Het Finse parlementslid en oud-minister van binnenlandse zaken Päivi Maria Räsänen vindt dat christenen niet angstig in hun schulp moeten kruipen, maar juist openlijk moeten blijven zeggen dat homoseksueel gedrag verkeerd en onacceptabel is. Zelfcensuur leidt in de praktijk volgens haar juist tot verdere inperking van vrijheden.

„Veel jonge christenen zijn in het huidige klimaat bang om uitdrukking te geven aan hun overtuigingen. Maar hoe meer we blijven zwijgen, des te meer lopen onze vrijheden gevaar. Ik wil christenen in Finland en overal ter wereld aanmoedigen om overal hun mond open te doen. Je moet open zijn over wat je gelooft.” Dat zei Räsänen woensdag op een internationale persconferentie, waar het Bijbels Beraad M/V ook vertegenwoordigd was.

Unaniem: aanklager verkeerd bezig
Na drie jaar van onderzoek en vervolging door de officier van justitie werd Räsänen vrijgesproken van het aanzetten tot haat tegen minderheidsgroepen. Deel van de aanklacht was gericht op bisschop Juhana Pohjola van het evangelisch-lutherse zendingsbisdom in Finland. Hij had in 2004 met Räsänen een pamflet uitgegeven waarin werd geschreven over Bijbelse waarden met betrekking tot seksualiteit. De bisschop vond het vooral positief dat de uitspraak van het streekgerecht unaniem was. Normaal is slechts één rechter betrokken, maar bij deze zaak werd er uitspraak gedaan door drie rechters.

In de uitspraak werd de aangeklaagde op belangrijke punten in het gelijk gesteld en was het oordeel van de rechtbank over de activistische houding van de officier van justitie vernietigend. Tegen het advies van de politie in, die na meer dan dertien uur ondervragen geen bewijs vond dat er enige wet overtreden was, besloot zij toch te vervolgen. Daarbij uitspraken uit hun verband rukkend en meenend theologisch voorschrijvend te mogen optreden over wat de Lutherse kerk wel of niet zou mogen geloven. De aanklaagster werkte met diverse onterechte aannames over de overtuigingen van de gedaagden en ging uit van de normativiteit van haar eigen waardeoordelen. Zo vond de officier van justitie dat de opvatting dat je onderscheid maakt tussen persoon en levensstijl (zonde haten en zondaar liefhebben) beledigend in zichzelf is.

Denken en zeggen
Räsänen is blij dat de rechtbank heeft vastgesteld dat godsdienstvrijheid betekent dat christenen hun overtuiging over homoseksualiteit openlijk mogen uitdragen. Räsänen: „Godsdienstvrijheid betekent niet alleen dat je mag denken dat iets goed of verkeerd is, maar ook dat je het hardop mag zeggen. Dat maakt ons wezenlijk anders dan landen als China. Daar zeggen ze ook godsdienstvrijheid te hebben, maar als je hardop zegt wat je denkt, zijn er meteen negatieve gevolgen.”

„Deze uitspraak maakt duidelijk dat het wettig is om de Bijbel te citeren en het openlijk eens te zijn met wat de Bijbel zegt. Dat sluit de seksuele ethiek in. Dat is een overwinning voor iedereen die het democratisch staatbestel en de vrijheid van meningsuiting een warm hart toedraagt. Het is een eer om hiervoor op te kunnen komen, want vrije uitwisseling van diepgekoesterde overtuigingen is essentieel voor het functioneren van een democratie”, zei Räsänen. Ze hoopt dat de uitspraak van het gerechtshof voorkomt dat anderen gedagvaard worden voor tot voor kort normale traditionele overtuigingen.

De unanimiteit van de uitspraak geeft goede grond dat het doemscenario dat sommigen voorzagen, niet bewaarheid wordt. In januari 2022 waarschuwden Amerikaanse senatoren dat, als de openbare aanklaagster haar zin zou krijgen, dit zou leiden tot een seculiere variant van de wet op de godslastering, een vrijbrief voor vervolging van alle traditionele christenen, joden en moslims. „Maar ook bij een negatieve uitspraak zouden we gewoon zijn doorgegaan met het openlijk uitdragen van onze overtuigingen”, betoogden zowel Räsänen als Pohjola.

Hoewel de uitspraak duidelijk en positief is, blijft het bedenkelijk dat homoseksuele activisten in een land als Finland, dat derde op de ranglijst van internationale vrijheid van meningsuiting stond, de ruimte kregen om drie jaar lang onschuldige mensen te vervolgen wiens enige misdaad was, dat zij zich openlijk tegen de lhbt-agenda uitspraken. Meer dan dertien uren lang verhoor door de politiek en drie jaar van onzekerheid, plus de reële mogelijkheid dat de activistische aanklaagster in hoger beroep gaat en er nog steeds geen einde aan de ellende is, is geen geringe ellende die diep ingrijpt in het persoonlijk en maatschappelijk leven van de betrokkenen.

Lessen
De grote les van deze rechtszaak, alsook van die tegen ds. A. Kort in Nederland, is dan ook dat er strengere wetten nodig zijn om opportunistisch aanklagen te voorkomen. Dit staat internationaal vanouds bekend als ”frivolous or malicious prosecution” (opportunistische vervolging of vervolging met kwade bedoeling) en was vooral een Amerikaans verschijnsel. Het misbruik van de wet door lhbt-activisten, waarbij ze hun mening aan anderen op leggen, zou door de rechtsprekende macht formeel aan banden moeten worden gelegd. Niet slechts vanwege de immateriële gevolgen voor de slachtoffers van dit soort vervolging, maar ook vanwege het grote offer dat dit vraagt van de belastingbetaler en de effectiviteit van het justitiële apparaat. Een proces van drie jaar met hoogbetaalde betrokken professionals kost handenvol geld en de politie en de rechtbank komen onvoldoende toe aan het oplossen van misdaden en het berechten van de grote misdaad.

Ondanks de positieve uitkomst is dit een proces met een wrange nasmaak. De aanklager was een Luthers predikant die aan een Finse universiteit verbonden is. Ondanks het feit dat de politie geen grond zag voor vervolging en de klager aanmoedigde om veeleer gebruik te maken van het openbare debat, vonden zowel de klager als de activistische officier van justitie de aangewezen weg onwenselijk. Dat een Luthers predikant geen bereidheid toont tot overleg, maar meteen naar de rechter stapt over een zaak waarbij hij niet persoonlijk is aangevallen, is bijzonder wrang.

Voor Räsänen is dit extra pijnlijk vanwege haar diepe banden met de Lutherse kerk en het feit dat haar man Luthers predikant is. Bij dit Finse proces gaat het in wezen om een liberale voorganger die met keiharde maatregelen zijn vrijzinnige visie aan geloofsgenoten probeert af te dwingen. Het is ook in de Schrift geen onbekend verschijnsel dat voorgangers andere christenen en collega’s in de rug steken (vgl. Fil. 1), maar het geeft een nare bijsmaak aan dit proces.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van Bijbels Beraad M/V

Auteur: ds. B.A. Zuiddam

Vergelijkbare berichten