Nieuwe en oude dingen – uit de schatkamers van Gods Woord (14)

19 Bijbelstudies over thema’s uit het Oude en Nieuwe Testament

De zalving te Bethanië

 ‘Jezus dan kwam zes dagen voor het Pascha in Bethanië, waar Lazarus was, de gestorvene, die Jezus uit de doden had opgewekt. Zij maakten daar dan een maaltijd voor Hem klaar, en Martha diende; Lazarus nu was een van hen die met Hem aanlagen.
Maria dan nam een pond balsem van onvervalste, kostbare nardus,
zalfde de voeten van Jezus en droogde Zijn voeten met haar haren af;
en het huis werd met de geur van de balsem vervuld.’

Johannes 12:1-3

Aanbidden is het ‘zalven’ van de Heer

Een mooi Bijbels voorbeeld van aanbidding vinden wij in Johannes 12. De Heer zou in de dood gaan, en Maria van Bethanië wist dit doordat zij aan de voeten van de Heer had gezeten en Zijn onderwijs had genoten. Zij voelde wat er zou gaan gebeuren. Daarom wilde zij Hem zalven, d.i. Hem balsemen met het oog op Zijn begrafenis. De Heer onderkende dat en Hij sprak Zijn grote waardering uit voor haar liefdedaad. Maria had haar onvervalste, kostbare nardus bewaard ‘voor de dag van Zijn begrafenis’ (Joh. 12:7).

Zalving (balseming) van Jezus’ voeten

Het doel van de zalving was dus een balseming! Dit wordt bevestigd door het verslag van de evangelisten Mattheüs en Markus: Maria zalfde Christus’ lichaam van tevoren voor de begrafenis (Matt. 26:12; Mark. 14:8). Deze zalving was niet bedoeld om Hem aan te stellen in een bepaalde functie, zoals dat onder het Oude Verbond gebruikelijk was. Toen werden er mensen gezalfd als koning, priester, of profeet. Natuurlijk is Christus gezalfd tot Koning, Priester en Profeet. Dat is door God Zelf gebeurd; en de Heer bekleedt inderdaad al deze ambten.

Maar Hem zalven als de Gestorvene is iets anders! Dat houdt in – en dat is de symbolische waarde van de daad van Maria voor onszelf – dat wij Hem eren als de Gestorvene, Hem gedenken in Zijn lijden en sterven, Zijn dood verkondigen totdat Hij komt. Niet wijzelf als degenen die vroeger dood waren, maar door Hem tot nieuw leven zijn gewekt (zoals wordt getoond in Lazarus), staan hierbij centraal. Het gaat om Hem Die kwam om Zijn leven af te leggen, het gaat om de Levensvorst. Hij is vrijwillig in de dood gegaan om het leven te hernemen aan de overzijde van dood en graf (Joh. 10:17-18; Hand. 3:15).

Pascha en Avondmaal

Het Pascha was het feest van Israëls verlossing uit Egypte. Zo is het Avondmaal het feest van onze verlossing uit de tegenwoordige boze wereld. Wij zijn gered van het oordeel; wij waren dood en zijn weer levend geworden. Maar het Avondmaal is speciaal de maaltijd van de Heer. Deze maaltijd is voor Hém Die ons liefhad tot in de dood, en wel om Hem te eren en Hem groot te maken.

Avondmaal – maaltijd van de Heer

Vergelijk hiermee het grote bruiloftsmaal dat de Koning – een beeld van God de Vader – voor Zijn Zoon aanrichtte (Matt. 22:2). En ook kunnen we denken aan de bruiloft te Kana, waar Jezus aanvankelijk slechts één van de genodigden was (met Zijn discipelen). Hij kwam daar echter centraal te staan, toen Hij het water in wijn veranderde en op die manier Zijn heerlijkheid openbaarde (Joh. 2:11). Die goddelijke heerlijkheid bleek eveneens bij het wonder van de opwekking van Lazarus (Joh. 11:4, 40).

In overeenstemming daarmee is het een passend detail in het verslag van de evangelist Johannes, dat Maria hier – waar de Zoon Zijn goddelijke glorie onthulde – slechts de voeten van Jezus zalfde (Joh. 12:3). Zij droogde Zijn voeten ook af met haar haren; daarmee legde zij haar eer, haar heerlijkheid af aan Zijn voeten (vgl. 1 Kor. 11:15). Volgens Mattheüs en Markus, waar wij de Heer respectievelijk als de Koning en de Dienstknecht-Profeet zien, was het ook zo dat de olie op Zijn hoofd werd uitgegoten. Ongetwijfeld werden bij deze gebeurtenis zowel het hoofd als de voeten van de Heer gezalfd, maar de weergave van Johannes is in overeenstemming met het verheven karakter waarin Hij in dit evangelie wordt getekend.

