De Heere riep zeven mensen tweemaal bij hun naam
Genesis 22:11 e.a.p.
Het is al bijzonder als de Heere mensen bij hun naam noemt. Als de Heere een naam twee keer noemt, is dat zeker van belang. In de Bijbel wordt het zeven keer vermeld. Vijf keer rechtstreeks vanuit de hemel; en twee keer uit de mond van de Heere Jezus. Soms is de boodschap vermanend en soms is het een bemoediging, of een woord van troost.
1. Abraham, Abraham (Gen. 22:11)
‘Toen strekte Abraham zijn hand uit en nam het mes om zijn zoon te slachten. Maar de Engel van de Heere riep tot hem vanuit de hemel en zei: Abraham, Abraham! Hij zei: Zie, hier ben ik. Toen zei Hij: Steek uw hand niet uit naar de jongen en doe hem niets, want nu weet Ik dat u godvrezend bent en uw zoon, uw enige, Mij niet onthouden hebt’ (Gen. 22:10-12).

Hij was de eerste, wiens naam twee keer uit de hemel werd geroepen. Het was niet toen Abraham nog in Mesopotamië woonde. Het was ook niet toen God Abraham uit zijn tent naar buiten liet komen en hem liet opzien naar boven. Evenmin was het toen Hij Zichzelf aan hem als de Almachtige openbaarde. Dit waren mooie momenten in het leven van de patriarch. Het hoogtepunt van Abrahams leven was de eenmalige beproeving om zijn enige geliefde zoon te offeren. Een prachtig schaduwbeeld van onze hemelse Vader met Zijn Zoon.
2. Jakob, Jakob (Gen. 46:2)
‘Israël brak op met alles wat hij had, en hij kwam in Berseba; daar bracht hij offers aan de God van zijn vader Izak. En God sprak tot Israël door nachtelijke visioenen en zei: Jakob! Jakob! En hij zei: Zie, hier ben ik. En Hij zei: Ik ben God, de God van uw vader; wees niet bevreesd om naar Egypte te trekken, want Ik zal u daar tot een groot volk maken’ (Gen. 46:1-3).
Het is niet onbelangrijk om te zien welke momenten het waren, waarop mensen door de Heere twee keer bij hun naam werden geroepen. Bij Jakob is het als hij het land verlaat. Hij deed iets waarvoor Abraham en Izak ernstig waren gewaarschuwd. Maar Jakob werd bemoedigd om juist wél te gaan en getroost met die prachtige woorden van de Heere: Jozef zal je ogen sluiten (Gen. 46:4).
3. Mozes, Mozes (Ex. 3:4)
‘Mozes zei: Laat ik nu naar dat indrukwekkende verschijnsel gaan kijken, waarom de doornstruik niet verbrandt. Toen de Heere zag dat hij ging kijken, riep God tot hem uit het midden van de doornstruik en zei: Mozes, Mozes! Hij zei: Zie, hier ben ik!’ (Ex. 3:3-4)

