Als wij het woord Christus, wat Gezalfde betekent, en kruis naast elkaar zetten, dan weten wij dat die woorden niet bij elkaar passen. Toch is Jezus daarop geëindigd, door een wereld die Hem afwees! Ook al heeft Hij nooit gezondigd en was er geen reden voor (Joh. 15:25).
Aan het begin van Zijn kruisiging, lasterden de mensen, inclusief die twee misdadigers die links en rechts van Hem hingen, de Heere Jezus.
Opeens hoorden zij de luide stem van de Heere Jezus, met autoriteit.
1) ‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.’
(Luk. 23:34) – Een Woord van vergeving
De Heere Jezus geeft als onze Voorloper (Heb. 6:20) het voorbeeld om, wat ons ook aangedaan wordt, wij ook moeten vergeven. Is dat geen onbegrijpelijke genade? Hij richt Zich tot Zijn Vader en er komt geen woord van wraak over Zijn lippen, maar wel woorden van vergeving, omdat Jezus ten diepste wist dat zij niet wisten wat zij gedaan hadden. Petrus en Paulus predikten die overtuiging ook (Hand. 3:17; 1 Kor. 2:8).
2) ‘Heden zult u met Mij in het paradijs zijn.’
(Luk. 23:43) – Een Woord van vertroosting
Er komt direct een reactie na de woorden van vergeving en nog wel vlak naast hem van die ene Joodse misdadiger die Hem eerst ook had uitgescholden. Die misdadiger spreekt eerst tegen die andere en zegt: Vreest Gij de Heere God niet, nu u hetzelfde vonnis onder gaat? En wij toch rechtvaardig, want wij ontvangen straf overeenkomstig wat wij gedaan hebben, maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan. Hij zegt: Heere, denk aan mij als u in Uw koninkrijk gekomen bent.
Wat kunnen wij veel leren. Hij vreesde God en hij beleed zijn zonden. Hij geloofde als eerste in de opstanding en ook in een Koninkrijk. Hij noemt Christus de Heere en Hij wist dat Hij onschuldig was. Er is één stervensgetuigenis in de hele Bijbel. Al de andere schrijvers noemden dit voorval ook, maar alleen Lukas spreekt over zijn bekering. Het lijkt wel of hij Jezus al heel lang kent. Hij heeft een groter geloof, dan alle discipelen. Hij wordt ook bevestigd met de zekerheid van het paradijs. Die misdadiger is een van mijn favoriete personen in de gehele Bijbel. Die drie kruizen daar, vertegenwoordigen ook de gehele mensheid.
Die andere misdadiger had het beter op het kruis, dan na zijn sterven.
3) ‘Vrouw, zie, uw zoon.’
(Joh. 19:26, 27) – Een Woord van verzorging
De Heere Jezus vertrouwde Zijn moeder aan Johannes toe, maar niet aan Zijn halfbroers die nog ongelovig waren (Joh. 7:5). Jezus sprak tot Johannes en tot Maria. Tot het einde toe vervulde Jezus de wet van Mozes om als eerstgeborene voor Zijn moeder te zorgen (Rom. 10:4).
4) ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’
(Matt. 27:46) – Een Woord van verlatenheid
Al het andere lijden van de Heere Jezus, was maar betrekkelijk, vergeleken bij deze volgende drie uren van duisternis op het kruis, toen Jezus – als Mens – door God verlaten werd, toen Hij tot zonde gemaakt werd (2 Kor. 5:21). Hiermee vervulde de Heere Jezus Psalm 22:1. Hij was verlaten, zodat wij nooit verlaten zullen zijn (Heb. 13:5,6). Het is de enige weg (1 Pet. 3:18).
5) Ik heb dorst!
(Joh. 19:28) – Een Woord van versmachting
In Zijn Goddelijk alwetendheid en wijsheid, weet de Heere dat met het toevertrouwen van de Zijnen aan de zorg voor elkaar, alles is volbracht. ‘Ik heb dorst’ is niet in de eerste plaats een uiting van Zijn lichamelijke behoefte, maar wel van een geestelijke noodzaak, om weer te wijzen op het laatste Schriftwoord die Hij vervulde (Ps. 69:22). Wat moet Zijn kwelling groot geweest zijn. Die zure wijn stond onder aan het kruis.

6) ‘Het is volbracht!’
(In het Grieks: Tetelestai)
(Joh. 19:30) – Een Woord van victorie
Allereerst was de Heere Jezus gekomen om Zijn Vader te verheerlijken (Joh. 17:4). Alle zonden verleden, heden en de toekomst zijn betaald! Het is het einde van het Joodse geloof. Het voorhangsel scheurde van boven naar beneden (Luk. 23:45). Later ontving Petrus het bericht dat alles nu rein is (Hand. 10:15). Zeventig na Christus is in Jeruzalem, door de Romeinse generaal Titus, de tempel totaal verwoest. Jezus is ook de vervulling van het Paaslam. Zijn beenderen zijn ook niet gebroken (Ex. 12:46; Joh. 19:36). Alle aandacht is weer op dat middelste kruis.
7) ‘Vader, in Uw handen beveel ik Mijn Geest.’
(Luk. 23:46; Ps. 31:6) – Een Woord van vertrouwen
Het werk is volbracht. Jezus kan sterven en rusten. De grondslag van de Gemeente van God is gelegd. Die woorden zijn de woorden van een Joods slaapliedje. Maria heeft dat waarschijnlijk voor Jezus gezongen. De hoofdman verheerlijkte God. Hij spreekt over Deze Mens. Zijn dood en opstanding is het allerbelangrijkste (1 Kor. 15:3,4). Jezus heeft Zijn leven voor ons gegeven (Heb. 10:5) om in ons te wonen. Door het kruis en Zijn verheerlijking is die weg geopend (Gal. 3:26-29).
Een paar toevoegingen over dat laatste kruiswoord. Dit is na Zijn lijden voor onze zonden.
Er zijn twee Schriftplaatsen die ons vertellen dat wij in het graf de Heere niet kunnen prijzen (Ps. 6:6; 115:17).
Het is een Joods slaapliedje in die tijd, maar heden heb ik er niet meer van gehoord.
Psalm 31:6a is voordat de Heere Jezus Zijn Geest aan Zijn Hemelse Vader gaf, en Psalm 31:6b erna. Na gedane arbeid is het goed rusten.
De misdadiger die zich bekeerde aan het kruis, is voor ons allen het getuigenis van Zijn totale genade (Ef. 2:8). Hij kon zich niet laten dopen of zijn verleden herstellen of excuses aanbieden bij hen die hij benadeeld had. Het enige wat hij kon getuigen, was dat de Man in het midden zei dat ik mocht komen. Hij had nog, vlak voor zijn sterven, getuigd tegen die andere Joodse misdadiger (Romeinen werden niet gekruisigd) en hem er duidelijk bij bepaald dat hij een zondaar is en Jezus niet (2 Kor. 5:21). Die andere besloot niet om zich te bekeren en dat was zijn keuze.
Dit doet mij denken aan de geschiedenis (geen gelijkenis) van Lukas 16:19-31.
Na het sterven zijn keuzes voorbij! Het is de mens eenmaal te sterven en daarna het oordeel.
Met dank aan en toestemming van Johan Schep geplaatst. Zie ook: http://www.johan-linda.com.
