Vindt de ‘Ezechiël-oorlog’ plaats
voor de grote verdrukking
na de grote verdrukking
of na het Duizendjarige rijk?
Valt Gog Israël aan voor het Millennium?
Dat Gog voor of na het Millennium Israël aanvalt is niet overal zo duidelijk. In Ezechiël staat, zo lezen we hieronder, dat God Gog zal gebruiken om Zijn naam te heiligen. Het is misschien onverwacht, maar dit gegeven zegt ook iets over het moment waarop Gog Israël binnenvalt.
God heiligt Zich door Gog (Ezechiël 38:14-16)
Vanaf vers zestien spreekt God erover dat het uiteindelijke doel is om Zijn Naam te heiligen. Wat betekent dit voor ons?
“Profeteer daarom, mensenkind, en zeg tegen Gog: Zo zegt de Heere HEERE: Zult u het op die dag, wanneer Mijn volk Israël onbezorgd woont, niet te weten komen? U zult uit uw woonplaats komen, uit het uiterste noorden, u en vele volken met u, allen ruiters, een grote menigte en een talrijk leger. U zult als een wolk optrekken tegen Mijn volk Israël om het land te bedekken. Het zal gebeuren in later tijd. Dan zal Ik u over Mijn land doen komen, zodat de heidenvolken Mij kennen, wanneer Ik door u, Gog, voor hun ogen geheiligd word.“
Hier staat in vers veertien nog wel dat Israël onbezorgd woont. Dit lijkt dus nog te gaan over het einde van het Millennium, maar dan wordt er plotseling over gesproken dat God Zijn Naam zal heiligen door Gog? Wat is deze heiliging en is het logisch dat dit zal gebeuren aan het einde van het Millennium?
Gods heiligheid
God zegt tegen Ezechiël dat als Hij Gog verslaat, dat dat tot doel heeft dat de heidenvolken Hem leren kennen. Dit zal gebeuren als ze Gods macht en heiligheid zien. Als Jezus terugkomt, komt Hij niet alleen. Hij komt met een hemels leger, dat straalt als de zon.
“En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zat, werd getrouw en waarachtig genoemd. En Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid. En Zijn ogen waren als een vuurvlam en op Zijn hoofd waren vele diademen. Hij had een Naam, die opgeschreven was, en die niemand kent dan Hijzelf. En Hij was bekleed met een in bloed gedoopt bovenkleed, en Zijn naam luidt: Het Woord van God. En de legers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed in fijn linnen, wit en smetteloos” (Openbaring 19:11-14).
Hierover lezen we in de profetie van Ezechiël:
“Zo zal Ik Mijn grootheid tonen en Mij heiligen en voor de ogen van vele heidenvolken bekend worden. Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben” (Ezechiël 38:23).
Als Jezus komt, maakt Zijn heiligheid grote indruk. Wat is heiligheid? Hoe is dat te omschrijven? De gelovigen van het Nieuwe Testamant wijzen graag op Gods liefde, maar dat is slechts één kant van God. God is niet alleen liefdevol, maar ook rechtvaardig, machtig, heilig en nog veel meer.

Als Mozes in de woestijn de brandende braamstruik ziet en gaat kijken, zegt God dat hij zijn schoenen moet uitdoen omdat hij op heilige grond staat (Exodus 3:5). Later komt Mozes met het volk op diezelfde plaats en dan toont God zich aan hen:
“En het gebeurde op de derde dag, toen het morgen werd, dat er op de berg donderslagen, bliksemflitsen en een zware wolk waren, en zeer sterk bazuingeschal, zodat al het volk dat in het kamp was, beefde. Mozes leidde het volk uit het kamp, God tegemoet. Zij stonden onder aan de berg. De berg Sinaï was geheel in rook gehuld, omdat de HEERE er in vuur neerdaalde. De rook ervan steeg omhoog als de rook van een oven, en heel de berg beefde hevig. Het bazuingeschal werd gaandeweg zeer sterk. Mozes sprak en God antwoordde hem met een stem.
Toen daalde de HEERE neer op de berg Sinaï, op de top van de berg. De HEERE riep Mozes naar de top van de berg en Mozes klom naar boven. De HEERE zei tegen Mozes: Ga naar beneden, waarschuw het volk! Anders zullen zij doordringen tot de HEERE om Hem te zien en zullen velen van hen vallen” (Exodus 19:16-21).
De berg was afgezet, want als het volk of zelfs hun vee de berg maar zou aanraken, zij dan zouden sterven. De heiligheid van God kan zeer beangstigend zijn. Zijn heiligheid maakt grote indruk op de mensen die dit hebben ervaren. De volken van de aarde zullen, als Jezus neerdaalt en als ze zien wat er met Gog en Magog is gebeurd, diep ontzag hebben voor God.
Wanneer heiligt God zich door Gog?
