Islam en antisemitisme 2

De strijd om het geloof

Vanuit Medina organiseerde Mohammed overvallen op karavaans van en naar Mekka en hij veroverde later (in 630 nC) ook de stad Mekka. De Kaäba was toen nog omringd door allerlei afgodsbeelden vanuit het toenmalig meergodendom. Mohammed maakte daar een einde aan en verklaarde de Kaäba in Mekka als het centrale heiligdom van de islam. Maar de geest van de duisternis erachter bleef dezelfde…

Omdat Mohammed zich coulant opstelde accepteerden velen zijn geloof. Zo verspreide de islam zich via militaire acties en overvallen op stammen en steden. Want niet alleen de door Mohammed beloofde buit was een goed vooruitzicht, ook beloofde hij de mensen via het islamitische geloof dat ze naar het paradijs gaan als ze zouden omkomen.

De Joden in Medina wilden de islam niet als hun nieuwe geloof accepteren. Daarnaast werden ze, mede om diezelfde reden, beschuldigd van samenspanning tegen de moslims. Voor de moslims was het aanleiding om alle Joden in de stad te verdrijven of te vermoorden.
Naderhand beval Mohammed zijn volgelingen om Joden en ook christenen beter te behandelen, maar dan wel als tweederangsburgers, als ‘dhimmi’s’. Dit was een positie van waaruit zij onmogelijk konden opklimmen. Zo begonnen de moslims zich superieur te voelen aan Joden en christenen en niet-moslims in het algemeen.
Na de dood van Mohammed werd zijn vertrouweling Abu Bakr de eerste kalief, ofwel ‘opvolger’.

De volgende kaliefen veroverden vervolgens met geweld het hele Midden-Oosten en Noord-Afrika. De bewoners hadden veelal de keuze tussen het accepteren van de islam als hun geloof of de dood. Tegelijk bracht het kalifaat ook stabiliteit en welvaart, waardoor verreweg de meeste mensen heel pragmatisch kozen voor de islam.

Het streven van de islam

Binnen de islam is het de bedoeling dat mensen zich overgeven aan de wil van Allah. Ook is er het vooruitzicht om na de dood in het paradijs te komen. Daarvoor moet een moslim zich aan de wetten van Allah houden, de goddelijke richtlijnen. Moslims zijn echter overgeleverd aan de wil van Allah. Door goede daden kan een moslim Allah gunstig stemmen. Ook door zich aan de regels en de geest van de Koran te houden kan een moslim daaraan bijdragen. Maar je weet het nooit zeker.

Om een goede moslim te zijn moet hij zich houden aan een aantal pijlers voor het persoonlijke geloof, met vijf zuilen als uitingen daarvan. Het vijf maal daags bidden richting de Kaäba in Mekka en het vasten tijdens de Ramadan zijn een paar van deze vijf zuilen.

Veel moslims interpreteren de Koran naar de huidige tijd. Als het in de Koran dan over ‘ongelovigen’ gaat, gaan veel moslims ervan uit dat hiermee alle niet-moslims bedoeld worden. Daarbij bevat de Koran teksten die oproepen om ongelovigen te bestrijden. Velen binnen de islam nemen die teksten heel letterlijk, hoewel de menselijke moraal in een rustige samenleving de overhand houdt.

Het gaat in de islam echter niet alleen om de Koran. Ook de Hadith en de Soenna zijn geschriften die binnen de islam net zo belangrijk zijn. In deze geschriften komt de haat naar anders-gelovigen veel sterker naar voren. In de Koran worden christenen en Joden de ‘mensen van het Boek’ genoemd, maar in de andere geschriften geldt de opdracht om hen ofwel te bekeren of te doden.

Met toestemming overgenomen van de website https://levenindeeindtijd.nl

Het artikel is vanwege de leesbaarheid in meerdere delen gesplitst

Auteur: Lammert de Wit

Vergelijkbare berichten