Nieuwe en oude dingen – uit de schatkamers van Gods Woord (9b)

19 Bijbelstudies over thema’s uit het Oude en Nieuwe Testament

Deze is Mijn geliefde Zoon (deel 2)

‘Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik welbehagen heb gevonden’.
Mattheüs 3:17

(In deel 1 zijn we geëindigd met deze vraag:)

Zijn wij bereid om de Heer te dienen? Zijn wij bereid om te doen wat Hij van ons vraagt?

De Heere Jezus was de trouwe Knecht van God, de ware Dienaar, de Knecht van de Heere. Hij was bereid om alles te doen wat God van Hem vroeg; en we lezen in de profetieën over de Knecht van de Heere, dat Hij elke morgen als het ware wachtte op het Woord van God. Hij zette Zich neer als een Leerling, om te luisteren naar wat God tegen Hem zou zeggen:

‘Hij wekt Mij elke morgen, Hij wekt Mij het oor, zodat Ik hoor als zij die onderwijs ontvangen’
(Jes. 50:4).

Zie, Mijn Knecht

Als we zo willen luisteren naar Gods Woord, als we bereid zijn te dienen en een nederige plaats in te nemen, dan zal de Heer ons duidelijk maken wat wij te doen hebben. In Mattheüs 12 wordt de eerste profetie over de Knecht van de Heere aangehaald (Jes. 42:1-4). Daar zien we de ware Knecht:

‘Zie, Mijn Knecht Die Ik heb verkoren, Mijn Geliefde in Wie Mijn ziel welbehagen gevonden heeft!’ (Matt. 12:18).

Klinkt hier eigenlijk niet het enthousiasme in door dat God gevonden heeft in de Heere Jezus? Elk woord getuigt ervan. Zie, Mijn knecht, Die Ik heb uitverkoren. Mijn Geliefde, in Wie Ik een welbehagen heb gevonden. Elke voetstap van de Heer, elke daad, elk woord was in overeenstemming met de wil van God de Vader. Alles beantwoordde aan wat de Vader wilde en wenste. Zie, Mijn Knecht!

De inwonende Heilige Geest om ons te leiden op onze weg

Zou de Heer dat ook van ons kunnen zeggen: Mijn geliefde, in wie Ik een welbehagen heb gevonden? De belofte hier is: ‘Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd’ (Jes. 42:1). En wij hebben de Heilige Geest inwonend, opdat de Geest ons zou kunnen leiden op onze wegen, bij alles wat we doen. Zodat wat er van ons uitgaat, een vreugde zou zijn voor het hart van God de Vader, en tot Zijn welbehagen.

Wij bevinden ons hier in een heel andere situatie dan in Mattheüs 3, toen de Heer aan het begin van Zijn werk stond. Hij is hier in Mattheüs 11 en 12 al Degene Die verworpen is door Zijn volk. Hij is de verworpen Messias. Later in hoofdstuk 13 zien we dat ook duidelijk, doordat het Koninkrijk der hemelen een andere gedaante aanneemt in de wereld, een verborgen gedaante. Het is geen koninkrijk van kracht, macht en majesteit, maar het blijft verborgen en er is een vermenging te vinden van goed en kwaad, van bozen en goeden, totdat de Koning zal terugkomen.

De vorming van de gemeente van de levende God

Maar in Mattheüs 16 spreekt de Heere Jezus voor het eerst over de vorming van de gemeente van de levende God. Op deze Rots zal Ik Mijn gemeente bouwen! Daar zien we dus dat er een andere tijd aanbreekt, een andere bedeling, nadat de Heer als de Messias door Zijn volk verworpen is. Dit grote omslagpunt vinden we in Mattheüs 11 en 12. En in overeenstemming daarmee lees je dan ook dat de Heer de discipelen waarschuwt dat ze Hem niet openbaar moeten maken.

Hij wilde niet zozeer het Middelpunt van de natie zijn, nu Hij verworpen was. Hij zou als de Knecht van de Heere niet schreeuwen of twisten, en niemand zou Zijn stem op de straten horen. Hij vraagt niet om aandacht voor Zichzelf, maar is tevreden om te dienen, om tot Gods welbehagen te zijn in alle eenvoud en nederigheid. Hij zal niet twisten of schreeuwen, niemand zal Zijn stem op de straten horen.