Het was bij Mozes op tachtigjarige leeftijd, toen hij door de Heere werd geroepen om Zijn volk te bevrijden. Hij ziet een doornstruik branden, die niet werd verteerd. Mozes kreeg dit principe mee dat hij ook een bosje was en dat de Heere ook door hem wilde leven en werken. Als de Israëlieten verlost zijn, zingen zij een loflied, maar Mozes’ naam wordt niet genoemd (Ex. 15).
4. Samuel, Samuel (1 Sam. 3:10)
‘Toen kwam de Heere en bleef daar staan; en Hij riep zoals de andere keren: Samuel, Samuel! En Samuel zei: Spreek, want Uw dienaar luistert. De Heere zei tegen Samuel: Zie, Ik ga iets doen in Israël waarvan bij ieder die het hoort, de beide oren zullen tuiten’ … ‘En heel Israël, van Dan tot Berseba toe, erkende dat Samuel aangesteld was tot profeet van de Heere. En de Heere bleef in Silo verschijnen; ja, de Heere openbaarde Zich aan Samuel in Silo door het woord van de Heere (1 Sam. 3:10-11; 20-21).
De profeet van de Heere zou voortaan de verbindende schakel vormen tussen God en Zijn volk. Zijn naam betekent: van God gebeden. Zijn hele leven staat in de Bijbel. Deze man heeft onder Gods leiding een grote zegen over zijn land en volk gebracht. Ook wij leven in een tijd van verwarring. Het zijn dagen van kleine kracht, maar de Heere geeft nu ook de zegen van persoonlijke toewijding via ieder van ons.
5. Martha, Martha (Luk. 10:41)
‘Maar Martha was druk bezig met bedienen. Nadat zij erbij was komen staan, zei zij: Heere, trekt U het Zich niet aan dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg toch tegen haar dat zij mij helpt. Jezus antwoordde en zei tegen haar: Martha, Martha, u bent bezorgd en maakt u druk over veel dingen. Slechts één ding is nodig. Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat niet van haar zal worden afgenomen’ (Luk. 10:40-42).
God was geopenbaard in het vlees. Jezus Christus is ‘God met ons’ (Matt. 1:23). De Heere Jezus zei: Martha, Martha, je bent bezorgd en verontrust over vele dingen, maar één ding is nodig. Maar Maria heeft het goede deel gekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen. Later zien wij dat Martha haar Meester heeft begrepen. Want er staat: Martha diende (Joh. 12:1-8). Hoe eenvoudig, en hoe mooi. Terwijl Judas en al die andere discipelen Maria veroordeelden, omdat zij vonden dat de kostbare nardus werd verspild, sprak Martha geen woord. In alle stilte verrichtte zij de haar opgedragen dienst en de Heilige Geest waardeerde haar optreden met een korte maar veelzeggende vermelding: Martha diende. De liefdedaad van Maria en van Martha veranderde de geur in het huis.
6. Simon, Simon (Luk. 22:31)
‘En de Heere zei: Simon, Simon, zie, de satan heeft u allen opgeëist om te ziften als de tarwe. Maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoudt. En u, als u eens tot inkeer gekomen bent, versterk dan uw broeders’ (Luk. 22:31-32).
De Heere Jezus spreekt Simon bij zijn eigen naam aan en zegt: Zie, de satan heeft begeerd om u te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoudt; en als u eens bekeerd zult zijn, versterk dan uw broeders. Lukas spreekt over de zorg van Jezus voor hem en Zijn voornemen om de gevallen discipel terug te brengen. Hoe wonderlijk zijn toch de wegen van Zijn genade. Ik heb voor u gebeden: dat zegt de Heiland alleen tegen Petrus. Hij had er niets van geleerd. Hij zegt: Heere, ik ben bereid met U zelfs in de gevangenis en in de dood te gaan. Arme Simon. Een paar uur later verloochende hij de Heere. Hij had niet gelogen. Hij had de Heere van harte lief, maar hij vertrouwde op een mens (Jer. 17:5).

Het is een van de moeilijkste lessen om te leren dat in ons vlees geen goed woont. Zijn diepe val was niet het einde van Petrus, maar een nieuw begin. Hij was de eerste, die persoonlijk bezoek kreeg van de opgestane Heer (1 Kor. 15:5). Hij werd privé en ook publiekelijk hersteld (Joh. 21). Daarom vinden wij Petrus terug als spreekbuis in het boek Handelingen, en de vele broeders leerden van hem.
7. Saul, Saul (Hand. 9:4)
‘En terwijl hij onderweg was, gebeurde het dat hij dicht bij Damascus kwam. En plotseling omscheen hem een licht vanuit de hemel, en toen hij op de grond gevallen was, hoorde hij een stem die tegen hem zei: Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij? En hij zei: Wie bent U, Heere? En de Heere zei: Ik ben Jezus, Die u vervolgt. Het is hard voor u, met de hielen tegen de prikkels te slaan’ (Hand. 9:3-5).
Saul is de zevende persoon. Zijn bekering is een mijlpaal. Saul krijgt te horen: ‘Ik ben Jezus, Die u vervolgt’. De vervolgingen op aarde werd gevoeld door Jezus in de hemel. Dit bracht Paulus tot bekering en daarom vraagt hij de Heer ook direct wat hij moet doen. Hij is dat nooit vergeten en roept ons allen vandaag toe: Weest mijn navolgers (Fil. 3:17).
Zijn Shalom, Johan.
Met dank aan en toestemming van Johan Schep geplaatst. Zie ook: https://www.oudesporen.nl/Download/OS3922.pdf en www.johan-linda.com.
