19 Bijbelstudies over thema’s uit het Oude en Nieuwe Testament
De Zon der gerechtigheid (8a) en de blinkende Morgenster (8b)
Wat is onze toekomstverwachting?
Een studie over:
* Maleachi 3:16-18; 4:1-6;
* 2 Petrus 1:16-21;
* Openbaring 2:26-28; 22:16-21
De volheid der tijden
Het is wonderlijk dat zowel het Oude als het Nieuwe Testament eindigen met mededelingen over de wederkomst van Christus. Het Oude Testament eindigt daarmee en ook het Nieuwe Testament. Het lijkt erop dat God naar dit grote doel toewerkt, waarin de Heere Jezus verheerlijkt zal worden hier op aarde. Alles wat er dan zal plaatshebben voor de wereld en ook voor de gemeente – en wat Hem zal verheerlijken – dat is wat God op het oog heeft. Paulus noemt dit in Efeziërs 1 de bedeling van de volheid van de tijden.
Hier staat dat God aan ons, aan Zijn kinderen, de verborgenheid van Zijn wil heeft bekendgemaakt. Volgens het welbehagen dat Hij Zich had voorgenomen in Zichzelf aangaande de bedeling van de volheid der tijden (Ef. 1:9-10). God heeft bekendgemaakt wat Zijn plan is ten aanzien van Zijn Zoon, Zijn Veelgeliefde, in de tijd die nog moet komen, d.i. de bedeling van de volheid der tijden. Het doel is om alles wat in de hemelen en wat op de aarde is onder één hoofd samen te brengen in Christus. God wil alles in hemel en op aarde onder de voeten van de Heere Jezus leggen.
Hij zal Hoofd zijn boven alles
Hij is Heer, wij denken er vaak aan. Hij zal Hoofd zijn boven alles. Zelfs Zijn vijanden zullen zich voor Hem buigen, die Hem nu nog bespottelijk maken – we kunnen dat elke dag wel horen of lezen dat de spot wordt gedreven met de Naam van Jezus –, dat zal dan voorbij zijn. Want Hij zal dan Heer zijn, Hij zal Hoofd zijn boven alle dingen. Alles wat in de hemelen en wat op de aarde is, zal aan Hem onderworpen zijn als Hij komt; en weet u wat zo bijzonder is? Dat de gemeente, die het lichaam van Christus is, dan ook met Hem zal mogen regeren en zal mogen delen in Zijn heerlijkheid.
‘Uw gemeente heft het hart tot U, Heer, naar boven’. Dit zingen we in de huidige tijd. Wij zien nu nog uit naar die grote toekomst waarheen we op weg zijn. Maar dan, als Hij gekomen is voor Zijn gemeente, en Hij ook met al de Zijnen zal verschijnen in heerlijkheid en komt met de engelen van Zijn kracht, dan zal alles in de wereld veranderen. Dan zal alles er anders uitzien. Dat zal een heerlijke tijd zijn, die dan aanbreekt, waarin de Heere Jezus zal regeren als de Vredevorst. Wij zouden ook hiernaar moeten verlangen en meer ernaar moeten uitzien. Moge de Heer geven dat Zijn Woord dat we nu met elkaar gelezen hebben, daartoe zal bijdragen.

Het is zeker niet toevallig dat zowel het laatste boek van het Oude Testament als het laatste boek van het Nieuwe Testament verwijst naar die grote dag en naar de wederkomst van onze Heer en Heiland. We leven nu nog in de tijd, zoals dat ook in Maleachi wordt gezegd, dat men denkt en zegt: Het heeft geen zin om God te dienen. Het is nutteloos om God te dienen, wat levert het ons op dat wij Zijn geboden onderhouden? En dat is een probleem dat wel vaker wordt aangevoerd in het Oude Testament, dat er geen verschil is tussen de goddelozen en de rechtvaardigen.
