Overgebleven Brokken (8): Een blik in de hemel

Serie korte Bijbelstudies uit het O.T.

Deel 8: Een blik in de hemel

‘Verder zei Micha: Daarom, hoor het woord van de HEERE: Ik zag de HEERE op Zijn troon zitten, en heel het hemelse leger stond bij Hem, aan Zijn rechter- en aan Zijn linkerzijde. En de HEERE zei: Wie zal Achab misleiden, zodat hij zal optrekken en bij Ramoth in Gilead zal vallen in de strijd? De een nu zei dit, en de ander zei dat. Toen trad er een geest naar voren en ging voor het aangezicht van de HEERE staan. Hij zei: Ik zal hem misleiden. En de HEERE zei tegen hem: Waarmee? Hij zei: Ik zal eropuit gaan en een leugengeest zijn in de mond van al zijn profeten. En Hij zei: U mag misleiden, en u zult er ook toe in staat zijn. Vertrek en doe het zo. Welnu, zie, de HEERE heeft een leugengeest in de mond van al deze profeten van u gegeven, en de HEERE heeft onheil over u uitgesproken.’
1 Koningen 22:19-23

Gods troonzaal

Het belang van dit hoofdstuk uit 1 Koningen wordt wel eens onderschat, denk ik. Het is niet zo’n bekend Schriftgedeelte, maar dat is niet terecht. Het is in feite vergelijkbaar met de bekende eerste twee hoofdstukken van het boek Job, doordat het ons een blik verschaft in de hemel en in de troonzaal van de Almachtige. De rol van de satan en zijn machten wordt eveneens belicht, tot lering en tot waarschuwing voor ons, op wie de einden van de eeuwen zijn gekomen (1 Kor. 10:11).

In het voorgaande hoofdstuk lezen wij dat er nooit iemand is geweest zoals Achab, ‘die zichzelf verkocht om te doen wat slecht is in de ogen van de HEERE, omdat Izebel, zijn vrouw, hem daartoe aanspoorde’ (1 Kon. 21:25). Dit is een soort conclusie, een samenvatting van het leven van Achab. Hoop op verbetering was er niet meer.

Tegen die achtergrond moeten wij dit toneel in de hemelse troonzaal verstaan, waarbij Achab wordt uitgeleverd aan de machten van het kwaad. God oefent ook gezag uit over deze machten, over heel de legermacht van de hemel – en het boek Job laat ons zien dat de satan geen stap verder kan gaan dan God toestaat. God schakelt deze machten in, nu Achab de maat van zijn zonden heeft volgemaakt en hij in Gods rechtvaardige regering opzijgezet wordt.

Verleiding en valse profetie

Er trad een boze geest naar voren en deze stelde zich voor de HEERE (vs. 21). Niet alle gevallen engelen hebben echter zoveel bewegingsvrijheid, zoals de brief van Judas laat zien (Jud.: 6). God maakte hier gebruik van een leugengeest, zoals wij lezen in vers 22 en 23. Deze geest kreeg macht over de hele groep van vierhonderd profeten van de koning. Ik ga ervan uit dat dit ‘profeten van de HEERE’ waren (vgl. vs. 5). De profeten van Baäl waren immers met het zwaard gedood (1 Kon. 19:1). Deze profeten van Jahweh stonden nog steeds in dienst van de goddeloze Achab, maar daardoor compromitteerden zij zichzelf.

Gelukkig was er nog een andere profeet van de HEERE. Het was een eenling, die alleen onheil profeteerde over de koning; daarom haatte Achab hem. Het was Micha, de zoon van Jimla (1 Kon. 22:8). Micha zocht Gods eer, niet de eer van mensen. Zijn naam betekent: ‘Wie is als Jahweh’. De naam Jimla houdt verband met ‘volheid’, ‘vervullen’. De Heere zal Zijn woord vervullen, maar de vraag is of Hij ons hiertoe kan gebruiken. De profeet Micha stond hier tegenover Zedekia, de zoon van Kenaäna, en een grote groep van vierhonderd profeten, die alleen maar gunstig spraken voor koning Achab.

Ook een ware gelovige is niet immuun voor misleiding

De valse profeet had echter ook een mooie naam, want Zedekia betekent: ‘Mijn gerechtigheid is Jahweh’. Kenaäna betekent waarschijnlijk: ‘laagland’. Een mooie naam zegt niet alles. Zelfs een ware gelovige is niet immuun voor misleiding. Wij moeten op onze hoede zijn, want valse profetie werkt aanstekelijk. De vermenging van waarheid en leugen streelt het gehoor. Wij leven in de laatste dagen, waarin vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld. Misschien tooien zij zich ook met mooie namen, zoals ‘de heiligen van de laatste dagen’.

Maar de toetssteen is of zij Jezus Christus, als in het vlees gekomen, belijden (1 Joh. 4:1-6).

Het claimen van Gods Geest

Misschien moeten wij in deze situatie meer denken aan profeten, die profeteren in de trant van: ‘Vrede en veiligheid, en geen gevaar’ (vgl. Jer. 6:13-14; 1 Thess. 5:3). Het zijn brood-etende profeten, die een succes-evangelie prediken. Zij bespelen de mensen; zij doen mee met de massa. Maar wat zij ons voorspiegelen is een fata morgana. Zij beseffen niet dat het oordeel over de wereld en over de afvallige christenheid voor de deur staat.

Zo ging het ook hier, zoals al snel bleek. Want diezelfde dag sneuvelde Achab in de strijd met de Syriërs; zo kwam de koning dóód Samaria binnen (vs. 37). Er bleef niets over van de machtsdroom, de eenheidsdroom. Zo zal het ook gaan met de valse kerk, die het Woord van de levende God heeft losgelaten.

De profeet Zedekia profileerde zichzelf in dit hoofdstuk als de leider van deze groep profeten, die zich vereenzelvigden met het lot van Achab – tot hun eigen schande, zoals nog diezelfde dag bleek. Hij deelde Achabs haat tegenover de ware man Gods. Hij sloeg Micha op de kaak en zei: ‘Langs welke weg is de Geest van de HEERE van mij weggegaan om tot u te spreken?’ (1 Kon. 22:24).

Valse profeet

Het is belangrijk aandacht te schenken aan de claim van deze valse profeet, omdat wij die vandaag de dag ook kunnen horen. De kern ervan is dat men zelf meent te kunnen beschikken over de Geest van God. Zulke mensen beweren dat zij zich bewegen in de stroom van de Geest; zij hebben de zalving van de Geest; zij verrichten wonderen en tekenen, zij hebben een machtige genezingsbediening etc. Het is dezelfde claim die Zedekia had. Maar de Geest van God is vrijmachtig. Hij bindt Zichzelf niet aan boze mensen, die ‘misleiden en misleid worden’ (2 Tim. 3:13).

Het zag er voor Micha niet zo goed uit. Hij zong niet mee in het koor van de profeten van de koning; daarom werd hij in de gevangenis geworpen. Maar God was met hem. Jesaja zegt van de Knecht van de HEERE: ‘(…) want Ik wist dat Ik niet beschaamd zou worden. Hij is nabij, die Mij recht verschaft’ (Jes. 50:7-9; vgl. Rom. 8:33-34). Dat gold ook voor Micha als de dienstknecht van de HEERE. Nog in de loop van diezelfde dag bleek wie er werkelijk een profeet van de HEERE was.

Met dank aan en met toestemming van dhr. H. Bouter overgenomen.

Veel materiaal is speciaal geschreven voor het digitale magazine ‘Rechtstreeks’ (dit is gratis te downloaden via www.oudesporen.nl).

Vergelijkbare berichten