In vers zestien zegt God:“Dan zal Ik u (Gog) over Mijn land doen komen, zodat de heidenvolken Mij kennen, wanneer Ik door u, Gog, voor hun ogen geheiligd word.”
De vraag is nu: Heiligt God zich aan de heidenvolken aan het einde van de het Duizendjarige vrederijk of doet Hij dat aan het einde van de grote Verdrukking?
Heiligt God Zich aan de volken, aan het einde van het Duizendjarige vrederijk?
Om een antwoord op deze vraag te krijgen is het van belang iets dieper in te gaan op de context van het Duizendjarige vrederijk. Wat is dat Duizendjarige rijk en waarom zal het er zijn? Is dit Millennium zomaar een aanhangsel van duizend jaar aan de duur van de aarde? Wat valt er in het kort over deze merkwaardige periode te zeggen?
Wanneer begint het Millennium?
Het Duizendjarige rijk begint na de strijd te Armageddon. In Openbaring 16 wordt beschreven dat de legers van de aarde zich te Armageddon verzamelen voor de oorlog van God. Het is moeilijk voor te stellen dat de leiders van de wereld zo hoogmoedig zullen zijn dat ze hun legers naar het Midden-Oosten sturen met de intentie om oorlog te voeren tegen God Zelf. Hun strijd zal, zo blijkt uit informatie die we bijvoorbeeld vinden in Zacharia (14) gericht zijn tegen Israël. Als Israël bijna ten onder gaat, daalt Christus van de hemel neer en de strijd is dan snel beslist in een enorm bloedbad.
Wie gaan het Duizendjarige rijk binnen?
Er zullen aan het einde van de grote Verdrukking, als de strijd bij Armageddon is aangebroken, grote legers zijn verzameld aan de grens van Israël. Als de strijd voorbij is, hebben maar weinigen van de verzamelde militairen, of misschien zelfs wel geen enkele van hen, dit overleefd. Toch was niet de hele wereldbevolking voor die strijd gemobiliseerd. Wie de oorlog op afstand heeft gadegeslagen, en nog leeft als Jezus is neergedaald, gaat het Duizendjarige rijk in.

De bruiloft van het Lam
Het Duizendjarige rijk is een bijzondere periode. Als we Openbaring (19-20) goed lezen, dan blijkt dat die periode is ingeklemd tussen twee teksten over de bruid (de kerk) van het Lam (Christus).
Vlak voor Christus neerdaalt, staat in Openbaring (19:7), dat de bruiloft van het Lam is gekomen. Duizend jaar later (na het Duizendjarige rijk) als de nieuwe hemel en nieuwe aarde is aangebroken, beschrijft de Openbaring (21:2) dat de bruid, voor haar man gereed, van de hemel neerdaalt. De bruid daalt niet eerder af naar haar man, dan wanneer de bruiloft achter de rug is.
Er staan twee gelijkenissen over een bruiloftsfeest in de Evangeliën. Jezus vergelijkt het koninkrijk der hemelen met een koning die voor zijn zoon (Christus) een bruiloft aanrichtte. Hij zei:
“Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een koning, die voor zijn zoon een bruiloft aanrichtte. En hij zond zijn slaven uit om de ter bruiloft genodigden te roepen, doch zij wilden niet komen. Wederom zond hij andere slaven uit, met de boodschap: Zegt de genodigden: Zie, ik heb mijn maaltijd bereid, mijn ossen en gemeste beesten zijn geslacht en alles is gereed; komt tot de bruiloft. Maar zij sloegen er geen acht op en gingen heen, de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaken. De overigen grepen zijn slaven, en zij mishandelden en doodden hen. En de koning werd toornig, en hij zond zijn legers uit en verdelgde die moordenaars en stak hun stad in brand.
Toen zeide hij tot zijn slaven: De bruiloft is wel gereed, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat daarom naar de kruispunten der wegen en nodigt allen, die gij aantreft tot de bruiloft. En die slaven gingen naar de wegen en verzamelden allen, die zij aantroffen, zowel slechten als goeden. En de bruiloftszaal werd vol met hen, die aanlagen” (Mattheüs 22:2-10).
Uit wat Jezus hier zegt over de mensen die naar de bruiloft komen, blijkt dat dit geen gelovigen zijn. Uit niets van wat Jezus zegt, blijkt dat deze mensen die genodigd zijn, zich hebben bekeerd en zijn gedoopt. Uit het beeld dat ontstaat is er geen reden om aan te nemen dat ze de Bijbel kennen en wellicht hebben de meesten van hen zelfs nog nooit van Christus gehoord. De mensen verdienen hun toegang tot de bruiloft ook niet door hun goede werken. Jezus zegt dat het slechte en goede mensen zijn. Een vergelijkbare gelijkenis staat in Lukas.
