Serie over het leven van Mozes als schaduwbeeld van Christus
In het eerste deel van deze serie, hebben we in een vogelvlucht al een beeld gekregen van hoe het leven van Mozes begon. We zullen nu, aan de hand van Exodus 2: 11-25, gaan lezen hoe het verder ging met Mozes.
En wij weten dat voor hen die God liefhebben…
“En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede…”
(Rom. 8:28a).
Mozes groeide niet op als een boze jongeman. Hij vertrouwde op de Heere, hij leerde en vergat zijn wortels nooit! In de nacht kun je huilen, maar de vreugde komt in de morgen:
“…overnacht ‘s avonds het geween, ‘s morgens is er gejuich” (Ps. 30:6b).
Het is belangrijk om niet in bitterheid te leven vanwege je verleden, maar de soevereine God te vertrouwen en met diepe teugen te drinken van Zijn genade.
De Heere maakt geen fouten met ons. Hij is bij machte om ook ons hele verleden te nemen en het te gaan gebruiken tot Zijn eer. Laten wij dat nooit vergeten.
De vreugde komt in de morgen. De zon komt nu alweer op aan de horizon.
Mozes – een ruwe diamant
Zoals de dood al boven Mozes hing, nog voordat hij geboren werd, zo hing door eigen schuld de dood opnieuw boven Mozes op zijn veertigste, toen hij uit zichzelf een keuze maakte en een beslissing nam:
“Toen hij nu de leeftijd van veertig jaar bereikt had, kwam het in zijn hart op zijn broeders, de Israëlieten, te bezoeken. En toen hij iemand zag die onrecht leed, nam hij hem in bescherming en wreekte degene die mishandeld werd: hij sloeg de Egyptenaar dood. En hij dacht dat zijn broeders begrijpen zouden dat God hun door zijn hand verlossing zou geven, maar zij begrepen het niet. En de volgende dag zagen zij hem, terwijl zij aan het vechten waren; en hij spoorde hen aan tot vrede door te zeggen: Mannen, u bent broeders; waarom doet u elkaar onrecht? Degene die zijn naaste onrecht deed, stootte hem echter van zich af en zei: Wie heeft u tot een leider en rechter over ons aangesteld? Wilt u mij ook om het leven brengen, op de wijze waarop u gisteren die Egyptenaar om het leven gebracht hebt? En Mozes vluchtte op dat woord en werd een vreemdeling in het land Midian, waar hij twee zonen verwekte” (Hand. 7:23).
“Door het geloof heeft Mozes, toen hij groot geworden was, geweigerd een zoon van de dochter van de farao genoemd te worden. Hij koos ervoor liever met het volk van God slecht behandeld te worden dan voor een ogenblik het genot van de zonde te hebben” (Heb. 11:24-25).

Mozes weigerde om nog langer een zoon van de dochter van farao genoemd te worden. Hij was de enige Jood die nooit slaaf was. Zijn liefde voor zijn volk brandde in Zijn hart. Op dat moment was Mozes een ruwe diamant. Mozes dacht dat het volk begreep dat hij hun verlosser zou zijn maar hij reageerde emotioneel. Als Mozes ziet hoe een van zijn broeders wordt afgetuigd, dan kan hij zich niet bedwingen.
Hij wreekt zijn broeder die mishandeld werd:
“En toen hij iemand zag die onrecht leed, nam hij hem in bescherming en wreekte degene die mishandeld werd: hij sloeg de Egyptenaar dood.” (Hand. 7:24).
Het was niet goed. In de beschrijving is duidelijk dat het vlees werkzaam is in Mozes, want hij keek om zich heen of het wel veilig was. Zo moeten wij niet leven. Wij moeten handelen in wat juist is. Mozes was nu geen beeld van de Heere Jezus, Die alles openlijk deed:
“Jezus antwoordde hem: Ik heb openlijk gesproken tot de wereld; Ik heb altijd onderwezen in de synagoge en in de tempel, waar de Joden altijd samenkomen, en Ik heb niets in het verborgen gesproken” (Joh. 18:20).
