Een gebed van bekering en vernieuwing

‘Wees mij genadig, o God, overeenkomstig Uw goedertierenheid, delg mijn overtreding uit overeenkomstig Uw grote barmhartigheid. Was mij schoon van mijn ongerechtigheid, reinig mij van mijn zonde. Want ík ken mijn overtredingen, mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen’.
Psalm 51

Deze Psalm vind ik de eerlijkste en meest bemoedigende Psalm van de hele Bijbel. De achtergrond vinden wij in 2 Samuel, hoofdstuk 11 en 12. Wat is Gods Woord toch eerlijk in de weergave van wat er gebeurt!

David vervalt in ernstige zonden

David is al een oudere man, die al een heel leven achter zich heeft. Maar hij bevindt zich nu op een verkeerde plaats. Hij had als koning bij zijn manschappen moeten zijn in het leger, maar hij is thuis op zijn balkon (2 Sam. 11:1,2). Het is thuis op zijn balkon gevaarlijker voor David dan vooraan in de strijd met de vijand. Het lijkt erop dat de keuze om in Jeruzalem te blijven door hem zelf, buiten de wil van God om, genomen is. Op zijn balkon ziet hij dingen, die hij beter niet had kunnen zien en bedenkt hij dingen, die hij niet had moeten denken. Op zijn balkon besluit hij iets wat hij nooit had moeten doen.

David, de man naar Gods hart, heeft seks met de vrouw van een trouwe soldaat genaamd Uria (zijn naam betekent transparant). Als hij te weten komt dat Bathseba zwanger is laat hij Uria van het slagveld halen. Maar Uria is een integer man, hij luistert niet naar Davids plan, zelfs niet als David Uria dronken voert. Ook dan wil hij niet naar huis gaan. Davids stiekeme plan mislukt. David bedenkt echter een volgend snood plan. Hij zorgt ervoor dat Uria in de strijd sterft.

Zonden hebben gevolgen…

In 1 Koningen 15:5 wordt deze zondige daad bij name veroordeeld.
In het geslachtsregister van de Heere Jezus wordt Uria echter genoemd (Matt. 1:5).

Na die daad van lust en moord volgt voor David een zwaar jaar. Hij schrijft in die tijd geen psalmen en hij zoekt de profeet niet op om Gods Woord te horen. Na zijn bekering beschrijft hij dat hij aan de binnenkant van zijn hart stierf (Ps. 32:3,4):

‘Toen ik zweeg, teerden mijn beenderen weg,
onder mijn jammerklachten, de hele dag.
Want dag en nacht drukte Uw hand zwaar op mij,
mijn levensvocht veranderde in een zomerse droogte.’

God verhoort in zielennood

Er gebeurt iets schitterends, want de Heere vergeeft graag (Ps. 86:5) en Hij weet dat David in zielennood is:

‘U, Heere, bent immers goed, mild om te vergeven
en rijk aan goedertierenheid voor allen die U aanroepen.’

Hij stuurt de profeet Nathan, wiens naam ‘geschenk’ betekent, naar David toe. Nathan confronteert David met een gelijkenis over een schaapje dat gestolen was. David begreep dat als herder. Dan opeens deze woorden: Gij, zijt die man, David. David kwam tot bekering en uit dank gaf hij zijn volgende kind de naam Nathan en uit Nathan is de moeder van de Heere Jezus geboren (Ps. 51:3).

Niet onze zonden maar Gods karakter centraal stellen

Het eerste, wat ik leer van David is dat hij het niet heeft over zijn zonden maar over Gods karakter. Hij spreekt over Gods genade en Gods barmhartigheid. Hij maakt geen excuses en er is geen zelfrechtvaardiging in zijn hart. Hij beroept zich op het karakter van de Heere God:

‘Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u,
het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen’
(Ef. 2:8,9)!

Vergeving is niet bij ons te vinden, maar alleen bij de Heere God.

