19 Bijbelstudies over thema’s uit het Oude en Nieuwe Testament
Kenmerken van een discipel (1)
Over het leven van Nicodemus en van Jozef van Arimathea
- Johannes 3:1-21;
- Johannes 7:50-53;
- Johannes 19:38-42.
1. Opnieuw geboren
Johannes 3
- En er was een mens uit de Farizeeën; zijn naam was Nicodemus, een leider van de Joden.
- Deze kwam ‘s nachts naar Jezus en zei tegen Hem: Rabbi, wij weten dat U van God gekomen bent als leraar, want niemand kan deze tekenen doen die U doet, als God niet met hem is.
- Jezus antwoordde en zei tegen hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.
- Nicodemus zei tegen Hem: Hoe kan een mens geboren worden als hij oud is? Hij kan toch niet voor de tweede keer in de buik van zijn moeder ingaan en geboren worden?
- Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan.
- Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest.
- Verwonder u niet dat Ik tegen u gezegd heb: U moet opnieuw geboren worden.
- De wind waait waarheen hij wil en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat; zo is het met iedereen die uit de Geest geboren is.
- Nicodemus antwoordde en zei tegen Hem: Hoe kunnen deze dingen gebeuren?
- Jezus antwoordde en zei tegen hem: Bent u de leraar van Israël en weet u deze dingen niet?
- Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wij spreken over wat Wij weten en getuigen van wat Wij gezien hebben, en toch neemt u Ons getuigenis niet aan.
- Als Ik aardse dingen tegen u zei en u niet gelooft, hoe zult u geloven als Ik hemelse dingen tegen u zeg?
- En niemand is opgevaren naar de hemel dan Hij Die uit de hemel neergedaald is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is.
- En zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden,
- opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
- Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
- Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.
- Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.
- En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liefgehad, meer dan het licht, want hun werken waren slecht.
- Want ieder die kwaad doet, haat het licht en komt niet tot het licht, opdat zijn werken niet ontmaskerd worden.
- Maar wie de waarheid doet, komt tot het licht, opdat van zijn werken openbaar wordt dat ze in God gedaan zijn.

De stappen van geestelijke groei die een gelovige doormaakt
We hebben gezongen over wat de Heere Jezus allemaal voor ons betekent: dat Hij ons leven is, dat Hij het offer is, dat we vast aan Hem verbonden zijn. Het is fijn om zulke liederen van toewijding aan de Heer te zingen: ‘Nu wil ik heel mijn leven volkomen aan U geven, daar U mij eerst hebt liefgehad’. ‘Aan U wil ik slechts denken’. Je zou haast zeggen: dat is het leven van een christen in optima forma, zoals het echt zou moeten zijn. Maar we zijn lang niet altijd op dit niveau als gelovigen. In de drie plaatsen die we gelezen hebben in het Johannesevangelie zien we de stappen van geestelijke groei die een gelovige meemaakt: de groei die we als discipelen doormaken, zodat we op de plek komen waar Hij ons wil hebben en we ons leven helemaal toewijden aan Hem en aan Hem slechts willen denken.
De wedergeboorte
Dit nieuwe leven – ‘U bent o Heer, mijn leven’ – begint met de wedergeboorte, oftewel de nieuwe geboorte. Dat is de enige weg om een discipel van Christus te worden, om Hem toe te behoren en Zijn eigendom te kunnen worden. De Heer zegt Zelf: Wat uit het vlees geboren is, is vlees (Joh. 3:6). En de apostel Paulus zegt in de Romeinenbrief: Wat het vlees bedenkt, dus wat de mens uit zichzelf denkt en doet, dat is vijandschap jegens God (Rom. 8:7). Het vlees is onverbeterlijk, het verzet zich tegen God. Paulus zegt dan ook: het onderwerpt zich niet aan de wet van God. Maar God heeft hiervoor een oplossing gevonden in de dood en de opstanding van Christus. Hij heeft een einde gemaakt aan dat zondige vlees, dat onverbeterlijk is, aan de oude mens als kind van Adam. Onze oude mens is met Christus gekruisigd.