Op die ene dag werd Mozes een moordenaar en hij verborg die Egyptenaar onder het zand, maar dat werd ontdekt…
Mozes, enige Jood die geen slaaf was – Christus, enige Jood Die geen slaaf van zonde was
Mozes, die nooit slaaf was geweest, had bij zichzelf gedacht dat zij hem nu wel zouden aanvaarden als hun verlosser, maar hij kreeg een dag later te horen: Wie heeft u tot leider en rechter over ons aangesteld? Stefanus citeert tot twee keer toe die uitspraak en noemt die individuele afwijzing van Mozes, door die Joodse mannen, als een nationale afwijzing:
“Die Mozes, die zij afgewezen hadden toen zij zeiden: Wie heeft u tot een leider en rechter aangesteld? Hém heeft God als leider en verlosser gezonden door de hand van de Engel Die aan hem verschenen was in de doornstruik” (Hand. 7:35).
Hierin is Mozes een schaduwbeeld van de Heere Jezus, die nooit slaaf van de zonde was.
Mozes afgewezen – Christus afgewezen
Omdat Mozes de eerste keer werd afgewezen door zijn broeders om hen te verlossen van de slavernij, is dit tevens een indrukwekkende illustratie van de verwerping van Christus, als de Leidsman ten leven, Die de eerste keer eveneens werd afgewezen door het Joodse volk:
“Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen” (Joh. 1:11).
“Maar het woord moet vervuld worden dat in hun wet geschreven is: Zij hebben mij zonder reden gehaat” (Joh. 15:25).
“U echter hebt de Heilige en Rechtvaardige verloochend en gevraagd dat u een moordenaar geschonken zou worden, maar de Vorst van het leven hebt u gedood, Die God uit de doden opgewekt heeft, waarvan wij getuigen zijn” (Hand. 3:14,15).
“…laat het dan bij u allen en bij heel het volk Israël bekend zijn dat door de Naam van Jezus Christus, de Nazarener, Die u gekruisigd hebt maar Die God uit de doden opgewekt heeft, dat door Hem deze man hier gezond voor u staat. Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd, maar Die de hoeksteen geworden is. En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden” (Hand. 4:10-12).
Mozes verworpen en tijdelijk weggegaan – Christus verworpen en tijdelijk weggegaan
De farao wilde hem doden en Mozes vluchtte de woestijn in. Die vlucht wordt in de Hebreeënbrief als een daad van geloof omschreven:
“Door het geloof heeft hij Egypte verlaten zonder bevreesd te zijn voor de toorn van de koning. Want hij bleef standvastig, als zag hij de Onzichtbare” (Hebr. 11:27).
We kunnen opnieuw een gelijkenis trekken met de Heere Jezus. Enerzijds is Jezus verworpen en anderzijds is Jezus weggegaan met zegenende handen. Jezus wacht totdat het volk zich zal bekeren en Hem zal aanvaarden als hun Verlosser.
“Toen werd Mozes bevreesd, en hij zei: Deze zaak is beslist bekend geworden. Toen nu de farao van deze zaak hoorde, wilde hij Mozes doden, maar Mozes vluchtte voor de farao en vestigde zich in het land Midian…” (Ex. 2:14b,15).
Een heel ander leven voor Mozes
De Heere leidde Mozes in de woestijn en hij ontmoette daar zeven heidense herderinnen bij een bron in het land Midian, waar hij hun aanvaarde verlosser werd, door hen te verdedigen tegen die herders. Hij hielp de herderinnen ook met het geven van water aan de schapen (Ex. 2:17-20).
Mozes werd vervolgens uitgenodigd door vader Jethro, wiens ware naam Rehuel (‘godsvriend’) was, die de priester van de Midianieten was. Midian was een zoon van Abraham en Ketura (Gen. 25:1,2). Ketura was de derde vrouw (na Sara, Hagar) in Abrahams leven. Mozes en Jethro hadden dezelfde voorvader Abraham.