De Heere Jezus heeft aandacht voor het individu

De Heere Jezus heeft wel aandacht voor het individu. Het geknakte riet zal Hij niet verbreken, en de walmende vlaspit zal Hij niet uitblussen. Hij heeft oog voor mensen die met problemen te maken hebben, die te vergelijken zijn met een geknakt riet, mensen die een verbroken hart hebben en veel verdriet hebben. Zo heeft Hij ook oog voor de walmende vlaspit. Misschien schijnt ons licht niet zo helder en is het niet duidelijk zichtbaar, dat wij de Heer kennen en Hem toebehoren, dat wij Hem dienen. Maar ook een walmende vlaspit zal Hij niet uitblussen.

Hij heeft medelijden met de Zijnen, ook al verkeren ze in omstandigheden die moeilijk zijn. Hij heeft aandacht voor het individu, en dat zien we ook terwijl Hijzelf de verworpen Messias is. Dat blijkt hier in Mattheüs 11, waar de volmaaktheid van de Persoon van Christus duidelijk zichtbaar wordt. Want hoewel Hij de Verworpene is en het ‘Wee u’ moet uitspreken over de steden waar Hij had gepredikt, kan Hij toch de Vader danken en prijzen.

Dit geldt ook voor ons: het is een duidelijk bewijs van het zoonschap dat volgens Gods gedachten is. Zodat wij de Vader loven en danken en op Hem vertrouwen, zelfs al zijn de omstandigheden helemaal niet zoals we het zouden wensen. ‘Ik prijs U, Vader, Heer van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen hebt verborgen voor wijzen en verstandigen’. Die wijzen waren de leiders van het volk, die de Heer hadden verworpen, die wijs waren in eigen ogen. ‘Maar aan kleine kinderen hebt U het geopenbaard. Ja Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U’.

De weg van Gods welbehagen

Die weg van verwerping van de kant van Zijn eigen volk, de weg van lijden, van smaad, die de Heere Jezus moest gaan hier op aarde, dat was de weg van Gods welbehagen. Zo is het een welbehagen geweest voor U. De Heere Jezus wist immers, doordat Zijn eigen volk Hem had verworpen, dat nu Gods plan met de gemeente en met de volken in vervulling zou gaan. Dat dit nu de wil van God was, het welbehagen van God.

We kunnen denken aan 1 Korinthiërs 2, dat de leiders van het volk ‘de Heer der heerlijkheid’ hebben gekruisigd. Als ze geweten zouden hebben Wie Hij was, zouden ze dat niet hebben gedaan. Maar het moest zo gaan, het was de wil van God, Zijn welbehagen. Zo is het een welbehagen geweest voor U!

De Heer Jezus richt Zich op het individu, uit Israël, de volken en op allen die tot Hem zouden willen komen

En zo richt de Heer Zich op het individu, op al degenen zowel uit Israël, als uit de volken, die tot Hem zouden willen komen. Allen die vermoeid en belast waren. ‘Kom tot Mij en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart’.

De Heer verzette Zich niet tegen de weg die Hij moest gaan – en Hij was de Koning van Israël, Hij was de beloofde Messias. Hij kwam met alle bewijzen daarvan te midden van het volk. Dit was geen kleinigheid dat Hij verworpen werd, dat Hij aan de kant geschoven werd, maar toch bleef Hij volkomen onderworpen aan de wil van de Vader. ‘Ik prijs U, Vader’.

Ja Vader

Niet eenvoudig om dat steeds te zeggen, evenals de Heer het deed. In welke omstandigheden wij ook verkeren als discipelen, volgelingen van de Heer, wij mogen van Hem leren. Dan mogen we dezelfde Geest, dezelfde gezindheid tentoonspreiden. ‘Leer van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart. U zult rust vinden voor uw zielen’. Dus ook rust op de weg die de Heer ons doet gaan. Wat Hij ons oplegt is niet zoals het harde juk van de farizeeën, of de last die Mozes aan het volk oplegde. De last die de Heer aan ons oplegt, is zacht: ‘Mijn juk is zacht, Mijn last is licht’.

En zo zijn wij volgelingen van Hem geworden, Die door de wereld, het Joodse volk en door de Romeinen is buitengeworpen. Verhoogd aan het kruishout. Weg met Hem, wij willen niet dat Deze koning over ons is. Die Heer behoren wij toe.

En als wij Hem in alle eenvoud volgen en dienen, dan kunnen wij toch in ons leven hier als volgelingen van Hem, leven tot eer van de Heer en tot verheerlijking van God de Vader. We kunnen toch als broeders en zusters, als gelovigen, tot Gods welbehagen zijn. Ook al zijn we vreemdelingen en bijwoners op aarde en delen we in de verwerping van Christus. God kan ook in ons Zijn welbehagen vinden, als we in overeenstemming met Zijn Woord en Zijn gedachten leven.