De mens op de proef gesteld
Je zou kunnen zeggen dat God vierduizend jaar lang die mens op de proef heeft gesteld om te kijken of er iets goeds uit tevoorschijn zou kunnen komen, 2000 jaar zonder wet en 2000 jaar voor Israël onder de wet. Want telkens opnieuw, elke generatie weer, werd de mens op de proef gesteld en werd hij als het ware getest, om te kijken wat er in hem leefde. En telkens weer opnieuw zien we in het leven van de oudtestamentische heiligen dat zij op de een of andere manier faalden, dat de toewijding aan de dienst van de Heere niet volkomen was. Denken we maar aan het leven van een vrome koning als Hizkia, die de Heere trouw heeft gediend, die zelfs een wonderbare genezing meemaakte en vijftien jaar kreeg toegevoegd aan zijn leven. En toen heeft hij nog een prachtig danklied gedicht over het opgaan naar het huis van de Heere: ‘de levende, de levende, die zal U loven, zoals ik heden doe’.
Falen na trouwe dienst
Daarna kwam er echter een keerpunt in zijn leven, want de Babyloniërs kwamen kijken om te zien wat er gebeurd was en om een geschenk te brengen aan koning Hizkia. Maar toen faalde hij, doordat hij God niet de eer gaf voor alles wat er gebeurd is, en hij hun alles liet zien wat er in zijn huis was: de schatten en rijkdommen die hij verworven had. Hij toonde hun alles wat hij in zijn schatkamers had, alles wat er in zijn huis was. We lezen niet dat hij met die mensen opging naar het huis van de Heere om Hem te danken. Toen kwam er ook een oordeel van God. God zei tegen hem bij monde van de profeet: zij hebben alles gezien wat er in jouw huis was – deze Babyloniërs. Alles wat daarin is, zal naar Babel worden weggevoerd! En zo is het met zoveel vrome koningen misgegaan.
Voor de wet onmogelijk, vanwege het vlees krachteloos
Zo is het ook als we aan het leven van de aartsvaders denken, Abraham, Izak en Jakob, dan blijkt dat zij telkens op de proef werden gesteld. Ondanks alle goede dingen, alle leerzame dingen die we in hun leven vinden, is er ook telkens iets van het vlees dat naar voren komt – dat ongehoorzaam is en zich verzet tegen de wil van God. Dan is er menselijk falen. En je zou kunnen zeggen: God heeft een radicale oplossing bedacht voor het probleem van de oude mens, die oude natuur die niet te verbeteren is. Dat lezen we dan ook in Romeinen 8:3, dat God Zelf dit probleem tot een oplossing heeft gebracht. Voor de wet was dit onmogelijk, doordat zij door het vlees krachteloos was.
De wet was tweeduizend jaar lang gegeven om de mens op de proef te stellen en hem te helpen, om te kijken wat er in hem leefde. Maar de wet kon die oude mens ook niet helpen. Het was onmogelijk voor de wet van God, doordat zij door het vlees krachteloos was. Voor het zondige vlees was de wet machteloos om iets uit te richten en het te verbeteren. Maar God heeft, doordat Hij Zijn eigen Zoon in een gedaante gelijk aan het vlees van de zonde en voor de zonde heeft gezonden, de zonde in het vlees veroordeeld.

Radicale oplossing: de oude mens is met Christus gestorven
God heeft deze radicale oplossing bedacht, want de oude mens is met Christus gestorven. Hij is in de dood gegaan en veroordeeld als volkomen zondig en onverbeterlijk. De bevrijding van de macht van de zonde moeten we dan ook niet in onszelf zoeken. Wij kunnen onszelf niet verbeteren; ook als gelovigen kunnen we geen leven leiden dat aan God is toegewijd in eigen kracht, door onze eigen inspanning. Maar we moeten het ervoor houden en het gelovig aannemen dat de oude mens met Christus is gekruisigd, dat hij in het graf is verdwenen. En dat we nieuw leven hebben ontvangen in Christus, Die ons leven is. Dat is precies wat de nieuwe geboorte inhoudt, dat wij nieuw leven hebben ontvangen uit een andere bron, niet het leven dat van onze voorouders afkomstig was en dus eigenlijk al begon bij de eerste mens, Adam. Dat leven is het leven van de oude mens, die zich verzet tegen de wil van God.