Mozes bleef bij hen en ontving van Jethro zijn dochter als bruid, Zippora (vogeltje) genaamd. Net als bij Jozef, stemde Mozes ermee in om te trouwen met een niet-Joodse bruid. Dit doet mij denken aan de Heere Jezus, die na de afwijzing van het Joodse volk, een bruidsgemeente ontving uit de volken:
“Simeon heeft verteld hoe God voorheen naar de heidenen omgezien heeft om voor Zijn Naam uit hen een volk aan te nemen” (Hand. 15:14).
In het volgende hoofdstuk zullen we ook Zippora, als niet-Joodse bruid, nader bekijken.
Mozes leert en wordt geschikt gemaakt voor een bijzondere opdracht
Bij Zippora werd hij ook vader van een zoon, genaamd Gersom, wat ‘een vreemdeling daar’ betekent. Mozes voelde zich voor de tweede keer een vreemdeling.
Zijn tweede zoon heette Eliëzer, wat betekent ‘God is mijn Helper’ of ‘Mijn God is hulp’:
“En de naam van de ander was Eliëzer, want, had hij gezegd, de God van mijn vader is mij tot hulp geweest en heeft mij gered van het zwaard van de farao” (Ex. 18:4).
Mozes werd schaapherder van de schapen van zijn schoonvader (Gen. 46:34). Voor Egyptenaren waren schaapherders een gruwel. De volgende veertig jaar leerde Mozes om de man te zijn van een vrouw, de vader van twee jongens, en te zorgen voor de schapen van zijn schoonvader.
Voordat er een werk door Mozes gedaan kon worden, moest er eerst een werk in Mozes gedaan worden
Er ontwikkelde zich in die volgende 40 jaar van Mozes zijn leven, een nauwe band met de Heere, in de eenzaamheid van de woestijn. Hij leerde van de schapen van zijn schoonvader, want die volgden hem als hun herder en kenden zijn stem. Die periode was Gods leerschool voor Mozes.

Hoe eenzaam de woestijn ook is, de Heere is daar! Later zegt Mozes dat het een tijd is om je nederig te maken:
“Ook moet u heel de weg in gedachten houden waarop de HEERE, uw God, u deze veertig jaar in de woestijn geleid heeft, opdat Hij u zou verootmoedigen, en u op de proef zou stellen om te weten wat er in uw hart was, of u Zijn geboden in acht zou nemen of niet” (Deut. 8:2).
Woestijn is in het Hebreeuws ‘Midbar’. Dat betekent ook ‘spreken’. Mozes wandelde maar liefst veertig jaar in de woestijn. Mozes werd later de zachtmoedigste man van de wereld genoemd:
“Maar de man Mozes was zeer zachtmoedig, meer dan alle mensen die op de aardbodem waren” (Num. 12:3).
Mozes schreef later in Deut. 32:10-12:
“Hij vond hem in een woestijngebied, in een woeste, huilende wildernis.
Hij omringde hem, Hij onderwees hem, Hij beschermde hem als Zijn oogappel.
Zoals een arend zijn nest opwekt, boven zijn jongen zweeft, zijn vleugels uitspreidt, ze pakt en ze draagt op zijn vlerken, zo heeft alleen de HEERE hem geleid, er was geen vreemde god bij hem.”
Mozes, een tachtigjarige herder, ontmoet de Heere
Mozes was ondertussen een man van tachtig jaar en ging, zoals gewoonlijk, van A naar B. Opeens zag hij een doornstruik die brandde, maar niet verteerde. Daardoor werd Mozes nieuwsgierig. Toen hij opklom naar die struik hoorde hij opeens de stem van de Heere. Mozes zei: Hier ben ik (‘Hineni’). De Heere zegt dat hij zijn schoenen uit moet doen (Ex. 3:4-8).
