Het leven van Mozes-levenslessen voor nu (9)

Serie over het leven van Mozes als schaduwbeeld van Christus

Het eerste en het laatste lied van aanbidding

EXODUS 15:1-21

OPENBARING 15:2,3

De eerste keer dat er in de Bijbel een lied gezongen wordt, is door het volk Israël dat verlost is en wanneer zij allen veilig aan de andere kant van de Rode Zee zijn aangekomen. De macht van de vijand is gebroken. Toen Mozes in eigen kracht handelde, stierf er één Egyptenaar (Ex. 2:12). Nu ligt het hele Egyptische leger dood aan het strand. Mozes’ naam wordt bij het lied niet genoemd, net als later bij Jozua (Heb. 11:30). Het is de Heere God door Mozes en Jozua heen!

‘Toen zongen Mozes en de Israëlieten dit lied voor de HEERE. Zij zeiden:

Ik zal zingen voor de HEERE, want Hij is hoogverheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen. De HEERE is mijn kracht en lied, Hij is mij tot heil geweest. Dit is mijn God, Hem verheerlijk ik; de God van mijn vader, Hem roem ik. De HEERE is een Strijder, HEERE is Zijn Naam.

De wagens van de farao en zijn leger heeft Hij in de zee geworpen. De besten van zijn officieren zijn verdronken in de Schelfzee. De watervloeden hebben hen bedolven, zij zijn als een steen in de diepten gezonken.

Uw rechterhand, HEERE, was heerlijk in macht; Uw rechterhand, HEERE, verpletterde de vijand.
In Uw grote majesteit wierp U terneer wie tegen U opstonden. U zond Uw brandende toorn, die hen als stoppels verteerde.

Door de adem van Uw neus is het water opgehoopt, de stromen stonden als een dam, de watervloeden zijn gestold in het hart van de zee. De vijand zei: Ik achtervolg hen, haal hen in, deel de buit. Mijn verlangen wordt aan hen vervuld, ik trek mijn zwaard, mijn hand roeit hen uit. Maar U hebt met Uw adem geblazen, de zee heeft hen bedolven. Zij zonken als lood in machtige watermassa’s.

Wie is als U onder de goden, HEERE? Wie is als U, verheerlijkt in heiligheid, ontzagwekkend in lofzangen, U Die wonderen doet? U strekte Uw rechterhand uit, en de aarde verzwolg hen.
U leidde in Uw goedertierenheid dit volk, dat U verlost hebt. U leidde hen zachtjes door Uw kracht
naar Uw heilige woning. De volken hebben het gehoord, zij sidderden, angst heeft de inwoners van Filistea aangegrepen.

Toen werden door schrik overmand de stamhoofden van Edom. De machthebbers van Moab greep huivering aan. Al de inwoners van Kanaän smolten weg van angst. Op hen viel verschrikking en angst. Door de grootheid van Uw arm verstomden zij als een steen, terwijl Uw volk, HEERE, erdoorheen trok, terwijl dit volk, dat U verworven hebt, erdoorheen trok.

U zult hen brengen en hen planten op de berg die Uw eigendom is, Uw vaste woonplaats, die U gemaakt hebt, HEERE, het heiligdom, Heere, dat Uw handen gesticht hebben.
De HEERE zal regeren voor eeuwig en altijd!

Want het paard van de farao, met zijn strijdwagen en zijn ruiters, waren in de zee gekomen, en de HEERE had het water van de zee over hen terug doen vloeien. Maar de Israëlieten gingen op het droge, midden in de zee.

Mirjam, de profetes, de zuster van Aäron, nam een tamboerijn in haar hand, en al de vrouwen gingen achter haar aan, met tamboerijnen en in reidans. Toen zong Mirjam hun ten antwoord:
Zing voor de HEERE, want Hij is hoogverheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen’

(Exodus 15:1-21).

Gods Naam wordt maar liefst 10 keer genoemd.

Dit lied wordt later gezongen uit de mond van de overwinnaars van het beest (Op. 15:2,3).
Door het lied van het Lam zijn gelovigen in alle tijden door Zijn bloed verlost.

