5 Bijbelstudies over 2 Koningen 5
3. DE ‘DOOP’ VAN NAÄMAN IN DE JORDAAN
In dit derde hoofdstuk zien wij hoe Naäman zichzelf vernederde en zich zevenmaal onderdompelde in de Jordaan. Hij bleef echter niet in het watergraf, maar kwam als een nieuw schepsel tevoorschijn. Dat is een prachtig voorbeeld voor ons, want als christenen zijn wij ook totaal vernieuwde mensen.
Ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan
Elisa vond het niet nodig om Naäman persoonlijk te woord te staan. Hij had hiermee zijn wijze bedoelingen, zoals al gauw zou blijken. Want Naäman moest zichzelf leren vernederen; zijn trots moest gebroken worden. De profeet kwam dus niet zelf naar buiten, maar stuurde eenvoudig een bode naar hem toe met de opdracht: ‘Ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan’ (vs. 10a). Ook koppelde hij hieraan de duidelijke belofte: ‘Dan zal uw vlees weer gezond worden en zult u rein zijn’ (vs. 10b). Een van de vreselijke gevolgen van de melaatsheid is immers dat het vlees van de zieke als het ware wordt weggegeten.
Deze opdracht viel echter niet in goede aarde bij de machtige legeroverste. Naäman vatte de boodschap van de profeet op als een persoonlijke belediging. Hij had een heel andere behandeling verwacht, een ingewikkeld ritueel, zoals hij dat waarschijnlijk gewend was van de heidense tovenaars en magnetiseurs in zijn eigen land (vs. 11). Hij mocht toch ook wel rekenen op een eervolle behandeling? Ten slotte was hij niet de eerste de beste. En was hij niet in staat om Elisa rijk te belonen voor zijn diensten?
Wat een opdracht: ‘Ga heen en was u zevenmaal in de Jordaan’! Wat een vernedering! Waren de heldere en waterrijke rivieren van Damascus, de Abana (of: Amana) en de Parpar, niet beter dan die smalle en modderige Jordaan? Zou hij thuis geen bad kunnen nemen? Die remedie had Naäman zelf ook wel kunnen bedenken (vs. 12). Hij wilde echter noch de rivieren, noch de goden van Damascus prijsgeven. Pas later zou hij erkennen dat er op de hele aarde geen God was behalve in Israël (vs. 15).
Naäman was boos en voelde zich diep gekwetst. Daar klonk zijn bevel tot de wagenmenner: Wend de teugel! Terug naar huis! Het zal een poosje stil zijn geweest in de stoet die terugkeerde in noordelijke richting en afdaalde van het bergland van Samaria. Misschien gebeurde het op een stopplaats niet ver van de Jordaan, dat de dienaren van Naäman de moed kregen hun heer aan te spreken (vs. 13). Ze deden dat met tact en met het nodige respect. Ze eerden hun overste als een vader. Het was een ongevraagd advies dat zij gaven, maar het was heel nuchter en gezond. Als de profeet iets moeilijks had opgedragen, zou Naäman dat dan niet hebben gedaan? Zou hij niet alle middelen hebben aangewend om weer gezond te worden? Nu had de profeet echter een simpele opdracht gegeven: ‘Was u en u zult rein zijn’. Waarom dan niet geluisterd naar die eenvoudige woorden van de man Gods?
Nieuw leven in Christus
Het pleit voor Naäman dat hij wilde luisteren naar de woorden van zijn ondergeschikten. Hij was niet eigenwijs: ‘Daarom daalde hij af en doopte zich zevenmaal onder in de Jordaan, overeenkomstig het woord van de man Gods’ (vs. 14a). Toch zal het wel moeilijk voor hem zijn geweest om zich zo te vernederen voor het oog van zijn minderen. Hij moest van zijn hoge wagen afdalen, zijn kleren afleggen en om zo te zeggen ondergaan in de Jordaan. Maar hij deed het, hoewel er niets overbleef van zijn grootheid en voornaamheid.
Bovendien deed hij het niet alleen om zijn knechten een plezier te doen. Hij luisterde niet slechts naar hen, maar hij gaf gehoor aan het woord van de man Gods, zoals ons vers zegt. Wij krijgen hier aanschouwelijk onderwijs met betrekking tot de weg van het heil. Wij moeten ons bewust worden van onze eigen geringheid, onze zondigheid, onze ‘melaatsheid’. Wij moeten onszelf vernederen voor Gods aangezicht en afdalen van de ‘hoge wagen’ van onze natuurlijke trots en pretenties. Wij moeten klein worden voor God en de weg gaan die Hij ons wijst in Zijn Woord.
