19 Bijbelstudies over thema’s uit het Oude en Nieuwe Testament
Het was winter
‘En het was het feest van de tempelwijding in Jeruzalem; het was winter’.
Johannes 10:22
De seizoenen wisselen elkaar af sinds de grote vloed in de dagen van Noach. Zolang de aarde bestaat, zullen koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht niet ophouden (Gen. 8:22). Soms is dat geen prettige ervaring, bijv. als wij te maken hebben met extreem lage of juist met zeer hoge temperaturen. Als de winter dichterbij komt en we met hoge energiekosten te maken hebben, maken velen zich zorgen hierover en draaien de thermostaat een paar graden lager.
Enkele laatste gesprekken van de Heer met de Joden
Zelfs in Jeruzalem kan het koud zijn in de wintermaanden. De aanduiding ‘het was winter’ in Johannes 10 heeft echter ook een diepere strekking. Wij vinden in deze passage enkele laatste gesprekken van de Heer met de Joden tijdens het feest van de tempelwijding, het zgn. Chanoeka-feest, dat acht dagen duurde en de herinnering levend hield aan de reiniging van de tempel – na de ontwijding door de Syriërs – door Judas Maccabeüs op 25 Kislew (onze maand december) in 165 vóór Christus. Het werd gevierd op de wijze van het Loofhuttenfeest, maar droeg niet het karakter van een groot pelgrimsfeest. Het is een feest van het licht geworden, evenals ons Kerstfeest.
Blijkbaar was de Heer Jezus nog steeds in Jeruzalem of in de nabijheid van de stad, hoewel er al twee maanden waren verstreken sinds het Loofhuttenfeest dat in hoofdstuk 7:2vv. wordt vermeld. Over enkele maanden zou het Paasfeest volgen, en dan zou de Heer ter dood worden gebracht. Hier in Johannes 10 liep Zijn confrontatie met de Joodse leiders al naar een einde. Over het algemeen was het geestelijke klimaat kil en koud. Jeruzalem gonsde weliswaar van geruchten over Hem, en er was verdeeldheid onder de Joden vanwege Zijn optreden en Zijn woorden. Maar waar was de warme liefde en toewijding jegens Hem? Eigenlijk was die alleen te vinden in Bethanië, en wel bij Martha, Maria en Lazarus (vgl. Joh. 12).
De Goede Herder met een nieuwe kudde schapen

De tijd was gekomen dat de Goede Herder Zijn eigen schapen zou uitleiden buiten de Joodse schaapskooi. Nadat Hij het offer van Zijn leven had gebracht op het kruis van Golgotha en het in de opstanding weer had hernomen, zou er een nieuwe bedeling aanbreken met nieuwe principes en mogelijkheden. Er zou een nieuwe kudde worden gevormd van schapen (ware Christusgelovigen) uit de Joden, maar ook uit de volken. Het zou één kudde worden, onder de leiding van één Herder: de opgestane Heer, de grote Herder van de schapen (Joh. 10:11-18; Hebr. 13:20).
Hoe is het gesteld met ónze relatie tot de Heer?
Maar hoe is het gesteld met ónze relatie tot de Heer, onze toewijding voor Hem? Is er sprake van een echte liefdeband, een warme en vurige liefde voor Hem? Of is het misschien winter in onze harten, is er geestelijke dorheid en doodsheid? Zijn we lauw geworden en onverschillig ten opzichte van de Heer, evenals dat gebeurde met de gemeente te Laodicea (Openb. 3:14-20)? De Heer is machtig daarin verandering te brengen, zoals dat in de nabije toekomst ook zal gebeuren met het Joodse volk. Want hun aanneming zal niets anders zijn dan het leven uit de doden (Rom. 11:15).
Straks breekt de grote zomer aan
De Heer Jezus spreekt in Zijn rede over de laatste dingen over het uitspruiten van de vijgenboom en het aanbreken van de zomer (Matt. 24:32). Beseft u wel dat de zomer nabij is, dat alle dingen nieuw zullen worden onder de regering van de Messias? Hier mogen wij ook naar uitzien als gelovigen die tot de gemeente behoren, omdat wij dan met Hem zullen regeren (Rom. 8:17).

De winter zal dan definitief voorbij zijn. Dan is ook de regen over (hier een beeld van oordeel), de bloemen vertonen zich op het veld, de zangtijd is gekomen en de vijgenboom – een beeld van de Joodse natie – laat zijn vroege vrucht zwellen (Hoogl. 2:11-13). In afwachting hiervan wensen wij u allen Gods rijke zegen.
Met dank aan en met toestemming van dhr. H. Bouter overgenomen.
Deze bundel studies bestaat deels uit bewerkte toespraken, die de betreffende hoofdstukken begrijpelijk en goed leesbaar maken. Een bevriend echtpaar van dhr. H. Bouter, heeft de moeite genomen die uit te typen. Het is ons gebed dat Gods zegen zal rusten op dit werk.
