Islam en antisemitisme 3

Palestina en de islam

Na de Joodse Bar Kochba-opstand tegen de wrede Romeinse overheersing zijn de Joden rond 135 nC uit het land verjaagd, gedeporteerd of als slaven verkocht. Vele anderen werden vermoord. Het land, dat vanaf toen door de Romeinen Palestina werd genoemd, kwam braak te liggen en verwilderde. Alleen in enkele steden en in Jeruzalem waren Joden achtergebleven. In de eeuwen daarna waren ook groepjes Arabieren in het land komen wonen.

Toen islamitische legers vanuit Arabië ook Palestina veroverden ging de Arabische bevolking al snel over tot deze nieuwe religie. De Joden weigerden, wat voor de moslims weer aanleiding was om velen van hen te vermoorden. Toch bleven ook nu weer Joden achter, die hun God van de Bijbel trouw bleven.

Zo bleef het gedurende vele eeuwen. Ook de kruistochten veranderden uiteindelijk weinig aan de situatie in Palestina.

De Joden en Palestina

De Joden, die over de wereld verspreid waren geraakt, hielden vast aan hun geloof in de God van de Bijbel. En waar zij vrijheid kregen kwam de regio tot bloei. Dat wekte afgunst. Tegelijkertijd keerde de kerk zich tegen de Joden, die in de ogen van diezelfde kerk hun Heiland hadden vermoord. Het leidde tot haat, verdrijving, moord en doodslag, alleen omdat zij Joods waren. Soms waren er pogroms, waarbij duizenden Joden omgebracht werden. Het kwaad van het antisemitisme heeft zo de eeuwen door een grote rol gespeeld.

Het leidde bij de Joden tot een steeds groter verlangen om terug te keren naar het door God aan hen beloofde land. In de tweede helft van de negentiende eeuw vertrokken steeds meer Joden naar Palestina. Ze kochten daar land van Arabische boeren of ontgonnen de verwilderde gebieden. Zo nam hun welvaart toe, maar ook de afgunst van de Arabische bevolking van het gebied. Daarnaast kwamen overwegend islamitische Arabieren vanuit omliggende gebieden af op de welvaart die de Joden brachten.

Na de Eerste Wereldoorlog kwam een einde aan de Ottomaanse islamitische overheersing. De Britten namen het over. Zij bevorderden de instroom van Joden vanuit de hele wereld. Maar de moslims in Palestina zagen hun ‘dar al islam’, hun islamitische gebied, steeds kleiner worden. Sommigen vonden dat dit gebied aan Allah toebehoorde en niet aan de Joden. Het islamitische geweld tegen Joodse immigranten nam toe. En logischerwijs het Joodse tegengeweld ook. Het begon te escaleren.

Het congres van Bloudan

In 1937 vond het Congres van Bloudan plaats, waar een groot aantal moslimleiders bijeen kwam. Zij waren daar om te bepalen hoe zij moesten omgaan met de toenemende immigratie van Joden naar Palestina. Deze toename kwam vooral door de invloed van Hitler en trawanten in Duitsland. Veel Joden in Europa zagen de bui al hangen en trokken naar Palestina.

De moslimleiders, aangevoerd door de moefti van Jeruzalem, Hadj Amin al-Hoeseini, wilden het congres aanvankelijk in Jeruzalem houden.  De Britten staken daar echter een stokje voor. Zo weken ze uit naar Bloudan in Syrië. De reden voor dit congres was het Britse plan om Palestina op te delen in aparte Joodse en Palestijnse gebieden. Later, in 1947, zou de VN dit plan opnieuw presenteren.

Dit congres was een keerpunt in de manier van denken binnen de islam over politiek, strijd en de Joden.
Het congres leidde ertoe dat het politieke conflict vanwege de instroom van Joden omgezet werd in een religieus conflict. Daarbij gingen de moslimleiders het geweld tegen de Joden steeds meer religieus vergoelijken. Religieuze haatteksten werden naar voren gehaald, verzachtende Koranteksten weggeschoven. Tegelijk werd het conflict tussen Joden en Palestijnen verbreed naar de hele islamitische wereld rondom het toenmalige Palestina. Het werd voor de moslimwereld een ‘heilige strijd’, een jihad, om moslimgrondgebied te verdedigen of op de Joden terug te veroveren.

Met toestemming overgenomen van de website https://levenindeeindtijd.nl

Het artikel is vanwege de leesbaarheid in meerdere delen gesplitst

Auteur: Lammert de Wit

Vergelijkbare berichten