Simson: kracht in het haar, zwak in het hart (1)

Simsons naam betekent zon.
Is hij een verliezer of een winnaar? (1)

Richteren 13 – De geboorte van Simson

  1. Maar de Israëlieten deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE. Daarom gaf de HEERE hen over in de hand van de Filistijnen, veertig jaar lang.
  2. En er was een man uit Zora, uit het geslacht van de Danieten, en zijn naam was Manoach. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kinderen gebaard.
  3. Toen verscheen er een Engel van de HEERE aan deze vrouw, en zei tegen haar: Zie toch, u bent onvruchtbaar en hebt geen kinderen gebaard. U zult echter zwanger worden en een zoon baren.
  4. Welnu dan, wees toch op uw hoede dat u geen wijn of sterkedrank drinkt, en eet niets onreins.
  5. Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. En er mag geen scheermes op zijn hoofd komen. Want het jongetje zal van de moederschoot af als nazireeër aan God gewijd zijn, en hij zal beginnen Israël te verlossen uit de hand van de Filistijnen.
  6. Toen ging deze vrouw naar binnen en zei tegen haar man: Een Man Gods kwam bij mij en Zijn uiterlijk was als het uiterlijk van een Engel van God, heel ontzagwekkend. Ik vroeg Hem niet waar Hij vandaan kwam, en Hij heeft mij Zijn Naam niet verteld.
  7. Maar Hij zei tegen mij: Zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. Welnu, drink geen wijn of sterkedrank en eet niets onreins, want het jongetje zal van de moederschoot af tot op de dag van zijn dood als nazireeër aan God gewijd zijn.
  8. Daarop bad Manoach de HEERE vurig en zei: Ach, Heere, laat de Man Gods Die U gezonden hebt, toch opnieuw naar ons toe komen om ons te leren wat wij met het jongetje dat geboren zal worden, moeten doen.
  9. En God verhoorde de stem van Manoach, en de Engel van God kwam opnieuw naar de vrouw toe, terwijl zij in het veld zat, en haar man Manoach niet bij haar was.
  10. Toen haastte de vrouw zich en snelde weg en vertelde het haar man. En zij zei tegen hem: Zie, de Man Die op die dag naar mij toe kwam, is mij verschenen.
  11. Toen stond Manoach op en ging zijn vrouw achterna. En hij kwam bij die Man en zei tegen Hem: Bent U de Man Die tot deze vrouw gesproken heeft? En Hij zei: Ik ben het.
  12. Toen zei Manoach: Welnu, laten Uw woorden uitkomen. Wat zal de leefwijze van het jongetje zijn, en wat zijn werk?
  13. En de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Voor alles wat Ik de vrouw gezegd heb, moet zij op haar hoede zijn.
  14. Zij mag niets eten wat van de wijnstok afkomstig is. Wijn en sterkedrank mag zij niet drinken en evenmin mag zij ook maar iets onreins eten. Alles wat Ik haar geboden heb, moet zij in acht nemen.
  15. Toen zei Manoach tegen de Engel van de HEERE: Laat ons U toch hier doen blijven en een geitenbokje voor U bereiden.
  16. Maar de Engel van de HEERE zei tegen Manoach: Ook al doet u Mij hier blijven, Ik zal van uw brood niet eten. En als u een brandoffer wilt brengen, moet u dat aan de HEERE offeren. Manoach wist namelijk niet dat het een Engel van de HEERE was.
  17. En Manoach zei tegen de Engel van de HEERE: Wat is Uw Naam? Dan kunnen wij U eren, wanneer Uw woord uitkomt.
  18. Maar de Engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom vraagt u zo naar Mijn Naam? Die is immers wonderlijk!
  19. Daarop nam Manoach een geitenbokje en het graanoffer, en offerde dit op de rots aan de HEERE. En terwijl Manoach en zijn vrouw toekeken, deed de Engel iets wonderlijks.
  20. Het gebeurde namelijk, toen de vlam vanaf het altaar naar de hemel opsteeg, dat de Engel van de HEERE opsteeg in de vlam van het altaar. Toen Manoach en zijn vrouw dat zagen, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde.
  21. En de Engel van de HEERE verscheen niet meer aan Manoach en aan zijn vrouw. Toen begreep Manoach dat het een Engel van de HEERE was geweest.
  22. En Manoach zei tegen zijn vrouw: Wij zullen zeker sterven, want wij hebben God gezien.
  23. Maar zijn vrouw zei tegen hem: Als het de HEERE behaagd had ons te doden, had Hij het brandoffer en graanoffer van onze hand niet aangenomen en ons evenmin dit alles laten zien en ons nu ook niet iets als dit laten horen.
  24. Daarna baarde deze vrouw een zoon en zij gaf hem de naam Simson. Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem.
Godvrezende ouders

