Overgebleven Brokken (1): De bron Lachai-Roï

Serie korte Bijbelstudies uit het O.T.

‘En toen zij verzadigd waren, zei Hij tegen Zijn discipelen: Verzamel de overgebleven brokken, opdat niets verloren gaat. Zij verzamelden die dus en vulden twaalf korven met brokken van de vijf gerstebroden, die overgeschoten waren, nadat men gegeten had’.
Johannes 6:12-13

Deze tekst leert ons zuinig te zijn met het gééstelijke voedsel dat de Heer ons aanreikt, ook al zijn het maar ‘overgebleven brokken’ en geen complete maaltijden in de zin van complete Schriftverklaringen.

De bron Lachai-Roï

‘De Engel van de HEERE vond haar bij een waterbron in de woestijn, bij de bron aan de weg naar Sur (…). En zij gaf de HEERE, Die tot haar sprak, de naam: U bent de God Die naar mij omziet! Want zij zei: Heb ik hier dan Hem gezien Die naar mij omgezien heeft? Daarom gaf men die put de naam: de put Lachai-Roï (d.i. de Levende Die naar mij omziet)’.
Genesis 16:7-14

Gods openbaring aan Hagar bij de bron Lachai-Roï, leidde ertoe dat zij dankbaar de naam van de Heere aanriep. De God des aanziens had naar haar omgezien en had Zich over haar ontfermd. En Hij had haar de juiste weg gewezen, ook al was die niet eenvoudig voor haar.

Drinken van het levende water

Let nu op Hagars reactie. Die is van groot belang voor iedere gelovige die drinkt van het levende water. Het noemen van de naam van de Heere (Gen. 16:13), is in feite een daad van aanbidding. Het is het erkennen en het uitspreken van alles wat Hij voor ons is. Dat willen wij als christenen ook graag doen en daarom roepen wij God aan als onze Vader, in Jezus Christus onze Heer. Wij mogen Zijn grootheid uitspreken in onze liederen, gebeden en dankzeggingen. Dit is het hart van de christelijke eredienst, zoals de apostel ook bevestigt: ‘Laten wij dan door Hem God voortdurend een lofoffer brengen, namelijk de vrucht van onze lippen, die Zijn naam belijden’ (Hebr. 13:15).

De dankbare reactie, het antwoord op Gods openbaring aan ons in Jezus Christus, is dat wij onze God eren en verheerlijken en Zijn kostbare naam prijzen in onze liederen en gebeden. Evenals Hagar kennen wij Hem als de levende God, Die in Zijn verkiezende genade naar ons heeft omgezien. Wij dienen de levende en waarachtige God. Wij hebben een levende Heer, die dood en graf heeft overwonnen.

De bron die God ons aanwijst op onze tocht door de woestijn

Genesis 24 en 25 voegen nog iets hieraan toe. De bron Lachai-Roï werd later namelijk Izaks verblijfplaats in het Zuiderland (Gen. 24:62; 25:11). Wij zien deze bron in het leven van Izak dus als een permanente verblijfplaats, een vaste woonplaats. Zo zou het ook met ons moeten zijn. Wij komen niet alleen maar ‘toevallig’ bij de bron die God ons aanwijst op onze tocht door de woestijn. Nee, wij mogen daar woning maken, dat is Gods bedoeling. Hij wil ons daar zegenen, zoals Hij ook Izak zegende. Daarom zegt de psalmdichter: ‘Welzalig zijn zij die in Uw huis wonen, zij loven U voortdurend’ (Ps. 84:5).

Zo wordt een rondtrekkende pelgrim die in de woestijn van dit leven naar water smacht, later een priester in Gods huis. Hij heeft daar dan zijn verblijfplaats gevonden, een plaats van voortdurende gemeenschap met de God Die leeft, een plaats van ononderbroken zegen, evenals Izak (Gen. 25:11). Te leven, te wonen bij de Bron is méér dan het hebben van een incidentele ontmoeting met Hem!

Met dank aan en met toestemming van dhr. H. Bouter geplaatst.

Veel materiaal is speciaal geschreven voor het digitale magazine ‘Rechtstreeks’ (dit is gratis te downloaden via www.oudesporen.nl). Verder moet nog worden vermeld dat de eerste drie karakterschetsen door dhr. H. Bouter vrij vertaald en bewerkt zijn uit het Engels. Deze zijn van de hand van David Reid, een Amerikaanse Bijbelleraar.

Vergelijkbare berichten