Nieuwe en oude dingen – uit de schatkamers van Gods Woord (8b)

19 Bijbelstudies over thema’s uit het Oude en Nieuwe Testament

De Zon der gerechtigheid (8a) en de blinkende Morgenster (8b)

Wat is onze toekomstverwachting?

Een studie over:
* Maleachi 3:16-18; 4:1-6;
* 2 Petrus 1:16-21;
* Openbaring 2:26-28; 22:16-21

(In het vorige deel hebben we het begin kunnen lezen van dit hoofdstuk. We hebben voornamelijk in Maleachi kunnen lezen over de Zon der gerechtigheid. En dat zowel het laatste boek van het Oude Testament als het laatste boek van het Nieuwe Testament eindigt met de komst van onze Heer en Heiland en dat er een groot verschil is. Er is een onderscheid…)

De blinkende Morgenster

Maar wat we in Openbaring 22 hebben gelezen, dat gaat niet over de Zon der gerechtigheid, maar over de blinkende Morgenster, waarover wij wel zingen: ‘Kom, o schone Morgenster, wacht nu toch niet langer’. En dat is een belangrijk verschil. Want de komst van de Heere Jezus als de Zon van de gerechtigheid – dat begrijpen we allemaal en we hebben dat ook gelezen – houdt in dat Hij zal terugkomen in majesteit om alles wat in strijd is met Gods gedachten te verteren in de vuurgloed van het oordeel. Terwijl de komst van de Heere Jezus als de blinkende Morgenster speciaal gaat over de hoop voor de gemeente in onze tijd.

Hij komt voor de gemeente als de blinkende Morgenster, en die ster wordt gezien terwijl het nog nacht is. Terwijl de dag nog niet is aangebroken, ja, juist als het nog heel donker is, dan is de blinkende morgenster te zien. Dit spreekt ervan dat de Heere Jezus zal komen voor Zijn gemeente om haar bij Zich te nemen in Zijn heerlijkheid, zodat zij gespaard blijft voor de oordelen van de Grote Verdrukking. Daarna, als die oordelen zijn uitgevoerd, dan zullen wij inderdaad met de Heere Jezus terugkomen en met Hem in de heerlijkheid verschijnen, om deel te hebben aan die grote dag. De dag, dat is de tijd van Zijn heerschappij, Zijn openbare regering in deze wereld.

Er zijn drie plaatsen die we gelezen hebben, die spreken over de Morgenster. Ik wil daar kort nog iets over zeggen. De eerste is in 2 Petrus 1. Daar lezen we in feite over de beide aspecten van Zijn komst: de verheerlijking van de Heere Jezus als de Zon van de gerechtigheid en het opgaan van de Morgenster. Het eerste is wat de discipelen hebben gezien, toen ze met de Heere Jezus op de heilige berg waren en ooggetuigen van Zijn majesteit waren. Er staat in één van de evangeliën, ik meen Mattheüs, dat het gezicht van de Heere Jezus veranderd werd en dat Zijn gezicht straalde als de zon (Matt. 17:2).

Dat was eigenlijk een voorproef van wat er gezien zal worden als de Heere Jezus verschijnt als de Zon der gerechtigheid. Maar dat wordt in onze tijd nog niet gezien, integendeel. De Heere Jezus is verworpen door de wereld. En Petrus zegt: het is donker in de wereld, het is een duistere plaats geworden (2 Petr. 1:19). Wat wij als gelovigen nu hebben, dat is het profetische Woord, dat is de Bijbel. Petrus zegt: U moet de Bijbel lezen en letten op de profetische boodschap ervan. U doet er goed aan hierop acht te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats.

Het is inderdaad een donkere wereld waarin we leven, waarin Gods normen niet worden gerespecteerd. Wij waren vroeger, vóór onze bekering, zelf ook duisternis. Maar nu zijn wij licht in de Heer geworden (Ef. 5:8-9). Maar in de wereld is het donker. En Paulus zegt: de nacht is ver gevorderd, de dag is nabij (Rom. 13:12). Maar wat we wel hebben in die duistere wereld, waaraan we ons mogen vastklemmen, dat is het Woord van God. Dat is het profetische Woord, dat schijnt als een lamp in een duistere plaats. En als we het Woord van God liefhebben en het koesteren, als we dat de plaats geven die het toekomt en het in ons hart bewaren, dan worden wijzelf bewaard in de gemeenschap met God en met de Heere Jezus.

