Vindt de ‘Ezechiël oorlog’ plaats
voor de grote verdrukking
na de grote verdrukking
of na het Duizendjarige rijk?

In een aantal afleveringen zal dit artikel over Gog en Magog verschijnen. Het betreft een onderdeel van een veel grotere studie die dhr. Kees Middelbeek in de afgelopen 40 jaar gedaan heeft en recent in een groot studieboek uitgegeven heeft.

In Ezechiël 38-39 wordt uitgebreid geprofeteerd over Gog de grootvorst van Magog. Gog zal volgens die tekst aan het hoofd van vele volken, Israël binnenvallen. Deze zaken worden beschreven na een profetie over het herstel van Israël in hoofdstuk 37. Na de beschrijving van de inval van Gog wordt er vanaf hoofdstuk 40 tot het einde van de profetie van Ezechiël in hoofdstuk 48, een beschrijving gegeven van de nieuwe tempel in Jeruzalem. Bij het lezen van deze hoofdstukken wordt duidelijk dat dit alles zal plaatsvinden aan het einde van de tijd op aarde. Deze tijd staat ook wel bekend als de ‘eindtijd’.

Er worden echter nog meer zaken beschreven in de Bijbel die betrekking hebben op de eindtijd. De vraag waar we ons in deze studie mee zullen bezighouden is: wanneer in de eindtijd zal de oorlog van Gog en Magog plaatsvinden? Zal Gog Israël aanvallen in het begin of aan het einde van de grote Verdrukking of na het Duizendjarige rijk?

Sommige uitleggers (dit is geen wetenschappelijk onderzoek en ik zal daarom geen namen van hen noemen) zien de ‘Ezechiël oorlog’ als de start van de grote Verdrukking, anderen zien deze als de strijd bij Armageddon, aan het einde van de grote Verdrukking en weer anderen menen dat dit zal gebeuren aan het einde van het Duizendjarige rijk. Waar komt dit verschil van inzicht vandaan, is het een probleem en is het te verklaren? Als belangrijkste teksten voor deze vraag zullen Ezechiël 38-39 en Openbaring 20 dienen.

Voor we op deze vraag ingaan is het zaak om uitleg te geven over wat de grote Verdrukking is en wat wordt verstaan onder het Duizendjarige rijk.

Wat is de grote Verdrukking?

Er wordt in de Bijbel veel informatie gevonden over de grote Verdrukking. We willen ons hier beperken tot wat Jezus hierover zei:

“Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarvan gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan op de heilige plaats -laat hij die het leest, daarop letten! – laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen. Wie op het dak is, moet niet naar beneden gaan om iets uit zijn huis te halen, en wie op de akker is, moet niet terugkeren naar wat hij achterliet om zijn kleren te halen. Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen! En bid dat uw vlucht niet zal plaatsvinden in de winter en ook niet op een sabbat.
Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal. En als die dagen niet ingekort werden, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen ingekort worden.
Als iemand dan tegen u zegt: Zie, hier is de Christus of daar, geloof het niet; want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zó dat zij -als het mogelijk zou zijn- ook de uitverkorenen zouden misleiden.
Zie, Ik heb het u van tevoren gezegd! Als men dan tegen u zal zeggen: Zie, Hij is in de woestijn; ga er niet op uit; zie, Hij is in de binnenkamers, geloof het niet, want zoals de bliksem vanuit het oosten komt en zichtbaar is tot in het westen, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.
Want waar het dode lichaam is, daar zullen de gieren zich verzamelen. En meteen na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden.
En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden onder luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere uiterste ervan”
(Mattheüs 24:15-31).

Samengevat staat hier dat de grote Verdrukking zal plaatsvinden, direct voor Christus’ wederkomst. Dit zal een tijd zijn die zo gruwelijk is, dat als deze langer zou duren dan de tijd die God ervoor stelde, er geen mens (vlees) behouden zou worden. De Verdrukking, zo weten we uit de Openbaring (11) en uit Daniël (9:27), duurt minimaal zeven jaar. Na de grote Verdrukking is er een periode van duizend jaar waarop de hele wereld vanuit Jeruzalem geregeerd wordt en is het vrede op de hele aarde.

Wat is het Duizendjarige rijk?

Kenmerken van het Duizendjarige rijk worden beschreven in vele profetieën van het Oude- en Nieuwe Testament. De term komt voort uit wat over die periode in de Openbaring staat:

“En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand. En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizend jaar, en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.
En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, die het beest en zijn beeld niet hadden aangebeden, die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij werden weer levend en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang”
(Openbaring 20:1-4)

Dit Duizendjarige rijk is dus een periode van evenzoveel jaar. In die duizend jaar regeren de mensen, zoals dit in de tekst staat, die onthoofd zijn om hun geloof in Christus en die het beest (de Antichrist) tijdens de grote Verdrukking niet hebben aanbeden. Zij regeren dan samen met Christus. Deze periode wordt ook wel het Millennium (van duizend) genoemd.