De psalmdichter Asaf worstelde ook daarmee. Hij was afgunstig op de hoogmoedige en de goddeloze mensen, want hun leek het juist voor de wind te gaan. Maar wie God wilde dienen, had het moeilijk en werd verdrukt. Leest u die psalm maar eens voor uzelf, Psalm 73, het raadsel van de voorspoed van de goddelozen. Asaf tobde erover om te begrijpen waarom het de goddelozen zo voor de wind ging, zodat zij voorspoed hadden, terwijl het leven voor hen die God wilden dienen problematisch was. De dichter had elke dag moeilijkheden en werd elke dag geplaagd. Asaf werd hierdoor verbitterd en raakte geprikkeld, totdat hij in Gods heiligdom binnenging, totdat hij een blik wierp op Wie God werkelijk was.
En zo is dat ook hier in Maleachi 3. Het lijkt alsof die goddeloze mensen het goed hebben en dat het hun voor de wind gaat. Maar dat is niet werkelijk zo. En bovendien, God denkt wél aan de Zijnen. Hij houdt Zijn oog op ons gericht, dat is een heerlijke troost voor ons. De Heere bemerkt het toch en Hij hoort het wel. Hij ziet wie Hem toebehoort en wie Hem dient. Er is zelfs een gedenkboek voor Zijn aangezicht geschreven (Mal. 3:16). Het is geschreven ten goede voor wie de Heere vrezen en wie Zijn Naam hoogachten.
God ziet heel precies wie Hem dient en wie Hem niet dient. De voorspoed van de goddelozen is maar voor een tijd. Het einde is gruwelijk. De dag van het oordeel komt brandend als een oven. Dan zullen alle hoogmoedige mensen en allen die goddeloosheid doen, als stoppels worden. En de oordeelsdag die komt, zal ze in vlam zetten (Mal. 4:1). Er komt een dag van afrekening, een dag waarop alle goddeloosheid en alle goddeloze mensen geoordeeld zullen worden.
Allen die de Heer in deze tijd vrezen en Hem dienen weten ook: Hij houdt Zijn oog op ons gericht. Het is niet tevergeefs om Hem te vrezen en Zijn naam te eren, want zo zegt God het hier: zij zullen Mij ten eigendom zijn (Mal. 3:17). Zij zullen voor Mij een persoonlijk eigendom zijn, en Ik zal hen sparen. Ik zal voor hen zorgen. En straks op die dag die komen zal, waarop Christus verheerlijkt wordt, dan zullen wij gespaard blijven voor het oordeel. Ik zal hen sparen. Het is de Heere Jezus, die ons redt van de komende toorn (1 Thess. 1:10).
Dan zal het verschil gezien worden tussen de rechtvaardigen en de goddelozen, tussen wie God dient en wie Hem niet dient. We moeten alleen geduld hebben, en dat is wel eens lastig. Maar de afrekening komt en God heeft alles genoteerd. Hij heeft een administratie waarin alles klopt, waarin geen vergissing wordt gemaakt.
Ik heb gezegd dat zowel het laatste boek van het Oude Testament als het laatste boek van het Nieuwe Testament eindigt met de komst van onze Heer en Heiland. Toch is er een groot verschil. Er is een onderscheid, misschien is u dat ook wel opgevallen bij het lezen. Want in Maleachi lezen we over de wederkomst van de Heer als de Zon der gerechtigheid: Voor u die Mijn naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn enz. (Mal. 4:2-3).
In het volgende deel (8b) zullen we meer lezen over dit onderscheid, lees ook het vervolg: De blinkende Morgenster.
Met dank aan en met toestemming van dhr. H. Bouter overgenomen.
Deze bundel studies bestaat deels uit bewerkte toespraken, die de betreffende hoofdstukken begrijpelijk en goed leesbaar maken. Een bevriend echtpaar van dhr. H. Bouter, heeft de moeite genomen die uit te typen. Het is zijn en ons gebed dat Gods zegen zal rusten op dit werk.
