Serie over het leven van Mozes als schaduwbeeld van Christus
“Mozes stemde erin toe bij de man te blijven wonen. En hij gaf zijn dochter Zippora aan Mozes” (Ex. 2:21)
Eerder werd haar naam al even genoemd: Zippora, de vrouw van Mozes. Net zoals bij Jozef, ontving ook Mozes een niet-Joodse vrouw. Haar naam is Zippora, wat ‘vogeltje’ betekent. Zij was een van de zeven dochters van Rehuel, die ook Jethro genoemd wordt (Ex. 3:1). Hij is de priester van de Midianieten. Mozes had die herderinnen geholpen bij de bron, tegen de mannelijke herders, en het vee van die herderinnen water gegeven.
Hij verbleef daarna bij Jethro en werd zijn schaapherder. Jethro gaf zijn dochter Zippora, een niet-Joodse vrouw, aan Mozes als zijn bruid en Mozes stemde daar mee in, net als Jozef. Mozes en Zippora kregen twee zonen: Gershon, wat ‘vreemdeling’ betekent, en Eliëzer wat ‘mijn Heere helpt’ betekent. Zippora spreekt één keer in de Bijbel. Dat is het moment dat de Heere Mozes bijna doodde, omdat hij zijn zoon niet had besneden (Ex. 4:25).
Voordat Mozes Gods boodschap kon brengen aan het Joodse volk moest hij eerst gehoorzaam leren zijn in zijn eigen huis. Hij had een van zijn zonen niet besneden en de Heere wilde Mozes daarom doden. Toen besneed Zippora vervolgens hun zoon en gooide de voorhuid, waarschijnlijk boos, voor zijn voeten en noemde Mozes daarna een bloedbruidegom. Door haar actie redde zij wel Mozes zijn leven.

Dit leert mij dat de besnijdenis voor het Joodse volk belangrijk was en dat je als man je positie moet innemen:
“Hij moet goed leiding geven aan zijn eigen huis, zijn kinderen onderdanig houden, in alle waardigheid. Want als iemand niet weet hoe hij leiding moet geven aan zijn eigen huis, hoe zal hij voor de gemeente van God zorg dragen”
(1 Tim. 3:4,5).
Enkele lessen, die we hieruit mogen leren:
- 1). Net als bij Jozef had het volk Mozes de eerste keer als Verlosser afgewezen. Hij ontvangt een bruid uit de heidenen. Ik denk aan Gods Gemeente, die voorzegd was, nadat het Joodse volk de Heere Jezus had afgewezen (Mat. 16:18; Hand. 15:14).
- 2). Mozes leerde dat hij Gods gezin (Het Joodse volk) niet kon leiden als hij zijn eigen gezin niet eerst op orde had. Allereerst gehoorzaam zijn binnen je eigen gezin. Leiderschap brengt een hogere gehoorzaamheid met zich mee. Vandaar:
“U moet niet allemaal leermeesters willen zijn, mijn broeders. U weet immers dat wij dan een strenger oordeel zullen ontvangen” (Jak. 3:1). - 3). Mozes leerde dat het gevaarlijker is om ongehoorzaam te zijn tegen God, dan te strijden tegen de farao’s (Jer. 22:5). Als wij tegen de Heere vechten dan vecht Hij terug en verlies je het altijd. Denk ook nog even aan Herodus (Hand. 12:23).
- 4). Ik begrijp dat het niet gemakkelijk was voor Zippora om dit te doen met haar kind. Zij was kordaat in die situatie en redde zo wel haar stervende man Mozes. Ik denk dat het hier, na hun eerste kind Gershom, over hun tweede kind Eliëzer gaat.
- 5). Het was niet aardig van Zippora om Mozes een bloedbruidegom te noemen. Mozes was een zachtmoedige man geworden (Num. 12:3). Hij zei niets en droeg dat woord in stilte. Hij verliet die herberg opgeschrikt, maar wel als een betere man.
Mozes stuurde daarna Zippora met de twee jongens terug naar haar vader. Dat klinkt anders dan weggestuurd. Het zou kunnen dat het beter was, dat zij nu bij haar vader waren. Jethro neemt Zippora en de jongens later mee terug naar Mozes (Ex. 18:1-3).
In Num. 12:1-3 wordt de vrouw van Mozes een Cusjitische genoemd. Nu heeft het woord Cush(i) twee betekenissen, namelijk : Ethiopië en donker. Ik leun naar de gedachte dat het wel dezelfde vrouw is, want Adam, Izak en Jozef die allen duidelijke schaduwbeelden van de Heere Jezus zijn, hadden slechts één vrouw.
Later heeft Aäron Mozes verdriet gedaan, door zijn zwakke houding bij het gouden kalf. Hij had verteld aan Mozes wat hij had gedaan en tegen het volk had gezegd: “Wie goud heeft, moet dat afrukken en aan mij geven. En ik gooide het in het vuur en dit kalf kwam eruit tevoorschijn” (Ex. 32:24). En het volk had toen gezegd: “Dit zijn uw goden, Israël, die u uit het land Egypte geleid hebben” (Ex. 32:4). Maar ook zijn racistische opmerkingen over Mozes zijn vrouw, en zijn jaloezie naar Mozes zijn positie (Num. 12:1,2).
Aan de oppervlakte leefden er dus rassistische gedachten bij de oudere broer Aäron en de zus van Mozes, Mirjam, maar de onderliggende waarheid was jaloezie over de positie van Mozes (Num. 12:1-13). Beide zijn verkeerd. Het was niet voor niets dat Mirjam tijdelijk melaatsheid kreeg.
Tot zover over Zippora als niet-Joodse bruid van Mozes.
Met dank aan en toestemming van Johan Schep geplaatst. Zie ook: www.johan-linda.com