Hoop voor Israël

Opnieuw gaat het mis met het volk. Opnieuw volgt de tuchtiging van de Heere. Dit keer door de hand van de Filistijnen. Er verstrijken 40 jaren. De Heere wacht tevergeefs, want niemand roept Hem aan! Geen enkele noodkreet stijgt op. Het volk Israël is gewend geraakt aan de ellendige situatie van hun slavernij.

Toch zijn er hier en daar nog een paar trouwe getuigen die de Heere vrezen, zoals Manoach en zijn vrouw. De Heere laat ons kennis maken met dit echtpaar, zonder kinderen, uit de stam Dan. Op een dag krijgt de vrouw bezoek van een Engel, een hemelse bezoeker met een blijde boodschap voor haar. Zij zal de moeder worden van de man die Israël uit de hand van de Filistijnen zal beginnen te verlossen. Daarbij moet hij wel aan bepaalde voorwaarden voldoen. Lees hierover in Numeri 6:1-21. Als Nazireeër moet hij geheel aan de Heere gewijd zijn. Hij moet leven in volkomen afhankelijkheid, nuchterheid en reinheid, in een onreine wereld:

“U bent allen kinderen van het licht en kinderen van de dag.
Wij zijn niet van de nacht en ook niet van de duisternis.
(1 Thess. 5:5).

Bevrijdingsplan via twee trouwe Israëlieten en Simson

Het zijn niet de machtigen in Israël aan wie de Heere zijn bevrijdingsplannen voor het volk bekend maakt, maar aan twee arme Israëlieten uit de stam Dan, van het volk. Ze geloven heel eenvoudig en oprecht (Matt. 11:25; 1 Kor. 1:27-29). Manoach wil de naam van die Engel weten en hij krijgt direct het antwoord: WONDERBAAR.

“Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst”
(Jes. 9:5).

Wonderbaar is in het Hebreeuws: Pelle. Zijn Naam is Wonderbaar en Hij handelt ook wonderbaar. Ons leven is óók wonderbaarlijk te noemen!

“Zou er iets voor de HEERE te wonderlijk zijn?”
(Gen. 18:14).

Hij deed een wonder door in een vlam van het altaar op te varen naar de hemel. Op het wonder van Zijn vleeswording volgt het wonder van Zijn dood, opstanding en daarna Zijn hemelvaart. Manoach nam een geitenbokje en een spijsoffer en offerde dit op een rots aan de Heere. Paulus zinspeelt hier ook als volgt op met:

“…zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God”
(Efeze 5:2).

Simson had Godvrezende ouders, maar gaat zijn eigen weg

Zijn vrouw bezat meer geestelijk inzicht dan Manoach (Richt. 13:22,23). Het is een voorrecht voor Simson dat hij geboren werd in een familie waar God persoonlijk werd gekend en gevreesd. Zijn begin is ook goed:

“Het jongetje werd groot en de HEERE zegende hem. En de Geest van de HEERE begon hem aan te vuren in Mahane-Dan, tussen Zora en Esthaol”
(Richt. 13:24,25)

Maar o, wee als hij de leeftijd bereikt heeft waarop hij kan trouwen. Hij kiest – tegen de wil in van zijn ouders – een vrouw uit de dochters van de Filistijnen. Bij Simson zien we wat de mens – onafhankelijk van God – kan doen. Dat is erg verdrietig, maar tegelijkertijd zien we ook wat God door Simson heen doet, door middel van Zijn leiding en Zijn Geest.

De Heere maakt gebruik van Simson (en van zijn fouten)

We kunnen lering trekken uit het leven van Simson, door:

  • A. wat God voor hem deed;
  • B. te leren van zijn fouten;
  • C. te zien wat leven met God tot uitwerking kan hebben.