Ware bekering verlangt een transformatie

Ware bekering is eerlijk zijn over onze zonden, geen excuses maken en ook anderen niet de schuld geven. Dat was het verschil tussen David en Saul. Dag en nacht was de zonde, die hij bedreven had, in zijn gedachten. Hij kwam er niet los van. Daarom roept David tot twee keer toe: Was mij en reinig mij (Ps. 51:4,5). David spreekt over zijn zonde niet over straf. Wij weten dat hij gestraft is, want het eerste kindje stierf en ook zijn de gevolgen, tot aan zijn graf, een feit.

David zegt ook niet: Ik zal het nooit meer doen, of ik zal mijn leven beteren. David wist dat zijn oude natuur zich nooit zou bekeren. Daarom blijft David, ook na het voorval met Bathseba, een man naar Gods hart, want deze David leert ook mij om weer in een totale overgave aan de Heere te leven. Hij Die de verandering, van binnenuit – in Hem – moest bewerken.

Elke dag opnieuw…

Het is een dagelijkse beslissing: Niet ik, maar Christus in mij en door mij (Gal. 2:20):

‘Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij;
en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, 
Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.’

Daarom wil David meer dan vergeving. Hij verlangt naar herstel en een nieuw verlangen in Zijn hart, zodat hij de stem van de Heere God meer ruimte geeft, dan de stem van de verzoekingen. En zodat hij meer ontzag krijgt voor Gods Woord, dan zijn gevoelens en zijn verlangens. Ware bekering verlangt een transformatie, niet alleen vergeving. Hij is zo bang dat God Zijn Geest van hem wegneemt. Hij had dat gezien bij koning Saul.

Leven in het Nieuwe Verbond, maar…

Nu leven wij in het Nieuwe Verbond en zijn wij verzegeld met Gods Geest, maar wij kunnen Gods Geest bedroeven en uitblussen. Datgene wat God hem bij zijn zalving als koning had gegeven, was het allerbelangrijkste.

Een psalm van belijden en bekering,
maar ook van innerlijke vernieuwing, herstel en vreugde

Deze psalm is meer dan een psalm van belijden en bekering. Het is ook een psalm van innerlijke vernieuwing, herstel en vreugde (Ps. 51:14). David is net als Petrus: ze ervaren beiden herstel en daarom mogen zij ook doorgaan met het confronteren van mensen over hun zonden.

‘Dan zal ik overtreders Uw wegen leren en zondaars zullen zich tot U bekeren.’
(Ps. 51:15).

Ik word zo bemoedigd door Petrus die, na zijn persoonlijke en publiekelijke herstel, op een machtige wijze weer door de Heere is gebruikt (zie Hand. 1-12).

Een les om nooit meer te vergeten

De les die wij echt nooit meer mogen vergeten is: Niet door kracht en niet door geweld maar door Mijn Geest, zegt de Heere van de legermachten (Zach. 4:6b).

Het kan zijn dat mensen je afschrijven en je een etiket opplakken waar je niet meer vanaf komt. Rachab word in Hebreeën 11:31 nog steeds de hoer genoemd. Daarom leert David ons dat het beter is te vallen in de handen van God, dan in de handen van mensen (2 Sam. 24:14). Het is ook belangrijk om het juiste te vrezen in ons leven. De Heere Jezus leert ons, in Mattheüs 10:28:

‘En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden maar wees veel meer bevreesd voor Hem, Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel’.

Bij de Heere werken alle dingen mee ten goede

Zo zou ook David zeggen, want duizenden zijn getroost en vertroost, door deze psalm die hij schreef na zijn bekering. Wat ben ik dankbaar met die wolk van getuigen die ons toeroepen om de draad weer op te pakken en met blijdschap en vreugde onze levenstaak te vervullen.

Het is altijd te vroeg om het op te geven!

Zijn Shalom, Johan.

Met dank aan en toestemming van Johan Schep geplaatst. Zie ook: www.oudesporen.nl

Vergelijkbare berichten