Het leven van Mozes-levenslessen voor nu (10)

Serie over het leven van Mozes als schaduwbeeld van Christus

De speciale boodschap van het manna, dat niet verzadigde

Het volk had de wonderen van de Heere beleefd door die plagen, die overwinningen waren over de Egyptische afgoden (Ex. 12:12). De Heere had de zee geopend en gesloten. De wolkkolom en de vuurkolom waren verschenen. De Heere had het bittere water zoet gemaakt en hen gebracht naar Elim, een voorportaal van het beloofd land (Deut. 8:2,3).

Tentamens in de woestijn

Zij werden in de woestijn geleid, waar zij tentamens kregen. Voorheen en daarna was het volk kwaad op Mozes en Aäron (Ex. 15:24,25; 16:2). Zij spreken over het land van slavernij alsof het daar een paradijs was. De geschiedenis van Israel is de geschiedenis van mijn hart (Jer. 17:9).

Eerst hadden zij dorst en nu hebben zij honger, want het eten raakt op.
Mozes, zoals gewend, gaat met het probleem naar de Heere (Ex. 5:22).

Het brood uit de hemel

De Heere reageert en spreekt over het brood uit de hemel:

‘Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte leidde. Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen’ (Psalm 81:11).

‘En tegen de avond gebeurde het dat er kwartels kwamen aanvliegen, die het kamp overdekten, en in de ochtend was er een laag dauw rondom het kamp. Toen de Israëlieten dat zagen, zeiden zij tegen elkaar: Wat is dat? Want zij wisten niet wat het was. Mozes zei tegen hen: Dit is het brood dat de HEERE u te eten gegeven heeft. Toen de laag dauw opgetrokken was, zie, over de woestijn lag iets fijns, iets vlokkigs, fijn als de rijp op de aarde’ (Exodus 16:13-15).

Zij moeten er wel voor bukken. Manna betekent: ‘Wat is dat?’ Mozes & Aäron vertellen dat de Heere hun gemor heeft gehoord. Zij ontvangen in de avond vlees en in de morgen manna; het geschenk dat niet verzadigde.

De Heere Jezus had het manna gegeven

‘Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn, zoals geschreven is: Hij gaf hun het brood uit de hemel te eten. En Jezus zei tegen hen: Ik ben het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal beslist geen honger hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben. Jezus dan zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel. Want het brood van God is Hij Die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld het leven geeft. Zij zeiden dan tegen Hem: Heere, geef ons altijd dat brood’
(Joh. 6:31-35).

Zij konden het niet bewaren

‘En Mozes zei tegen hen: Niemand mag ervan overlaten tot de volgende morgen. Maar zij luisterden niet naar Mozes en sommige mannen lieten ervan over tot de volgende morgen. Toen zat het vol wormen en stonk het. Daarom was Mozes erg kwaad op hen. Zo verzamelden zij het elke morgen, ieder naar wat hij eten kon, want zodra de zon heet werd, smolt het weg’
(Ex. 16:19-21).

Iedere dag is de Heere trouw

‘Nieuw zijn ze, elke morgen; groot is Uw trouw!’
(Klaagl. 3:23).
‘Immers, Zijn Goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot het leven en de godsvrucht behoort, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn heerlijkheid en Zijn deugd’
(2 Pet. 1:3).

Hij geeft ons alles, om godvruchtig te leven!

Het manna werd echter de grootste bron van ontevredenheid:

‘Het samenraapsel van vreemdelingen dat in hun midden verkeerde, werd met gulzigheid bevangen; daarom jammerden ook de Israëlieten opnieuw en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven? Wij denken terug aan de vis die wij in Egypte voor niets aten, aan de komkommers, de watermeloenen, de prei, de uien en de knoflook’
(Num. 11:4,5).

Het manna in de ark van het verbond als herinnering

Later vinden wij het manna in de ark van het verbond als herinnering. Het manna was wit:

‘Het huis van Israël gaf het de naam manna. Het was wit als korianderzaad, en de smaak ervan was als van een honingkoek’
(Ex. 16:31).

Het smaakte naar honing. Dat deed hen denken aan hun bestemming

‘Daarom ben Ik neergekomen om het volk te redden uit de hand van de Egyptenaren, en het te leiden uit dit land naar een goed en ruim land, naar een land dat overvloeit van melk en honing, naar het gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, de Amorieten, de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten’
(Ex. 3:8).

Door ongehoorzaamheid langer in de woestijn

Zij waren ongehoorzaam. In plaats van enige weken, zwierven zij in totaal 40 jaar rond.

‘En toen de HEERE u vanuit Kades-Barnea op weg zond en zei: Trek op en neem het land dat Ik u gegeven heb in bezit, was u het bevel van de HEERE, uw God, ongehoorzaam: u geloofde Hem niet en gehoorzaamde Zijn stem niet’
(Deut. 9:23).

Jaarlijks wordt de bevrijding gevierd uit Egypte. Het doel was ook om hen in te leiden:

‘Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte geleid heeft om u het land Kanaän te geven om u tot een God te zijn’
(Lev. 25:38).

Het kostte een dag om uit Egypte te komen, maar veertig jaar om Egypte uit hen te krijgen

Het kostte een dag om uit Egypte te komen, maar veertig jaar om Egypte uit hen te krijgen. Manna smaakte wel naar het ware, maar was het niet. Het was wit als korianderzaad en het lag als dauw rondom het kamp.

‘En tegen de avond gebeurde het dat er kwartels kwamen aanvliegen, die het kamp overdekten, en in de ochtend was er een laag dauw rondom het kamp. Toen de laag dauw opgetrokken was, zie, over de woestijn lag iets fijns, iets vlokkigs, fijn als de rijp op de aarde. Het huis van Israël gaf het de naam manna. Het was wit als korianderzaad, en de smaak ervan was als van een honingkoek’
(Ex. 16:13,14,31).

‘Het volk liep overal rond, verzamelde het, en maalde het met handmolens, of stampte het fijn met een stamper. Dan kookte men het in een pot en maakte er koeken van. De smaak ervan leek op de smaak van baksel in olie’
(Num. 11:8).

Wit en vochtig. Het doet mij denken aan melk. Het zag er uit als melk en smaakte als honing en de smaak van baksel in olie.

Olie is een beeld van de Heilige Geest

‘Toen nam Samuel de oliehoorn en zalfde hem te midden van zijn broers. En de Geest van de HEERE werd vaardig over David vanaf die dag en voortaan. Daarna stond Samuel op en ging naar Rama’
(1 Sam. 16:13).

De Heilige Geest heeft hen geleid:

‘Uw goede Geest hebt U gegeven om hen te onderwijzen. Uw manna hebt U hun mond niet onthouden en water hebt U hun gegeven tegen hun dorst. Veertig jaar hebt U hen onderhouden in de woestijn. Zij hebben geen gebrek geleden, hun kleren zijn niet versleten en hun voeten zijn niet opgezwollen’
(Neh. 9:20,21).

Onderhouden is niet hetzelfde als verzadigen. De Heere Jezus is de werkelijkheid:

‘Laat dus niemand u veroordelen inzake eten of drinken, of op het punt van een feestdag, een nieuwe maan of de sabbatten. Deze zaken zijn een schaduw van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus’
(Kol. 2:16,17).

Het verzadigende leven in Christus Jezus!

Laten wij niet achterom kijken, maar met volle teugen genieten, van het verzadigende leven in Christus Jezus!

Zijn Shalom, Johan.

Met dank aan en toestemming van Johan Schep geplaatst. Zie ook: www.johan-linda.com.

Vergelijkbare berichten