Maar dan wordt ons oog gericht op de heerlijke toekomst die ons te wachten staat. Als we het Woord zó in ons hart bewaren, daarin lezen en daarop acht geven, dan zal het zijn werk doen in onze harten. En dat blijft zo, totdat de dag aanbreekt en de Morgenster opgaat in onze harten. Ik denk dat hiermee bedoeld wordt dat ons oog, dat ons hart meer gericht wordt op de heerlijke toekomst die ons wacht.

Toekomstverwachting

Die toekomstverwachting heeft een uitwerking, die verandert ons. Petrus zegt hier: Let op dat Woord van God, totdat de dag aanbreekt en de Morgenster opgaat in uw harten. Dus dat licht van die nieuwe dag, het licht van de Morgenster, kan nu al schijnen in je hart. Dat is wonderlijk, maar het is het werk van Gods Woord, het werk van de Heilige Geest. En dan is het duidelijk dat de Heere Jezus een grote plaats heeft in ons hart en in ons leven, doordat de Morgenster opgaat in ons hart en wij ons mogen bezighouden met Zijn heerlijkheid.

De heerlijkheid van Zijn Persoon: dat is één ding wat de Morgenster betreft. Het is niet heel ver weg. Ik heb eens gecorrespondeerd met iemand, die zei: ‘Ja, de komst van Christus kan nog makkelijk 1000 jaar duren’. Maar als je zo redeneert, dan leef je niet in het licht van Zijn komst. Dan leef je niet in de verwachting ervan, en is de Morgenster ook niet opgegaan in je hart. Dan verlang je niet naar Hem. Maar dat is wat God door Zijn Woord en Geest in ons wil bewerken, dat het licht is in ons hart en in ons leven, dat de dag al aanbreekt en dat de Morgenster, de Heere Jezus Zelf, de ereplaats in ons hart en leven heeft. Dat zou heerlijk zijn als het bij ons allemaal zo is, dat de Heere Jezus de plaats krijgt die Hem toekomt.

Dit is ook de belofte van de Heiland, zoals we zien in het boek Openbaring, waar wij lezen: ‘Ik zal hem de Morgenster geven’ (Openb. 2:28). In elke brief in Openbaring 2 en 3 vinden we een aantal beloften voor de overwinnaars. Hier in Thyatira hebben we twee beloften, en ik denk dat de eerste ook weer te maken heeft met het aanbreken van de dag van de Heere, de wederkomst van Christus in macht en majesteit.

De Heere Jezus zal straks terugkomen

De Heere Jezus zal straks terugkomen. Hij zal het oordeel uitoefenen en de volken hoeden met een ijzeren staf. We kunnen het lezen in Psalm 2. Want dat is het plan van God. Hij heeft Zijn Koning gesteld over Sion. De beloofde Messias-Koning zal regeren en de volken hoeden met een ijzeren staf. Maar allen die de Heere Jezus toebehoren, zullen ook samen met Hem regeren. Zij zijn met Hem verbonden in de uitoefening van Zijn bestuur.

Maar dan die tweede belofte voor de overwinnaars, dat is een veel intiemere belofte. Daar gaat het niet om de macht om te regeren, om invloed in de wereld uit te oefenen, om de volken te oordelen, maar het is de belofte van de Heere Jezus Zelf: Ik zal hem de Morgenster geven. Dat is alsof de Heere Jezus heel persoonlijk tegen ons zegt: Ik kom straks voor jou, om jou op te nemen in Mijn heerlijkheid, zo mag je voor altijd bij Mij zijn in het huis van de Vader. Dan mag je Mijn heerlijkheid zien, de heerlijkheid die de Vader Mij gegeven heeft. Ik zal jou de Morgenster geven, jij behoort Mij toe en Ik ben van jou. Het is een heel persoonlijke belofte voor elke overwinnaar, voor ieder die de komst van de Heer verwacht en instemt met de woorden: ‘Kom, o schone Morgenster’.

Datzelfde vinden we eigenlijk in Openbaring 22, waarmee de Bijbel besluit om zo te zeggen. Want Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden, om deze dingen te betuigen voor de gemeente. Ik ben de wortel en het geslacht van David. Misschien moeten we daarbij ook weer denken aan dat eerste facet, dat de Heer met macht zal regeren. Hij is de Zoon van David, de wortel en het geslacht van David. Hij zal verheerlijkt worden in deze wereld. Hij komt voor Zijn volk, voor Israël, om dat te bevrijden. Hij zal met Zijn volk ook heersen over alle tegenstanders. Alle vijandige volken zullen verslagen worden. Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf.

