Het leven van Mozes-levenslessen voor nu (7)

Serie over het leven van Mozes als schaduwbeeld van Christus

Mozes als een profeet

Bij het Joodse volk staat Mozes bovenaan in hun lijstje. Hij is dan ook een van de grootste leiders geweest die twee miljoen mensen uit slavernij bevrijdde en hen ook veertig jaar door de verschrikkelijke Sinaï woestijn begeleidde. Hij staat in de Bijbel bekend als de zachtmoedigste man van de hele wereld (Num. 12:3).

Drie levensfasen van Mozes

Het leven van Mozes bestaat ook uit drie gedeelten van elk veertig jaar:
Van 0 tot 40 van 40 tot 80 van 80-120.

De eerste veertig jaren; 0-40

Mozes werd geboren in Egypte als het derde kind van Amram en van Jochebed.
Het was in een moeilijke tijd van slavernij en gedurende het gebod dat de jongetjes gedood moesten worden en in de Nijl geworpen moesten worden (Ex. 1:16, 22).

Ik weet zeker dat de ouders om een meisje baden, maar het werd een mooi jongetje. Zijn ouders verborgen hem gedurende drie maanden. Daarna maakte zijn moeder een mandje van papyrusriet en bestreek dat met pek (Kapar = verzoening). Zij legden Mozes in het mandje tussen het riet van de Nijl.

Zo gehoorzaamden zij, op figuurlijke wijze, het gebod van de farao. Er was één gouden regel. Hij mocht niet huilen! Farao heerst, maar de Heere overheerst.
De dochter van de farao ging juist op die plaats baden en zij zagen het mandje. Op de juiste tijd huilde het jongetje. Dat had een effect op de dochter van farao.

Mirjam, de ouders zus van Mozes, stond op een afstand te kijken en ging naar die dochter van de farao toe. Mirjam stelde een voedster voor die voor hem zou zorgen. Zo werd zijn moeder de voedster. De satan schiet zich altijd in zijn voet. Farao betaalde de moeder en de opleiding van de toekomstige verlosser. Het zaad dat de moeder in het hart van Mozes legde, heeft farao er nooit meer uit gekregen.

Mozes werd onderwezen in alle wijsheid van de Egyptenaren (Ex. 2:1-10). Hij was intelligent en succesvol. De wereld lag nu aan zijn voeten en hij groeide op in de lijn van de volgende farao, maar Mozes wist ook hij dat hij geen Egyptenaar was (Heb. 11:24-26).

De tweede veertig jaren; 40-80

Toen hij veertig jaar oud was, ging hij bij zijn eigen volk kijken. Hij zag hoe een Egyptenaar een Hebreeër sloeg. Dit kon hij niet verdragen en hij sloeg die Egyptenaar dood. Hij keek om zich heen of het veilig was. Zo moeten wij niet leven. Wij moeten leven zoals juist is. Het was niet juist, want hij werd ontdekt. In één dag tijd, werd hij een moordenaar en een vluchteling, want het werd ontdekt en het volk aanvaardde hem niet als hun leider (Ex. 2:14,15).

Hij vluchtte naar de woestijn en kwam bij een put, via de dochters, in contact met de priester van Midian, die zeven dochters had. Hij trouwde met een dochter genaamd Zippora. Hij werd de herder van zijn schoonvader en de vader van twee zonen.

Een heel ander leven, waar hij, weg van de wereld, door de Heere klaargemaakt werd.
Toen hij op een gegeven moment weer de schapen hoedde, keek hij om zich heen en opeens zag hij een doornstruik die brandde. Het bijzondere was dat deze struik niet verteerde. Mozes werd nieuwsgierig en ontdekte dat de Heere in die braamstruik was. De Heere riep hem twee keer. Mozes zei: “Hinnê”, “Hier ben ik”. Daarna zei de Heere tegen Mozes: “Doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop u staat, is heilige grond” (Ex. 3:4b,5).