En de overwinnaars van het beest, van zijn beeld, van zijn merkteken en van het getal van zijn naam (…)
zongen het lied van Mozes

‘En ik zag iets als een glazen zee, met vuur gemengd. En de overwinnaars van het beest, van zijn beeld, van zijn merkteken en van het getal van zijn naam stonden bij de glazen zee, met de citers van God. En zij zongen het lied van Mozes, de dienstknecht van God, en het lied van het Lam, met de woorden: Groot en wonderbaarlijk zijn Uw werken, Heere, almachtige God; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Koning van de heiligen!’
(Openbaring 15:2,3).

De Heere van de legermachten – Jehovah-Sebaot

Farao gaf opdracht om de jongetjes te verdrinken. Nu verdrinkt zijn leger. Een van de namen van de Heere is Jehovah-Sebaot wat betekent: De Heere van de legermachten (Deut.1:30; Jes. 42:13). Jezus is Gods Lam, die voor alle zonden stierf en de leeuw van Juda zal de zonden oordelen. Eens zal Hij al Zijn vijanden overwinnen (Op. 5:5,6; 19:11). De Heere is ook onze rechtvaardigheid en onze heiligheid.

De Heere geeft kracht, redding en een lied (Jes. 12:2). De Heere blies over de wateren: Almachtig is onze God! Dit nieuws reisde naar andere landen en Rachab wist er ook van (Joz. 2:10). Mirjam leidde de muziek met de tamboerijn. Het volk ging de Heere prijzen na de overwinning (Ps. 106: 13,14).

De reis begint nu. Drie dagen in de woestijn en dan een feest…(?)

‘Laat Mijn volk gaan, zodat zij Mij kunnen dienen in de woestijn’ (Ex. 7:16).

Het wordt echter geen feest, maar een beproeving. Dat is waarom God Zijn volk door de woestijn liet gaan. Zij leren zichzelf en wat er in hun hart is kennen en ze leren daar ook de Heere kennen (Deut. 8:2). Je kunt je afvragen: Hoe is het mogelijk dat Israel zo snel na die verlossing gaat mopperen over een kop water? Dan kennen wij onszelf niet! Als zij op de plaats komen waar water is, dan blijkt het bitter (mara) te zijn (Rut 1:20). De bronnen van de wereld stellen tóch teleur!

Na Mara komt Elim – na bitterheid komt er volop water

De Heere wil ons ook, in alle omstandigheden van ons leven, Zijn vreugde geven. Mopperen is een groot kwaad (1 Kor. 10:10). Later wordt het volk ervoor gestraft. Nu ontvangen zij genade door hout in het water te gooien. Een prachtig beeld van het kruishout (Luk. 23:31; Gal. 3:13; 1 Pet. 2:14). Dan komt er rust en dat zien wij.

Na Mara komt Elim. Geen Elim zonder Mara. Elim betekent Palmen (grote bomen) met volop water. Het verwijst naar de twaalf waterbronnen die Mozes en het volk Israël tegenkwamen toen ze de uittocht uit Egypte, door de woestijn maakten. Voor iedere stam een bron:

  • 70 oudsten:
    Daarna zei Hij tegen Mozes: Klim naar boven, naar de HEERE toe, u en Aäron, Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israël, en buig u op een afstand neer’ (Ex. 24:1);
  • 70 discipelen:
    ‘Hierna wees de Heere nog zeventig anderen aan en zond hen twee aan twee voor Zijn aangezicht uit naar iedere stad en plaats waar Hij komen zou’ (Luk. 10:1).

De Heere is in staat om onze omstandigheden te veranderen, maar Hij verandert ons liever

Wij drinken van hun bronnen. Wij rusten in de schaduw van de gaven die de verheerlijkte Heer ons, van uit Zijn volheid geeft (Ef. 4:7-11). Het volk ging van vreugdebetoon over op gemor. Het is makkelijk om te zingen als alle omstandigheden prettig zijn, maar er is geloof voor nodig om te zingen als wij lijden of als het tegen zit. De Heere is in staat om onze omstandigheden te veranderen, maar Hij verandert ons liever (Fil. 4:10-13).

Het leven bestaat niet altijd uit strijd en uit bitter water.
De Heere brengt ons ook in de verkwikkende oases
en daarvoor behoren wij Hem te prijzen.

Wij kunnen ons erfdeel niet op eisen als wij in ‘ons Elim’ zijn.
Wij zijn allen pelgrims en geen inwoners.

Johan.

Met dank aan en toestemming van Johan Schep geplaatst. Zie ook: www.johan-linda.com.

Vergelijkbare berichten