Maar er is nog iets. Hij is niet alleen de wortel en het geslacht van David, maar Hij is ook de blinkende Morgenster. Dat is de specifieke hoop van de gemeente. Natuurlijk verlangen wij ook ernaar om te verschijnen met de Heere Jezus in heerlijkheid en majesteit, en met Hem verheerlijkt te worden. Maar de hoop van de gemeente is in de eerste plaats dat wij Hem zullen ontmoeten in de lucht; dat Hij speciaal zal afdalen om de bruidsgemeente tot Zich te nemen, om haar te ontmoeten in de lucht en haar dan in te voeren in het Vaderhuis. Hij is de blinkende Morgenster voor ons, want wat er dan volgt in Openbaring 22:17, is speciaal een belofte voor de gemeente.

De Geest en de bruid zeggen: Kom!

Want leest u het nog maar eens goed. Het zijn de Geest en de bruid die zeggen: Kom! Als de Heere Jezus Zich zo voorstelt als de Morgenster, wat is dan de reactie? Dan zeggen we niet: Wat een dag zal dat zijn, als de goddelozen verteerd zullen worden en alle ongerechtigheid geoordeeld zal worden, dát zal heerlijk zijn. Maar hier is de reactie: de Geest en de bruid zeggen: Kom! Dit is het werk van de Heilige Geest in de bruidsgemeente. En de bruid verlangt naar de Bruidegom. De bruid zegt: Kom! De Heilige Geest werkt dit in ons hart door middel van het Woord. En laat ieder die het hoort, zeggen: Kom! Ieder die hier vanavond is, die het Woord van God gelezen heeft en gehoord heeft – laat het niet langs je heengaan! Laat het zijn uitwerking hebben in je hart en in je leven, wanneer Hij zegt: Kom!

Blijf niet onverschillig, als de Heere Jezus Zichzelf zo aan je voorstelt. Ga er niet aan voorbij, maar stem in met dat verlangen van de Geest en de bruid: Kom! En als je de Heere Jezus nog niet kent en niet Zijn eigendom bent, als je nog dorst hebt, dan geldt de oproep: Laat hij die dorst heeft, komen. Laat hij die wil, het levenswater nemen om niet. Het is nu nog de tijd van de genade. Het levende water is nu nog beschikbaar voor ieder die gelooft. Als je dorst hebt, kom dan. Wacht niet totdat het te laat is. Wacht niet, totdat de Heere Jezus gekomen is; dan is het voor altijd te laat. Hij Die deze dingen getuigt, dat is de Heere Jezus. Hij zegt: Ja, Ik kom spoedig.

Dan vinden we opnieuw een reactie. Zouden we onverschillig kunnen blijven tegenover onze Heer en Heiland, als Hij zegt: Ja, Ik kom spoedig. Het duurt al zo lang, er zijn al zoveel eeuwen verstreken. Wat is onze reactie? Amen, kom, Heere Jezus! En wat hebben we dan nog nodig, zolang de Heer nog niet is teruggekomen, zolang Hij nog wacht? We lezen het hier: ‘De genade van de Heere Jezus Christus zij met alle heiligen’. Die genade, daaraan mogen we ons toevertrouwen, die is genoeg voor iedere dag dat Hij nog niet gekomen is.

Laten we ons dus toevertrouwen aan de genade van onze Heere Jezus Christus. Die genade is er voor u, en voor mij, voor alle heiligen. Hij kent ons. In Maleachi hebben we gezien dat Hij een register heeft, een namenboek waarin iedereen genoteerd staat en ook alles over ons leven is opgeschreven. Het is een gedenkboek ten goede van hen die de Heere vrezen en Zijn naam hoogachten. Laten we ons toevertrouwen aan het werk van Zijn genade. Totdat Hij komt.

Met dank aan en met toestemming van dhr. H. Bouter overgenomen.

Deze bundel studies bestaat deels uit bewerkte toespraken, die de betreffende hoofdstukken begrijpelijk en goed leesbaar maken. Een bevriend echtpaar van dhr. H. Bouter, heeft de moeite genomen die uit te typen. Het is zijn en ons gebed dat Gods zegen zal rusten op dit werk.

Vergelijkbare berichten