(A). Wat God door Simson deed

De sterke man die uitverkoren is om Israël te bevrijden, doet ons bij herhaling aan de Heere Jezus denken; de Nazireeër en de grote Overwinnaar van het kruis op Golgotha:

“Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt
en daardoor over hen getriomfeerd”
(Kol. 2:15).
“En hij sloeg hun met een grote slag de botten stuk.
 Daarna vertrok hij en ging in een kloof van de rots Etam wonen”

(Richt. 15:8).

Zoals Simson hun de nek brak, heeft Christus getriomfeerd over Zijn vijand, alreeds tijdens zijn zondeloze leven, maar bovenal aan het kruis:

“Ik zal niet veel meer met u spreken, want de vorst van deze wereld komt
en heeft geen macht over Mij”
(Joh. 14:30).
“Want God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid,
maar van kracht en liefde en bezonnenheid”
(2 Tim. 1:7).

Wij, die in Jezus geloven, hebben ook de Geest van kracht, de Heilige Geest ontvangen.

(B). Simson zijn leven is voor ons ook als een waarschuwing

De sterke held die de leeuw aan de buitenkant overwon, verloor van de leeuw aan de binnenkant. Hij verbrak de banden van de vijand, maar niet de boeien van zijn lusten.

Gevecht met de leeuw

(C). Door de leiding van de Heere, begint Simson het volk van de Filistijnen te verlossen

Samuël, Saul en David gaan door. Het lukt David om met de Filistijnen af te rekenen:

“Daarna gebeurde het dat David de Filistijnen versloeg en hen onderwierp;
David nam Meteg-Amma uit de macht van de Filistijnen”
(2 Sam. 8:1).

Het was Gods genade dat Hij het volk Israël toch een richter stuurde. Er was geen sprake van bekering en geen sprake van gebed. De Israëlieten hadden zich berust in hun lot. Toch gaf God hen een verlosser. Hij had medelijden met hen en Hij keek naar hen om.

Ook hoop voor het gelovig overblijfsel

In Manoach en zijn vrouw zien wij een gelovig overblijfsel, zoals er ook een kleine trouwe groep mensen uit het volk Israël was, tijdens de geboorte van Jezus. Ze verlangden de Heere te dienen en Hem te eren (Richt. 13:19,20). Manoach bracht een brand- en spijsoffer en offerde dit op een rots. Simson is vanaf de moederschoot aan God gewijd. Afgezonderd voor Zijn dienst (Richt. 13:5)! Hij was een Nazireeër (toegewijde) Gods. Simson was het instrument dat de Heere gebruikte tegen de Filistijnen. Als de Geest van God hem aangreep (‘vaardig over hem werd’), was hij onoverwinnelijk.

Simson werkte alleen (Richt. 15:11-13). Hij was een werktuig van Gods Geest. Ook Jezus werd door Zijn volk overgeleverd. De discipelen verloochenden Hem. Simson kwam van de stam Dan (Rechter). Simson is een voorloper van de Rechtvaardige Rechter, onze Heere Jezus.

De naam Simson betekent: ZON

Een nieuwe dag breekt aan, met een opgaande zon, waarvan Deborah al zong:

“Zij, die Hem liefhebben, zijn als het opgaan van de zon in haar kracht”
(Richt. 5:31).
“Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan”
(Mal. 4:2).
“De God van Israël heeft gezegd,
de Rots van Israël heeft tot mij gesproken:
Er komt een Heerser over de mensen,

een Rechtvaardige, een Heerser in de vreze Gods.
Hij is als het licht van de morgen, wanneer de zon opgaat,
een morgen zonder wolken; als de glans na de regen,
die groen laat opkomen uit de aarde”

(2 Sam. 23:3,4).

De tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw

“Hij zei tegen hen: Eten kwam uit de eter, en zoetigheid kwam uit de sterke.
En drie dagen lang konden zij het raadsel niet uitleggen”
(Richt. 14:14).

De geschiedenis van Simson zijn huwelijk en het raadsel tijdens zijn bruiloft (met de Filistijnse vrouw), leert ons iets over de zegenrijke gevolgen van de overwinning van de Heere Jezus over de macht van de tegenstander die rondgaat als een brullende leeuw:

“Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel,
gaat rond als een brullende leeuw, op zoek
naar wie hij zou kunnen verslinden”
(1 Pet. 5:8).