Scheppingsdaad: de Heere Jezus, als de laatste Adam, blaast geestelijk leven in Zijn discipelen – de Heilige Geest
Maar het nieuwe leven, dat is het leven van de Heer; dat is ook, zou je kunnen zeggen, Zijn eigen opstandingsleven. We vinden dat namelijk in het Johannesevangelie (Joh. 20:22). Hier blaast de Heere Jezus als de laatste Adam geestelijk leven in Zijn discipelen, en dat is een scheppingsdaad. Het is hetzelfde wat God deed met Adam, toen hij hem had gevormd uit het stof van de aarde. Maar hier is het op een veel hoger niveau, want de Heer blaast in Zijn discipelen en zegt tegen hen: ‘Ontvang [de] Heilige Geest’. Dat is dit nieuwe leven, dat door de Heilige Geest in het hart van de gelovige wordt gewerkt. En daarom zegt de Heer ook tegen Nicodemus: Je moet opnieuw geboren worden, je moet geboren worden uit water en Geest. De Heilige Geest moet je een nieuw leven geven.

Bijbel, een beeld van het waterbad van het Woord
Dat is het leven van Christus, want Hij is ons leven (Kol. 3:4); en dat leven is opstandingsleven. Dit is zoals we lezen in de eerste brief van Johannes, het eeuwige leven. Het is een leven dat niet meer onderworpen is aan dood en graf. Een leven dat we in Christus bezitten en dat de dood heeft overwonnen. De Heilige Geest is de Oorsprong hiervan. Dit is de nieuwe geboorte uit water en Geest. Het water is in de Bijbel een beeld van het waterbad van het Woord. Het is in veel grote kerken zo, dat men de leer hanteert van de wedergeboorte door middel van de doop. Dan veronderstelt men dat het water, dat hier in Johannes 3 wordt genoemd, het water van de doop is. Maar het doopwater, dat is duidelijk, kan geen zonden afwassen. Hiertoe is het water nodig van het Woord van God, het Woord zoals het toegepast wordt door de werking van de Heilige Geest.
Alleen daardoor kunnen wij opnieuw geboren worden. Er zijn onlangs twee jonge mensen gedoopt, en wij hebben gezien hoe ze ondergingen in het water en weer tevoorschijn kwamen. Deze handeling kan echter niet bewerken wat hier staat in Johannes 3. Het is wel waar dat de doop een beeld ervan is, een symbool van de afwassing van de zonden en het opnieuw geboren worden. Maar deze handeling zelf kan niet bewerken wat hier staat. Tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het koninkrijk van God niet binnengaan. Het water is dus niet letterlijk water, het is het water van het Woord van God. Het waterbad hebben wij, figuurlijk gesproken, ook elke dag nodig als gelovigen om gereinigd te worden van onreinheid in onze wandel op aarde.
Het was menselijk gesproken een eer voor de Heere Jezus, dat deze geleerde farizeeër bij Hem kwam. In vers 10 lezen wij dat Jezus hem ‘de leraar van Israël’ noemt. Als je dat nu zou moeten invullen, dan zou je aan een belangrijke rabbijn denken, een opperrabbijn. Misschien heb je wel eens gehoord dat er nu in Israël twee opperrabbijnen zijn, uit twee verschillende stromingen. De grote leraar van Israël kwam hier dus bij de Heere Jezus en sprak Hem aan als rabbi, als leraar. Hij eerde Hem met de woorden: ‘Wij weten dat U van God bent gekomen als leraar; want niemand kan deze tekenen doen die U doet, tenzij God met hem is’ (Joh. 3:2).
U moet opnieuw geboren worden!
Nicodemus behandelde de Heer dus eigenlijk als een profeet, nog meer dan een collega rabbi. Dan zou je kunnen verwachten dat er zich een interessant gesprek ontwikkelde tussen die twee geleerde mannen over allerlei godsdienstige zaken, maar tot onze verbazing gebeurt dat helemaal niet. Ik denk ook dat Nicodemus zelf verbaasd zal zijn geweest over de loop van dit gesprek. De Heer antwoordde hem, recht op de man af: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand opnieuw geboren wordt, kan hij het koninkrijk van God niet zien’. U moet opnieuw geboren worden (Joh. 3:3,7).