Aanbidding kost ons alles

Alleen Markus vermeldt dat de albasten fles met kostbare nardus gebroken werd (Mark. 14:3). Dit was een symbolische handeling met een diepe betekenis. Aanbidding kost alles. Christus heeft Zijn leven opgeofferd. Hij werd om onze ongerechtigheden ‘verbrijzeld’ en het kostbare offer van Zijn leven werd uitgegoten in de dood (Jes. 53:5, 12). Het is niet anders met de kostbare schat, die wij als gelovigen met ons omdragen in onze lichamen. Deze ‘aarden vaten’ worden aan de werking van de dood overgegeven om Jezus’ wil, opdat ook het leven van Jezus openbaar wordt in ons sterfelijk vlees (2 Kor. 4:7-18; vgl. het breken van de kruiken door de mannen van Gideon in Richt. 7:16vv.).

Gemeenschap, dienst en aanbidding

Verder zien wij in Johannes 12 bij Martha het aspect van de dienst. Martha diende (Joh. 12:2), zoals zij dat ook deed in haar eigen huis (Luk. 10:40). Hier werd zij echter niet meer totaal in beslag genomen door het belang en de betekenis van haar eigen dienst; alles gebeurde nu in harmonie met de Meester. Lazarus tekent het aspect van de gemeenschap, het aanzitten, het aanliggen in de nabijheid van de Heer. In Maria, die in Lukas 10 aan de voeten van de Heer zat om naar Zijn woord te luisteren, hebben wij hier duidelijk het aspect van de aanbidding. Het een kan niet zonder het ander: het luisteren naar Zijn woord brengt ons tot aanbidding van Zijn Persoon. Gemeenschap, dienst en aanbidding in de nabijheid van de Meester: dat zijn de drie dingen die ons als leden van ‘Gods huisgezin’ kenmerken.

Een goed werk aan Hem

De liefdedaad van Maria had twee gevolgen. In de eerste plaats vervulde de geur van de nardus het huis. Er was een atmosfeer van aanbidding, die herinnerde aan die in het heiligdom waar de priesters dagelijks dienst deden en welriekend reukwerk op het gouden altaar ontstaken (Ex. 30:7-8).

Dit brengt ons tot de vraag hoe het staat met de gezinnen van de gelovigen in onze dagen: Is Christus daar de verheven Gast? Is daar de zalfolie van de aanbidding te vinden? Hoe staat het met onze gemeenten? Zijn die als ware tempels van de levende God vervuld met de geur van de lofprijzing en de aanbidding van het Lam?

Aanbidding

Het licht van Christus maakt alles openbaar

Daarop volgde echter de reactie van Judas Iskariot en de overige discipelen. Het licht van Christus maakte alles openbaar en toonde ook de corruptie van het menselijk hart: Judas was een dief (Joh. 12:6). De Heer zou niet altijd bij hen op aarde blijven, de armen zouden er wel altijd zijn. Hij zou terugkeren naar de Vader en voortaan het Middelpunt van de hemelse heerlijkheid vormen. Maria had een goed werk aan Hem verricht, toen dat hier op aarde nog mogelijk was.

Dit goede werk aan Hem was een werk voor Hem persoonlijk, een daad die uitdrukking gaf aan haar persoonlijke liefde en hoogachting voor Hem (Matt. 26:10; Mark. 14:6). Dit is een belangrijk voorbeeld voor ons als christenen. Bij de viering van het Avondmaal mogen wij de kostbare nardus van onze aanbidding telkens aan Hem aanbieden en het hart van de Meester verblijden met offeranden van lof en dank (vgl. Hoogl. 1:12). En wijzelf komen daarbij niets tekort: de geur van de balsem in het huis van God verblijdt ook ónze harten. Zo genieten wij op aarde de voorsmaak van het hemelse bruiloftsmaal, de bruiloft van het Lam (Openb. 19).

Met dank aan en met toestemming van dhr. H. Bouter overgenomen.

Deze bundel studies bestaat deels uit bewerkte toespraken, die de betreffende hoofdstukken begrijpelijk en goed leesbaar maken. Een bevriend echtpaar van dhr. H. Bouter, heeft de moeite genomen die uit te typen. Het is ons gebed dat Gods zegen zal rusten op dit werk.

Vergelijkbare berichten