“Een zekere man bereidde een grote maaltijd en nodigde er velen. En hij stuurde zijn slaaf eropuit tegen de tijd van de maaltijd om de genodigden te zeggen: Kom, want alle dingen zijn nu gereed. En zij begonnen zich allen één voor één te verontschuldigen. De eerste zei tegen hem: Ik heb een akker gekocht en ik moet er nodig op uit om die te bekijken. Ik vraag u: Houd mij voor verontschuldigd. En een ander zei: Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga erheen om ze te keuren. Ik vraag u: Houd mij voor verontschuldigd. En weer een ander zei: Ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen. En die slaaf kwam terug en berichtte deze dingen aan zijn heer.
Toen werd de heer des huizes boos en zei tegen zijn slaaf: Ga er snel op uit naar de straten en stegen van de stad en breng de armen en verminkten en kreupelen en blinden hier binnen. En de slaaf zei: Heer, het is gebeurd, zoals u bevolen hebt en nog is er plaats. En de heer zei tegen de slaaf: Ga eropuit naar de landwegen en heggen en dwing hen binnen te komen, opdat mijn huis vol wordt. Want ik zeg u dat niemand van die mannen die genodigd waren, mijn maaltijd proeven zal” (Lukas 14:16-24).
In deze gelijkenis worden ongeveer dezelfde zaken genoemd als die in Mattheüs. De heer dwingt de zwervers, de armen, verminkten, kreupelen en blinden om binnen te gaan. Deze mensen die hier worden genoemd, zijn op dat moment de zwervers van de aarde. De voorwaarde om binnen te mogen komen is in eerste instantie niet dat ze zich eerst moeten bekeren: deze mensen worden gedwongen om binnen te komen.
Dit, wat hier wordt beschreven, lijkt op het einde van de grote Verdrukking. Als Jezus terugkeert op de aarde, zendt Hij Zijn engelen uit om zijn uitverkorenen bijeen te verzamelen (Mattheüs 24:30-31). Deze uitverkorenen zijn niet de kerk. De kerk is dan al in de hemel en ze heeft zich reeds gereed gemaakt voor de bruiloft. Deze uitverkorenen waar Jezus het over heeft, zijn de gelovigen vanuit de Verdrukking. Zij worden beschreven in Openbaring 7 als de schare die zo groot is dat niemand deze kan tellen. Deze mensen, die door de engelen worden verzameld, zijn het die het getal van het beest hebben geweigerd maar nog niet door hem zijn gedood (Openbaring 13).
De situatie na de Verdrukking is zo dat een enorm deel van de mensheid wereldwijd in de natuurrampen, oorlogen en hongersnoden is omgekomen. Een ander groot deel van de mensen is door de antichrist gedood omdat ze zijn teken niet op hun hand of voorhoofd wilden accepteren. Nog een ander deel van de mensen wordt door de engelen verzameld, als Jezus komt. Er zijn echter ook nog miljoenen die volkomen verarmd zijn in de Verdrukking. Massa’s van hen (de ‘goeden en slechten’) zullen, arm, verminkt, kreupel of blind zijn. Dit soort mensen zijn, door alle eeuwen heen, de struikrovers langs de landwegen en achter de heggen geweest. “Ga naar de hoeken van de straten en dwing deze mensen om binnen te komen, want de bruiloftszaal zal vol zijn” zegt God.
De genodigden zijn afgewezen en hun stad (Babylon) is in brand gestoken, maar de armen en verminkten, mogen/moeten(!) binnenkomen. Deze gasten zijn geen beeld van de kerk. Er wordt nergens in de Bijbel gesproken over God die slechte mensen dwingt om de kerk binnen te gaan.
Wat gebeurt er na het Duizendjarige rijk?
Maar hoe zit het dan met deze goede en slechte mensen, maar vooral zij; de slechten, die ‘gedwongen worden om binnen te komen’? Horen ze bij de gelovigen? Hoe valt te weten wat ze zullen doen als ze onder druk zullen komen te staan? Gaan deze mensen na het Duizendjarige rijk mee naar de nieuwe aarde? En zo ja, zullen zij zich daar van harte aan God onderwerpen? Ze hebben nooit voor of tegen God gekozen. Ze hebben nooit onder dezelfde omstandigheden als anderen in de geschiedenis, vrijwillig voor of tegen Hem gekozen. Hoe valt te weten of ze niet tegen Hem zullen rebelleren? Als ze dat zouden doen, dan zou dat als gevolg kunnen hebben, dat de zonden en dood opnieuw zullen losbreken op de nieuwe aarde. Dat is de reden waarom de duivel wordt losgelaten. Hij wordt losgelaten om die mensen de kans te geven een keuze te maken.
Volgende week zullen we verder gaan met het leven en werken onder Gods leiding, tijdens het Duizendjarig vrederijk.
Kees Middelbeek, augustus 2021
Met dank aan en toestemming van Kees Middelbeek geplaatst. Zie ook: https://www.mainstudies.com/