Dat is de eenvoudige, klare boodschap van de Heere Jezus: Nicodemus, je weet wel veel, je bent de leraar van Israël, maar je moet opnieuw geboren worden! Je moet een hele nieuwe start maken, een nieuw begin. Je moet een heel ander leven ontvangen, om voortaan in nieuwheid van leven te kunnen wandelen. Maar Nicodemus begrijpt daar niets van. Hij zegt: Hoe kan dat nu gebeuren, hoe kan een mens opnieuw geboren worden. Kun je weer opnieuw een kleine jongen worden of een baby, en dan opnieuw geboren worden? Hij snapt het niet, maar Jezus zegt: ‘Bent u de leraar van Israël en weet u deze dingen niet’ (Joh. 3:10)?
Ook het O.T. spreekt over nieuwe geboorte door water en Geest
En in vers 12 rangschikt de Heer die dingen, dus ook dit thema van de nieuwe geboorte, onder de aardse dingen. Als Ik u de aardse dingen heb gezegd en u niet gelooft, hoe zult u geloven als Ik u de hemelse zeg? En dit thema van de nieuwe geboorte, dat de Heer hier rangschikt onder de aardse dingen, dat vinden we inderdaad al in het Oude Testament. Namelijk in Jeremia 31, een hoofdstuk dat spreekt over het nieuwe verbond; want in de beloften die verband houden met dit verbond, is er ook sprake van een heel nieuw begin.

Dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord van de Heere (Jer. 31:33). Ik zal Mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Ken de Heere, want zij allen zullen Mij kennen van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord van de Heere, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonden niet meer gedenken.
En in Ezechiël 36 is sprake van het feit dat de Heere rein water op hen zal sprenkelen. Daar vinden we dus ook iets over de nieuwe geboorte uit water en geest. ‘Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden, van al uw afgoden zal Ik u reinigen. Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Het hart van steen zal Ik uit uw lichaam wegnemen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven’. Hier heb je dus in Ezechiël 36 ook de begrippen water en geest. Rein water zal Ik op u sprenkelen. En Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven. Dat is dus geboren worden uit water en geest. Nicodemus, die de profeten kende, had iets hiervan kunnen weten en kunnen begrijpen wat de Heer bedoelde.
Nieuwe geboorte is de eerste stap om een volgeling van de Heere Jezus te worden
Je zou dus kunnen zeggen: dit thema van de nieuwe geboorte is de eerste stap om een echte volgeling van de Heere Jezus te worden, om Zijn discipel te zijn en bij Hem te horen. Zo kunnen wij van Hem leren en kunnen wij voortaan achter Hem de weg gaan. Nicodemus schaamde zich nog ervoor openlijk de zijde van de Heere Jezus te kiezen. Maar dat is wel wat een discipel, een volgeling van de Heer moet doen: dat hij openlijk de Heer liefheeft, Hem dient en Hem volgt. Hij kwam ‘s nachts in het donker bij de Heer (Joh. 3:1). Hij had toen de duisternis nog liever dan het licht, maar ging wel naar het ware Licht toe (Joh. 3:19-21). En eenmaal in het licht gekomen, keek de Heere Jezus dwars door hem heen en vertelde hem de volle waarheid.

Nicodemus kwam uit de duisternis in het licht, letterlijk en figuurlijk, want de Heere Jezus stond voor hem en verkondigde hem alles (vgl. Joh. 4:25). Nicodemus wilde Hem nog niet belijden. Hij wilde een interessant gesprek hebben, maar de Heer kwam met die ernstige boodschap: Nicodemus, je moet opnieuw geboren worden. En ik denk dat dit een uitwerking gehad heeft op hem, dat hij erover nagedacht heeft en dat de Heilige Geest ook in zijn hart gewerkt heeft. Misschien heeft hij de profeten wel erop nagezocht. En zo is hij gegroeid in het geloof en is hij verder gekomen.
Tot zover het eerste gedeelte van Kenmerken van een discipel. Volgende keer hopen we verder te kunnen gaan met deel 2 en 3:
2. Delen in Zijn verwerping
3. Met Hem begraven en opgestaan
Met dank aan en met toestemming van dhr. H. Bouter overgenomen.
Deze bundel studies bestaat deels uit bewerkte toespraken, die de betreffende hoofdstukken begrijpelijk en goed leesbaar maken. Een bevriend echtpaar van dhr. H. Bouter, heeft de moeite genomen die uit te typen. Het is zijn en ons gebed dat Gods zegen zal rusten op dit werk.