Daar, bij de berg van God, de Horeb, hoorde Mozes dat de Heere de problemen van Egypte kende, had gezien en gehoord:
“Het gebeurde vele dagen daarna, toen de koning van Egypte gestorven was, dat de Israëlieten zuchtten en het uitschreeuwden vanwege de slavenarbeid. En hun hulpgeroep vanwege de slavenarbeid steeg omhoog tot God. Toen hoorde God hun gekerm, en God dacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak en met Jakob. En God zag naar de Israëlieten om en ontfermde Zich over hen” (Ex. 2:23-25).
Er staat niet dat het volk tot God roept, toch wordt dit later door Mozes gezegd:
“Toen riepen wij tot de HEERE. Hij hoorde onze stem, en Hij zond een Engel, en Hij leidde ons uit Egypte” (Num. 20:16).
Tegenover de vier woorden, die het lijden van de Israëlieten omschreven: zuchten, uitschreeuwen, hulpgeroep en gekerm, geeft de Heere ook Zijn eigen reactie weer: horen, denken, zien en ontfermen. De Heere is Dezelfde. Daarin mogen wij rusten en de Heer slaapt noch sluimert. Er is altijd een ‘totdat’ bij de Heere.

Later moest Mozes het opnieuw leren, toen de Heere zei: Je bent lang genoeg bij deze berg geweest (Deut. 1:6).
Wat kunnen wij leren van de Heere Jezus, van Wie Mozes een schaduwbeeld is?
Zoals we eerder al zagen, is Mozes één van de schaduwbeelden van de Heere Jezus uit het O.T.. Wij kunnen hiervan leren. Al bij het eerste begin van het leven van Mozes, zien we overeenkomsten met het leven van de Heere Jezus.
Voordat Mozes geboren werd, was het doodvonnis al over hem uitgesproken.
Herodes vaardigde eveneens een doodvonnis uit, toen Jezus geboren was, na het bezoek van de wijzen uit het oosten. Dat was het begin van Zijn lijden hier (Matt. 2:16).
In het handelen van farao en Herodes zien wij het handelen van satan (Op. 12:4).
De Nijl symboliseert de natuurlijke zegeningen. Als wij dit geestelijk toepassen als gelovigen, dan zien wij hier een ijzersterke truc van satan, om het geestelijke leven van hen die pas tot geloof zijn gekomen en daardoor tot het volk van God, Zijn gemeente, zijn gaan behoren, te laten verstikken in alle aardse zegeningen.
Later gaan we nog veel meer overeenkomsten bekijken met hoe het leven van Mozes, als schaduwbeeld van Christus is verlopen en het leven van de Heere Jezus hier op aarde.
Gods aanwezigheid – een Bijbels principe
Tot slot wil ik een Bijbels principe doorgeven dat mijn eigen geloofsleven veranderde.
Die doornstruik brandde omdat de Heere God in die doornstruik was.
De nadruk ligt ook niet op die doornstruik zelf, of deze geel, groen, oud of jong was. De nadruk ligt op de aanwezigheid van de Heere God.
Mozes leerde daar het Bijbelse principe, wat Paulus later ook doorgeeft aan de gelovigen te Galatië:
“Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven” (Gal. 2 :20).
Het is nu God, door Mozes heen.
Tot slot…
Toen Mozes in eigenkracht streed, stierf er een Egyptenaar, maar toen Mozes het volgens Gods principe deed, lag er een heel leger, dood aan het strand (Ex. 14:28). Als er daarna een overwinningslied wordt gezongen, wordt Mozes’ naam niet genoemd (Ex. 15).
Hetzelfde principe gold later bij Jozua: door het geloof vielen de muren van Jericho (Hebr. 11:30). Ook Paulus en Barnabas kwamen terug van hun zendingsreis en vertelden wat God door hen heen gedaan had:
“Toen zij daar aangekomen waren, riepen zij de gemeente bijeen en deden er verslag van wat voor grote dingen God met hen gedaan had, en dat Hij voor de heidenen de deur van het geloof geopend had” (Hand. 14:27).
Dit is het normale christenleven zei Watchman Nee.
Het christenleven ís Christus!
Met dank aan en toestemming van Johan Schep geplaatst. Zie ook: www.johan-linda.com
