan leren. De gelovigen te Galatië waren ook goed begonnen (Gal. 2:16). Zij hadden zich echter laten betoveren (Gal. 3:1), zoals Simson zich liet betoveren door Delila. Dit leidde tot geestelijke blindheid en slavernij:
“…en nu u God kent, ja wat meer is, door God gekend bent,
hoe kunt u weer terugkeren naar de zwakke en arme grondbeginselen,
die u weer van voren af aan wilt dienen?
Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft,
en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten“
(Gal. 4:9; 5:1).
Laten wij ons als ware nazireeërs gedragen en het geheim van onze toewijding, d.i. onze zalving met de Heilige Geest en onze afhankelijkheid van God, nooit prijsgeven! Laat onze gedachten niet, door al die verleidingskunsten van de vijand, worden afgetrokken van de eenvoudige en loutere toewijding aan Jezus.

Het tragische einde van het leven van Simson
Tweemaal heeft Simson zijn geheim prijs gegeven onder druk van een vrouw. De sterke held, die een stad kon innemen, kon zijn eigen geest niet beheersen:
“Een geduldig man is beter dan een dappere held,
en wie zijn geest beheerst, is beter dan wie een stad inneemt”
(Spr. 16:32).
Met zijn groeiende haar, groeide ook weer zijn afhankelijkheid van God. Hij leerde daar om weer te bidden. Zijn laatste wens om met de Filistijnen te sterven ging in vervulling. Ook nu werd zijn gebed tot God verhoord. De Heere gaf hem nog één keer zijn bovennatuurlijke kracht terug. Simson moest hen vermaken. Het was wel het voorspel van hun eigen ondergang. Er kwam een confrontatie met hun afgod Dagon (Richt. 16:23,24), die vervolgens het onderspit moest delven.
“Toen riep Simson tot de HEERE en zei: Heere, HEERE! Denk toch aan mij en maak mij toch alleen nog deze keer sterk, o God, zodat ik me met één slag op de Filistijnen kan wreken voor mijn twee ogen. En Simson greep de twee middelste pilaren, waarop het huis gevestigd was en waarop dat steunde: de ene met zijn rechterhand en de andere met zijn linkerhand. Vervolgens zei Simson: Moge mijn ziel sterven mét de Filistijnen! Hij boog zich met kracht en het huis viel op de stadsvorsten en op al het volk dat daarin was. En de doden die hij in zijn sterven heeft gedood, waren talrijker dan die hij in zijn leven gedood had”
(Richt. 16:28-30).

Het einde van het leven van Simson is een treffend voorbeeld van de laatste en de definitieve overwinning van Jezus over de macht van de vijand. In Zijn dood lag het geheim van Zijn overwinning:
“Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende,
en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. Amen.
En Ik heb de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf”
(Op. 1:17,18).
Het Oude Testament verbleekt, als we naar de Heere Jezus kijken

| Bij Simson zien we een dalende lijn, letterlijk maar ook figuurlijk (Richt. 14:1; 16:4). | Jezus ging vrijwillig en Zijn weg ging omhoog. |
| Simson stierf mét zijn vijanden. | Jezus stierf vóór Zijn vijanden. |
| Simson wilde zich wreken. | Jezus stierf uit liefde. |
| Simson werd begraven in het graf en dat was het definitieve einde van zijn loopbaan. | Jezus is verrezen uit het graf en zo zijn wij, Zijn vroegere vijanden, met Hem mede opgestaan tot een nieuw leven. |
| Ongeveer 3000 Filistijnse vijanden vonden de dood (Richt. 16:27). | Op de Pinksterdag werden er 3000 mensen bijgevoegd die tot een geestelijk leven kwamen. |
Alles van het Oude Testament verbleekt, als we naar de Heere Jezus kijken!
Verschil tussen Simson en de Heere Jezus
Er is ook moreel een hemelsbreed verschil tussen Simson en de Heere Jezus. Het type blijkt in vele opzichten ook een antitype. Zoals dat is met veel typen te beginnen met Adam (Rom. 5:14). Het falen van die eerste mens, stelt de volmaaktheid van de tweede Mens des te meer in het licht. Jezus heeft Zijn toewijding nooit prijsgegeven en was trouw tot in de dood.
Alle eer aan Jezus, Die door Zijn dood en opstanding heeft getriomfeerd over de afgodische machten. In die twee pilaren, waar Simson tegen aanleunde, zou je schaduwbeelden van de twee stenen tafelen van de wet en de twee balken van het kruis kunnen zien:
“Want het einddoel van de wet is Christus,
tot gerechtigheid voor ieder die gelooft”
“Hij heeft de overheden en de machten ontwapend,
die openlijk te schande gemaakt en
daardoor over hen getriomfeerd”
(Rom. 10:4; Kol. 2:15).
De Heere Jezus heeft een geweldige overwinning behaald. Eens zal elke knie zich buigen en elke tong belijden dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God de Vader (Fil. 2:8-11).
Jezus is en blijft in alles de grote overwinnaar en Hem komt toe alle eer!
Zijn Shalom, Johan.
Met dank aan en toestemming van Johan Schep geplaatst. Zie voor meer artikelen van Johan ook op: www.oudesporen.nl en www.johan-linda.com