Mozes hoort dat de Heere weet waar Zijn volk doorheen gaat (Ex. 2:23b,24; 3:7).
Ook voor ons geeft dat troost, dat wij nu ook niet alleen door het leven gaan.

De laatste veertig jaren; 80-120

Dan krijgt Mozes de opdracht om het volk te verlossen. Het teken is dat het bosje niet verteert, zolang God in het bosje is. Dat is een heerlijke waarheid. ‘Any bush will do, as long as God is in the bush’ (Gal. 2:20). Mozes krijgt te horen dat de eeuwige God, die IK BEN is, met hem mee zal gaan (Ex. 3:7,8,10-12,19,20).

Uiteindelijk trok Mozes naar Egypte, maar onderweg doodde de Heere Mozes bijna, omdat hij niet gehoorzaam was in zijn eigen huis (Ex. 4 :24,25).

Als Mozes de tweede keer bij het volk komt, geloven zij Mozes. Mozes, niet Aaron, leefde uit de eerste hand, en hij ging na de teleurstelling met farao, terug naar de Heere (Ex. 5:22). Alle plagen die daarop volgden, waren ook overwinningen op de Egyptische afgoden. Farao werd er constant bij bepaald. Mozes ging steeds weer naar farao terug, met de woorden van God: “Laat Mijn volk gaan” (Ex. 5:1; 7:16; 8:1,20,21; 9:1,13,17; 10:3).

Uiteindelijk ging Mozes voor het laatst. Hij kondigde de laatste plaag aan (Ex.11:4,5). Alle eerstgeborenen zullen sterven. Aan het volk gebood Mozes dat ieder gezin een lam dat zonder enig gebrek was van de schapen of geiten moest nemen om in de nacht van de plaag te slachten
Het bloed moest op de deurposten en de bovendrempel van de deuren van hun huizen aangebracht worden. De engel ging aan de met bloed bestreken huizen voorbij. In alle overige huizen zonder bloed stierf iedere eerstgeborene. God zei Als ik het bloed zie dan zal ik voorbij gaan (Ex. 12:13). Het gaat niet om het ras. Er is bloed nodig (Lev. 17:11) om ons voor het oordeel te bewaren (Hebr. 9:22b).

De Heere Jezus, meer dan Mozes

In dit gedeelte zie je ook duidelijk Jezus, de meer dan Mozes.

Mozes is een vergeven moordenaar.

De Heere Jezus heeft nooit gezondigd.

Mozes is nooit slaaf geweest.

Jezus is nooit een slaaf van de zonde geweest.

Mozes was de dienaar van het huis.

Jezus is de bouwer en de zoon (Hebr. 3).

Mozes is de Middelaar van het Oude Verbond.

Jezus van het nieuwe Verbond!

Mozes vervulde maar de helft van Zijn opdracht (Ex. 3:17).

Jezus vervulde alles!

De heerlijkheid verdween bij Mozes.

Bij Jezus en bij gelovigen niet (2 Kor. 3:18).

Vijf dagen was het lam of die geit in het huisje om geïnspecteerd te worden (Ex. 12:3-6) (10e-14e dag zijn vijf dagen). De Heere Jezus werd ook vijf dagen in Jeruzalem als het volmaakte Paaslam door allen geïnspecteerd (Joh. 12:12). Niemand kon iets verkeerds vinden en Pilatus bevestigt dat ook (Joh. 19:38b). Geen van de beenderen van het Paaslam mocht gebroken worden (Joh. 19:33).

Allen die schuilden achter het bloed, wandelden door de zee. Als wij schuilen achter Zijn kostbaar bloed, komen wij nooit in het oordeel (Ef.1:7; Rom. 8:1).
Het volk ging op reis en zij die geloofden, net zoals Jozua en Caleb, kwamen aan.
De Heere Jezus maakt ons christenen maar Hij is ook de Voleinder (Hebr. 12:2).

Met dank aan en toestemming van Johan Schep geplaatst. Zie ook: www.johan-linda.com.

Vergelijkbare berichten