Eten kwam uit de eter, en zoetigheid kwam uit de sterke

Die verslagen en gedode leeuw is een beeld van de duivel, die in Christus zijn meerdere heeft ontmoet. De duivel is ook een “eter” die voortdurend op zoek is naar een prooi. Hij is tevens de sterke die zijn domein bewaakt en die alleen overwonnen kan worden door Iemand die sterker is dan hij.

Wij weten wie de ‘eter’ overwonnen heeft. Dat is de Heere Jezus (Matt. 12:29). Op het kruis is de leeuw overwonnen en tot voedsel geworden, voor hen die dit offer van de Heere Jezus voor hen persoonlijk aanvaarden, om daarna zelf ook tot spijs en zoetigheid voor anderen te kunnen zijn.

“Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, 
de Wortel van David, heeft overwonnen…”

(Op. 5:5).

Simson had geen wapen. Hij behaalde die overwinning met zijn blote handen (Richt. 14:5,6). De Heere Jezus trad satan tegemoet in de kracht die Hij bezat, zonder menselijke hulpmiddelen. Hij streed alleen! Jezus overwon satan door de dood en nam zijn wapen (de dood) af (Hebr. 2:14).

Zegenrijke gevolgen voor hen die geloven

Die overwinning is definitief en absoluut. Die overwinning heeft ook zegenrijke gevolgen voor hen die geloven. Dat betekent een spanningsveld. Enerzijds is de duivel al een verslagen vijand, anderzijds gaat hij tekeer als een brullende leeuw of als een engel van het licht. Echter, zijn nederlaag staat vast. De uitvoering van het vonnis wacht tot Openbaring 20:15. Daarom is de spijs die uitgaat van de eter en de zoetigheid die voortkomt uit de sterke, nog niet voor iedereen beschikbaar.

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, heeft eeuwig leven. Ik ben het Brood des levens. Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, dat Ik geven zal voor het leven van de wereld. Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Want Mijn vlees is het ware voedsel en Mijn bloed is de ware drank”
(Joh. 6:47,48,51,54,55).

Niet iedereen deelt nog in de heerlijke gevolgen van de triomf

De schepping deelt nog niet in die heerlijke gevolgen van de triomf die Jezus heeft behaald, dat gebeurt bij Zijn wederkomst. Ondertussen delen wij, die met Hem verbonden zijn in de zoete en zegenrijke resultaten van Zijn werk. Zij proeven nu al van Zijn honing die uitgaat van de sterke. Simson en ook zijn ouders aten er al van (Richt. 14:9). Alleen de familie van de Overwinnaar deelt op dit moment in de zegen (Luk. 8:21).

Aanvankelijk bestond deze familie eerst alleen uit Joodse gelovigen uit Israël. Later zijn de gelovigen uit alle volkeren er bijgevoegd. Voor veel Joodse mensen is het evangelie een verborgenheid, doordat er een bedekking op hun hart ligt (Rom. 11:8; 2 Kor. 3:15). Voor de Filistijnen is het een raadsel of een dwaasheid (1 Kor. 1:18). Als mensen tot bekering komen gaat die bedekking weg. Ook bij mij (2 kor. 3:16).

Wat is zoeter dan honing en wat is sterker dan een leeuw?

Het raadsel: Wat is zoeter dan honing en wat is sterker dan een leeuw? Niets is te vergelijken met die heerlijke gevolgen van het werk van de Heere Jezus, die de sterkste vijand heeft overwonnen. Zijn liefde was sterker dan de dood. Hij heeft hem die de macht over de dood had tenietgedaan. Wij zijn verlost en wij zijn bevrijd. Wij genieten van voedsel, vrede, vrijheid en een eeuwig leven. Die honing was een zegen van het beloofde land (Deut. 8:7-9). Het beloofde land is een beeld van de hemelse gewesten met zijn zegeningen (Ef. 1:3). Zijn overwinning geeft ons alles! Honing verlicht onze ogen, ons hart en ons verstand (1 Sam. 14:27).

Weet u zich, weet jij je al verlost en bevrijd?

Zijn Shalom, Johan.

Met dank aan en toestemming van Johan Schep geplaatst. Zie voor meer artikelen van Johan ook op: www.oudesporen.nl en www.johan-linda.com

Lees volgende keer verder over het leven van Simson en leer meer…

Vergelijkbare berichten