Luister naar Hem

En dan vinden wij in Mattheüs 17 weer een heel ander toneel: de verheerlijking op de berg. Geen toneel van verwerping, zou je zeggen, maar eigenlijk een voorsmaak van de heerlijke toekomst die nog uitstaat. Hier werd de Heere Jezus voor de ogen van Zijn discipelen van gedaante veranderd. Zijn gezicht straalde als de zon, Zijn kleren werden wit als het licht.

Petrus, die zag hoe Mozes en Elia met de Heer spraken, zei toen: ‘Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als u het wilt, zal ik drie tenten maken, voor U één, voor Mozes één en voor Elia één’. Hij stelde weliswaar de Heer op de eerste plaats, maar de Heer is zo uniek, zo bijzonder dat Hij toch niet op één lijn met Mozes en Elia, met deze grote mannen kan worden geplaatst.

In Mattheüs 3 hebben we gezien dat de Heere Jezus Zich voegde bij de berouwvolle zondaren, maar Hij was géén zondaar. De hemel ging open en getuigde daarvan: ‘Deze is Mijn Zoon, de Geliefde’. En hier zie je eigenlijk iets soortgelijks gebeuren. Als mensen Hem op één lijn met anderen willen plaatsen, ook al zijn het grote mannen van God zoals Mozes en Elia, dat kan niet. Dat is een vergissing.

Dan gaat de hemel om zo te zeggen weer open. De lichtende wolk verschijnt, dat is de wolk van Gods tegenwoordigheid, die als een schaduw is. En een stem uit de hemel zei: Deze is het. Déze, niet Mozes die zelf de wet had gegeven, niet Elia die het volk had teruggebracht tot de wet. Maar Déze, in Wie de genade en de waarheid gestalte hadden gekregen. Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik welbehagen gevonden heb, luister naar Hem.

Een voorproef van het Vrederijk

Hier in dit toneel hebben we eigenlijk een voorproef van het Vrederijk, waar de Heere Jezus zal heersen als de Zon der gerechtigheid. Zijn gezicht straalde als de zon, Zijn kleren werden wit als het licht. Dat zal een heerlijke toekomst zijn, die nog uitstaat. Inderdaad, als Hij Zijn koningschap hier op aarde zal mogen uitoefenen.

En dan zal Hij niet alleen de Koning van Israël zal zijn, maar ook van de volken. Hij is de Heer van de heren en de Koning van de koningen. Zo zal Hij straks verschijnen in heerlijkheid en zal Hij regeren met de Zijnen. Ook dan, in die toekomst die ook nu nog voor ons ligt, zal de Heere Jezus de Man van Gods welbehagen zijn, Die het welbehagen van God ten uitvoer zal brengen.

We lezen in Jesaja 53, dat als de Heer Zijn leven gesteld heeft als een schuldoffer en Zijn ziel heeft uitgestort in de dood, dat Hij daarna vrucht zal zien. Dan zal Hij nageslacht hebben en zal het welbehagen van de Heere door Zijn hand voorspoedig zijn (vs. 10). Gods welbehagen is vervuld door de Heere Jezus tijdens Zijn leven op aarde, het wordt nu vervuld in deze tijd door de vorming van de gemeente, doordat de Heilige Geest mensen toevoegt aan de gemeente.

Ook straks, in die grote toekomst die nog uitstaat,
als de Heer zal verschijnen…

Maar ook straks in die grote toekomst die nog uitstaat, als de Heer zal verschijnen, dan is Hij ook de geliefde Zoon, de Uitverkorene, de Man naar Gods hart, de Man van Gods welbehagen. Luister naar Hem! En toen zij hun ogen opsloegen, zagen zij niemand dan Jezus alleen.

Moge de Heer geven dat dit ook voor ons geldt, dat wij Hem zien in Zijn grootheid. Niemand dan Jezus alleen! Zodat wij Hem mogen bewonderen, en Hem telkens zien in al Zijn rijkdom en de heerlijkheid van Zijn Naam, zoals Hij in het Woord van God tot ons komt.

Met dank aan en met toestemming van dhr. H. Bouter overgenomen.

Deze bundel studies bestaat deels uit bewerkte toespraken, die de betreffende hoofdstukken begrijpelijk en goed leesbaar maken. Een bevriend echtpaar van dhr. H. Bouter, heeft de moeite genomen die uit te typen. Het is zijn en ons gebed dat Gods zegen zal rusten op dit werk.

Vergelijkbare berichten