Gods remedie is dat wij onze zonden belijden, de oude mens afleggen en afdalen in de doodsrivier. Dat wil zeggen: wij moeten ons in het geloof vereenzelvigen met een gestorven Christus. Er is geen andere mogelijkheid om gered en gereinigd te worden, om nieuw leven te ontvangen. ‘Niemand komt tot de Vader dan door Mij’, zegt de Heer Jezus (Joh. 14:6). Naäman was gehoorzaam en dompelde zich zevenmaal onder in de Jordaan (dat betekent: ‘de afdalende’).
Deze rivier ontspringt tussen de Libanon en de Hermon en stroomt naar de Dode Zee, die ver onder zeeniveau ligt. Dit is een prachtig type van de dood van Christus. Hij daalde immers af van hemelse hoogten en vernederde Zichzelf tot in de dood. Het getal zeven spreekt van volkomenheid en totaliteit. Naäman moest zich zevenmaal onderdompelen in de Jordaan. Hij moest volkomen ondergaan; er mocht niets van de oude mens overblijven. Evenzo zijn wij als gelovigen met Christus begraven door de doop tot de dood. Wij zijn met Hem één geworden in de gelijkheid van Zijn dood (Rom. 6:4-5).
Maar Naäman bleef niet in het watergraf. Hij kwam als een nieuw schepsel tevoorschijn: ‘Zijn lichaam werd weer gezond, als het vlees van een kleine jongen, en hij werd rein’ (vs. 14b). Dat is een beeld van het nieuwe leven dat wij als gelovigen ontvangen hebben. Wij zijn niet alleen met Christus gestorven, maar ook met Hem opgestaan in een nieuw leven. Daarom kunnen wij als verlosten zingen: ‘Daar U bent voor ons gestorven, is het leven ons verworven; en daar U bent opgestaan, kunnen wij in vrijheid gaan’.
Zeven zegeningen
Dit tekstgedeelte (vs. 14b) belicht een aantal belangrijke waarheden uit het Nieuwe Testament. Min of meer toevallig kom ik weer op het getal zeven uit). Naäman’s ‘doop’ in de Jordaan illustreert dat wij:
- (1) gereinigd zijn van de zonden en ongerechtigheden die ons aankleefden en ons verontreinigden in het oog van een heilig God (Joh. 13:10; Hebr. 10:22; 1 Petr. 1:22),
- (2) verlost zijn van de macht van de zonde, die steeds voort- woekerde in ons leven en die ons te gronde richtte (Rom. 8:2),
- (3) opnieuw geboren zijn (Joh. 3:3,5),
- (4) levend gemaakt zijn met Christus (Ef. 2:5; Kol. 2:13),
- (5) een nieuwe schepping zijn in Hem (2 Kor. 5:17),
- (6) de oude mens hebben afgelegd en de nieuwe mens hebben aangedaan (Gal. 3:27; Ef. 4:22-24; Kol. 3:9-10),
- (7) voortaan in nieuwheid van leven mogen wandelen (Rom. 6:4).
Het blijkt hier ook weer dat de Schrift meestal spreekt over de reiniging van de melaatse, en zelden over diens genezing. Evenzo maakt de zonde ons onrein voor God, Die te rein van ogen is om het kwaad te zien. De toezegging van de profeet was: ‘(…) en u zult rein zijn’ (vs. 10b). In overeenstemming hiermee lezen wij hier: ‘(…) en hij werd rein’ (vs. 14b).
Gespreksvragen:
- (1) Bent u bereid uzelf voor God te vernederen?
- (2) Bent u door het geloof eengemaakt met Christus in Zijn dood en opstanding en hebt u dat ook tot uitdrukking gebracht in de doop?
- (3) Wandelt u ook praktisch in nieuwheid van leven?
Met dank aan en toestemming van dhr. H. Bouter geplaatst. Mocht u toch de voorkeur geven aan een fysiek boekje om deze als naslagwerk in huis te hebben, dan kunt u deze bestellen bij o.a. uitgeverijdaniel.nl. Het ISBN nummer is 9789070926380. Ook kunt u deze gratis als pdf downloaden op oudesporen.nl.
