Drie lessen uit zijn leven en bediening
- 2 Koningen 22
- 2 Kronieken 34
De opa van koning Josia was Manasse, die meer kwaad deed dan alle koningen die vóór hem regeerden. Hij regeerde notabene het langst van alle koningen (55 jaar). Het volk Israël bedreef meer zonden dan alle omringende volken (2 Kon. 21:9-11). Zij dienden de stinkgoden, de stinkende afgoden. Door de zonden van Mannasse ging het volk uiteindelijk in ballingschap (2 Kon. 21:1-18; 2 Kron. 33:1-20). Het is een grote genade dat Manasse zich uiteindelijk bekeerde. Het had geen effect op zijn zoon Amon, die in dezelfde weg van zijn vader wandelde. Amon werd gedood door zijn eigen dienstknechten.
De bekering van opa Manasse had wel effect op zijn kleinzoon Josia (2 Kon. 23:25; 2 Kron. 34:1-2). Josia was slechts acht jaar oud, toen hij ging regeren. Wat een heerlijk plaatje van Gods genade, want Josia was zijn eerste acht levensjaren omringd door zondige mensen die zondige dingen deden. Natuurlijk was hij wel bevoorrecht om op te groeien in de koninklijke familie, maar moreel en ook geestelijk waren alle kaarten tegen hem.

Les 1
Onze achtergrond of onze omgeving hoeft onze bestemming niet te bepalen. Denk aan Paulus: vergetend wat achter ons ligt (Fil. 3:13). Josia wandelde in het licht dat hij had, evenals de Samaritaanse vrouw (Joh. 4:25). Achttien jaar lang had hij in het pad van het geloof gewandeld en het land gereinigd. Nu stuurde hij Safan en Joah erop uit om Gods huis te reinigen. Daar stond nog een stinkende afgod, met prostitutie erbij.
Les 2
De man die met de Heere wandelt, is een gevaar voor de satan. In het pad van de gehoorzaamheid doet de Heere oneindig veel meer dan wij wel beseffen. Gods geïnspireerde Woord werd gevonden (2 Kron. 34:15). Tot nu toe had koning Josia nooit de Bijbel gelezen. Je kunt je wel voorstellen wat een openbaring dat voor hem was (2 Kron. 34:29-34). Het hart van de koning werd gevuld met Gods Woord (Jes. 28:10-11). Iedere dag leerde hij iets en werd zijn hart rijker.
‘Want het is gebod op gebod, gebod op gebod,
regel op regel, regel op regel,
hier een beetje,
daar een beetje.
Ja, met belachelijke klanken
en in een andere taal
zal Hij tot dit volk spreken’
(Jes. 28:10,11).
Les 3
De heerlijke verrassing die daarna volgde, geldt ook voor ons! Koning Josia komt erachter dat 300 jaar voor zijn geboorte er al over hem bij name was geprofeteerd (1 Kon. 13:1-2). De geschiedenis eindigt waar hij eindigen moet, namelijk bij het Paasfeest, waar het Lam centraal staat (2 Kon. 23:21-23).
‘De koning gebood het hele volk: Houd voor de HEERE, uw God, het Pascha, zoals in dit boek van het verbond beschreven staat. Want zoals dit Pascha was er geen gehouden, vanaf de dagen van de richters, die aan Israël leiding gegeven hadden, en ook niet in al de dagen van de koningen van Israël of van de koningen van Juda. Maar in het achttiende jaar van koning Josia werd dit Pascha voor de HEERE in Jeruzalem gehouden’
(2 Koningen 23:21).
Vijftig jaar lang was dat feest niet gevierd! Jezus is ons Paaslam. Hij moet altijd het begin, het midden en het einde zijn voor ons leven (1 Kor. 5:7).
‘Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus’ (1 Kor. 5:7).

Ik denk ook nog aan Efeziërs 2:10. De Heere heeft goede dingen voorbereid voor ons!
‘Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen’ (Ef. 2:10).
Zijn Shalom, Johan.
Met dank aan en toestemming van Johan Schep geplaatst. Zie ook: https://www.oudesporen.nl/Download/OS3922.pdf en www.johan-linda.com.