Wie zijn Gog en Magog?

Zoekende naar het antwoord op de vraag wanneer Gog en Magog actief zijn, leidt naar de vraag wie zijn Gog en Magog?

Magog is te vinden in de lijst van de nakomelingen van Noach:

“Dit zijn de afstammelingen van de zonen van Noach, Sem, Cham en Jafeth. Bij hen werden na de vloed zonen geboren. De zonen van Jafeth zijn: Gomer, Magog, Madai, Javan, Tubal, Mesech en Tiras. De zonen van Gomer zijn: Askenaz, Rifath en Togarma. De zonen van Javan zijn: Elisa en Tarsis, de Kittiërs en de Dodanieten. Van hen stammen de mensen af die zich over de kustlanden van de volken verspreid hebben, in hun landen, elk overeenkomstig zijn taal, overeenkomstig hun geslachten, onder hun volken” (Genesis 10: 1-5)

Gomer, Magog, Javan en Tubal zijn zonen van Jafeth. Al deze afstammelingen van Noach zijn stamvaders van volken geworden. Van Javan wordt aangenomen dat diens nakomelingen in Griekenland zijn gaan wonen, van Magog en Tubal dat ze na de Zondvloed naar het noorden zijn getrokken richting de Kaukasus. Er zijn er die in Magog Turkije zien. Ik ga er, zoals veel andere uitleggers, vanuit dat Magog de stamvader was van volken die ten noorden van de Kaukasus zijn gaan wonen. Magog is, zo gezien dan de voorvader van de Russische volkeren. Magog betekent ‘land van god’

Gog is, zoals hij in Ezechiël wordt beschreven de groot (=belangrijkste) vorst van Magog en de genoemde volken.

“Mensenkind, richt uw blik op Gog, het land van Magog, de oppervorst van Mesech en Tubal, en profeteer tegen hem” (Ezechiël 38:2).

Gog betekent ‘berg’. Gog en Magog betekenen samen dus ‘berg in het land van god’. Gog en Magog komen uit het gebied van de Ararat en noordelijker. De Ararat is de berg waarop de Ark van Noach geland is, en waar ook de Hof van Eden (en de oorspronkelijke berg Sion, van God) heeft gelegen.

Waar en hoe wordt er over Gog en Magog gesproken?

Na de volkerenlijst van Genesis (10) komt de naam Gog nog een keer voor als nakomeling van Ruben (1Kronieken 5:4). Als het gaat over de eindtijd, komt Gog pas voor in de tekst van Ezechiël (38-39) en in Openbaring (20). In deze twee Bijbelplaatsen wordt het eerst over Gog als de leider van Magog gesproken. Ezechiël beschrijft wat hun rol in de eindtijd is. In de Openbaring worden Gog en Magog genoemd na het Duizendjarige rijk.

Het probleem van Gog en Magog

God geeft in de profetieën naast vermaningen voor hen die leven tijdens het optreden van de profeet, ook informatie over de toekomst. Deze informatie geeft Hij om hen die leven in de tijd waarover de profetie gaat, voor te bereiden op de zaken die komen gaan (Openbaring 1:1). Dit geldt ook voor de profetieën over Gog en Magog. Het is duidelijk dat Gog en Magog actief zijn in de eindtijd. Wat minder duidelijk is, is wanneer precies hun inval in Israël zal plaatsvinden.

De opties daarvoor, zoals ze zich aandienen zijn: deze inval zal plaatsvinden: voor of na de Verdrukking, of als derde mogelijkheid: na het Duizendjarige rijk.

De profetie van Ezechiël over Gog en Magog beschrijft verschillende zaken die ook in andere profetieën beschreven worden. Sommige zaken die worden beschreven in de profetieën kunnen vrijwel onmogelijk voor het Duizendjarige rijk gebeuren en andere zaken die worden genoemd, kunnen er onmogelijk na plaatsvinden. Hoe dit moet worden begrepen, hopen we in deze studie uit te zoeken. We zullen beginnen met de vraag of Gog Israël aanvalt aan het einde van het Millennium.

In het volgende gedeelte gaan we verder met de vraag:
Valt Gog Israël aan, aan het einde van het Millennium?

Kees Middelbeek, augustus 2021

Met dank aan en toestemming van Kees Middelbeek geplaatst. Zie ook: https://www.mainstudies.com/

Vergelijkbare berichten